
ieve, lieve volgelingen,
Gaaap! We rekken ons uit op het zoveelste parkeerterrein van een schmutzig tankstation. Maar dit keer is het anders, voelt het anders, want dit keer staan we aan de grens van Polen! Bijna thuis! En met bijna bedoel ik; nog 1500 kilometer, en daar draaien we onze hand niet meer voor om. We zouden binnen drie dagen thuis kunnen zijn, da’s niks! Maar dan wel zonder fuck-ups… Eens kijken of dat lukt.
De Poolse grenscontrole verloopt uitermate soepel, dat hadden we niet verwacht - aangezien je hier Fort Europa betreedt. Maar er ging alleen een vluchtige blik naar binnen, paspoorten worden even aangeraakt en wat blaadjes worden omgedraaid en dan… een glimlach van oor tot oor en twee glunderende ogen: “Welcome to the EU, welcome, home!” We worden overspoeld door een golf aan emoties. Met waterige oogjes stoten we schokkend wat glimlachjes uit. Deze kwam wel even binnen, holy shit, we zijn bijna echt bijna thuis, we made it! We did it! Of toch niet……?
En met diezelfde spanning, die u, lieve, trouwe volgeling, nu voelt terwijl u op het puntje van uw stoel balanceert, rijden wij eveneens al balancerend op het puntje van onze stoel Polen binnen. En het voelt echt als thuiskomen, want de EU is meer dan een begrip. Overal staan borden met daarop “funded by the EU”. Langs snelwegen, langs grote moderne tunnels en winkelcentra. Het keurig gemarkeerde, pikzwarte asfalt en het eten is weer bekend. We zien weer winkels die we kennen, we mogen weer zelf tanken, herkenbare auto’s, iedereen praat Engels. Wat handig is wanneer je naar een garage moet…
EN JA HOOR! Daar zijn we weer, bij een garage. Maar deze was ingecalculeerd, het stuurprobleem uit Rusland is er nog steeds en het kost een hoop energie en inspanning om Olly in een rechte lijn te laten rijden, dus: help! En die hulp komt, en zonder problemen want we zijn in de EU. Dus de garagehouder, die helemaal enthousiast is over onze reis, bestelt alles lekker online. De volgende dag wordt alles netjes bezorgd. Nou ja niet alles, want de beste man wil de hele voorophanging vervangen maar daar hebben we geen tijd voor maat, we gaan namelijk naar huis!!! We schieten weer bijna vol.
De volgende ochtend worden we wakker bij de garage, en met “bij de garage” bedoel ik “IN de garage”, want ja, waar anders kunnen we slapen dan in Olly? Dit geldt trouwens voor al onze garage-bezoeken, overal ter wereld. Maar goed, ik word wakker, loop een rondje om onze stalen ros en zak haast routineus op de knieën om even onder Olly te checken. Drup-drup-drup… nee… ik weiger te geloven wat ik zie! Een plasje, wat zeg ik? Een gitzwart plasje, een olieplasje? Nope, kan niet, al die ringen zijn vervangen, met geen mogelijkheid! Maar even later komt de garagehouder met slecht nieuws: het is de turbo. En hij stelt de volgende pijnlijke vraag: “what is your plan with the car when you are back home?” Als in, hoeveel waarde hecht ja aan dit koekblik?
En tegelijkertijd zegt hij: dit kan ik niet voor jullie fixen. Nondeju, ja dit is ook de EU, hier gaat niemand met een potkrikje een bus van 3.5 ton opkrikken, of een bout en een moer aan elkaar lassen zodat je weer een stukje verder kunt. Nee, hier staat de ARBO op je vingers te rammen en mag je niet eens een likje Chroom6 gebruiken! Wat gaan we doen? Kunnen we de ANWB bellen? Wordt het dan toch op de oplegger naar huis? Nee, we moeten en we zullen rollend de grens van Nederland over gaan! Paul, onze reisvriend die een bijrol vervult in onze avonturen in Pakistan, Noord-India en gedeeltes van Nee-paul, uh Nepal, biedt aan een nieuwe turbo op te sturen, 600 euro, een stuk goedkoper dan de 2000 euro die het volgens onze garage gaat kosten. Zucht. So close, yet so far away.
e zitten in zak en as, wanneer de garagehouder weer glunderend voor ons staat. De olie blijkt niet uit de turbo te komen maar op de turbo te lekken en van de turbo op de grond. Mijn hemel. Ons hart maakt een sprongetje, we veren overeind om erachter te komen dat we nog steeds een olielek hebben waar we zelf niks mee kunnen en gaan weer rustig zitten. Maar al snel kunnen we weer verder, de garagehouder zet alle zeilen bij om ons te helpen. En voor we het weten slenteren we de volgende dag Lublin binnen.
Wat een heerlijke stad, met waarschijnlijk een fascinerende geschiedenis, boordevol leuke feitjes, weetjes en wistjedatjes, maar we vinden het wel prima. We laten onze ogen het werk doen en zette het brein eens even uit. Gewoon slenteren en een paar foto’s maken. Een paar, niet met het fanatisme als voorheen, nee, gewoon uit de losse pols. En dat is toch wel tekenend. Ik wil niet zeggen dat de rek eruit is, want we genieten nog steeds van de vrijheid, de avonturen (want het is geen leven of dood he mensen), en het nomadenbestaan. Maar, we zijn weer in een routine gevallen. En laat dat nou precies de reden zijn waarom we überhaupt zijn begonnen aan deze reis: breken met routine. Een ander leven, een leven vol onzekerheid en avontuur, met nieuwe mensen en culturen. En nu, bijna 2 jaar, na 2 jaar precies dat te hebben gekregen waar we naar smachtten, smachten we nu weer naar hetgeen waar we van wegliepen of reden: zekerheid, veiligheid, rust en de mensen die we kennen, van wie we houden, onze vrienden en familie.
e volgende ochtend worden we ruw gewekt door het kabaal van een steigerbouwer. Alleen is het geen steiger, maar een marktkraam die wordt opgebouwd. En niet alleen naast ons of voor ons, maar ook nog eens achter ons. We staan compleet ingebouwd, die Polen zijn helemaal gek! Of wij, maar gisterenavond toen we besloten op dit plein te overnachten konden we niet voorspellen dat we midden op marktplein parkeerden. Een hoop handgebaren en wat Pools gevloek later, zijn we weer onderweg! Krakow is de volgende bestemming, maar eerst willen we naar een gigantische mijn waar een complete stad in is gebouwd, zoveel honderden jaren terug. Interessant!
Maar wat ook interessant is, is het rode lampje dat, haast tegelijkertijd met idee om naar een mijn te gaan, oplicht. Kan geen kwaad toch? Oh shit jawel dit is het olielampje! We verliezen olie, aaaargh! Ik trek aan het stuur, maak haast instinctief een haarspeldbocht op de snelweg en rijd zo de uitrit van een tankstation op. - Don’t try this at home -. Ik had natuurlijk wel door dat er verder niemand op de weg reed, geen paniek. Nou ja, jawel, wel paniek! Want dat is precies wat ik in Mirte d’r ogen lees nadat ze snel naar buiten is gesprongen. Dit is niet goed… en nee, dit was zeker niet goed. De hele zijkant van de bus, van voor tot achter, zit onder de oliespetters. Onder Olly ligt een gigantische plas olie. Ohjeej, gaan we dan toch op de oplegger naar huis?
Nou, we gaan in ieder geval op de oplegger naar de dichtstbijzijnde garage, want deze crimescene van ons milieudelict willen we zo snel mogelijk verlaten. En gelukkig was Mirte zo slim om ons gelijk bij het oversteken van EU-grens weer aan te melden bij de ANWB! Als u denkt, he waarom is de ANWB toch zo duur? Dat komt door ons. Graag gedaan.
Gelukkig zien we al snel dat er een boutje ontbreekt in de oliefilter, dit lijkt een easy fix maar het is weekend en de garage is dicht dus we kamperen weer eens een weekendje voor de deur van een garage. En zo slenteren we door Krakow want daar zijn we gelukkig naar toe gesleept. En we mijmeren melancholisch over de reis. Flarden aan avonturen schieten voorbij, knotsgekke situaties, ontmoetingen, vriendschappen, aanvaringen, high highs, low lows en niks wat daartussen in past. Het zorgt ervoor dat we nu niet in de stress zitten, het komt zoals het komt, aniche (zie blog 40). En, links om of rechts om, het komt altijd goed. Toch…?
aandag, 08:00, de garage gaat open, we worden welkom geheten door een receptioniste, die ons vriendelijk verzoekt om even plaats te nemen. Het is alsof we de set van The Office zijn binnengewandeld. Het systeemplafond vliegt je naar de keel en de borrelende watercooler werkt op m’n zenuwen. Tel daar het knipperende tl-licht bij op en je hebt je doorsnee hel op aarde. We missen de gore stank van olie, diesel en wanhoop, het hamerende geluid van staal op staal, de felle lasflitsen en oranje vonkenregen van een knerpende slijptol. Liever dat, dan deze semi-steriele façade. Oh en nog niets, je moet je sleutels afgeven, zitten, je mond houden, zien hoe je bus wordt weggereden en wachten.
Heel lang wachten. De frustratie begint toch weer terug te komen, fuck aniche (blog 40 dus), waarom duurt dit zo lang? We willen naar huis en het liefst voor de kerst nog! Ze weten niet of we vandaag nog geholpen kunnen worden, zuchtend plof ik neer op de stoel naast Mirte, die lekker tegen me aankruipt en zo kruipen de uren voorbij. Totdat we opeens Olly op straat voorbij zien rijden! Fixed it! Het was inderdaad een boutje wat was losgetrild. Alle frustratie glijdt van ons af! We gaan naar huis! En nog voor de kerst ook! Of…?
Nee, grapje, we rijden weer! Krakow in. Een stad die eigenlijk een blog op zichzelf zou moeten zijn, met de bijbehorende fotoshoot, waarin elke geniaal geplaatste baksteen tot zijn recht zou komen, maar de tank is leeg. Krakow heeft ons verbaasd, wat een schoonheid, wat een klasse, misschien wel, nee sowieso de mooiste stad die we hebben gezien. En ik heb er geen enkele foto geschoten. Nul. U weet nu wel waarom. Nou ja, misschien een of twee met mijn telefoon, maar dat telt niet.
anneer we naar een andere slaapplek rijden horen we een ratelend geluid. Shit dit klinkt niet goed. Wat blijkt? Er zit te weinig olie in de motor! Hoe dat kan? Nou, dit is niet per se een standaard motor, eerder een Frankenstein aan verzamelende onderdelen die tezamen een motor vormen maar daarvoor niet specifiek zijn gemaakt. Dat is misschien wat overdreven, maar wat wel waar is, is dat de peilstok uit een andere auto komt en de oliebak ook. Dus daarom hebben we zelf een markering aangebracht op de peilstok en gebruiken we niet de originele markering, maar dat wist de garagehouder niet. En daarom missen we nu een aantal liter olie. Kut.
Met samengeknepen billetjes rijden we heel rustig naar twee garages die ons niet kunnen helpen omdat ze of geen goede brug hebben of simpelweg te klein zijn. Maar bij de derde is het raak, Olly krijgt een aderlating, alle olie moet eruit (want de vorige garage had er ook nog eens verkeerde olie in gedaan, een hele discussie die ik u bespaar). En zo staan we weer eens in een garage… alsof het universum ons in de maling neemt. Maar het is niet anders, en het is te fixen, dus kop op en door. Maar wel even pas op de plaats.
We besluiten naar een Lidl te gaan en daar de komende dagen op het parkeerterrein te bivakkeren. Terug Krakow in. We gaan shoppen, want onze kleren zijn te goor voor woorden. Ik moet naar de kapper, want ik struikel bijna over mijn eigen baard. En laten we eens lekker uit eten gaan, een wijntje drinken en toch nog even te genieten van deze prachtige stad. Oh, hee, kijk! Een McDonalds! Ok dan, nog een keer! Zo bouwen we ons energiepeil weer op, net als Olly zijn oliepeil. We doen nog een keer grote boodschappen, nog een keer vullen we het water bij, en dan gas erop!
og 1200 kilometer te gaan! Immer gerade aus! Letterlijk, tot aan Duitsland rijden we enkel nog maar op snelwegen, slapen we bij truckstops, eten we bij wegrestaurants, leven we als asfaltvreters - maar wel in een nieuw kloffie en met een geschoren koppie. We denderen maar door op het beukende ritme van de dieselmotor, die weer trouw zijn werk doet. En dan… ja mensen, je gelooft het niet, het verdomde rode lampje gaat weer branden. Olie. En weer stoppen we bij een verlaten tankstation, en weer zit de bus helemaal onder de olie, en weer kunnen we alleen maar lachen. En daarna een beetje huilen. Why god, why?
Ik open de motorkap, waar kan dit nou vandaan komen? Het was toch gefixed? En dan zie ik een gapend gat in de motor! Oh shit, het is geen gat maar de vulopening van het oliereservoir. Hier hoort een dop op te zitten! Oh nee! Ik ben vergeten de dop terug te zetten… in Krakow, zo’n 300km terug! Hoe gaan we dit fixen? Met duct tape?? Mijn ogen schieten in paniek alle kanten op, en oepserdefloeps, daar staat de olie dop fier overeind op de luchtfilter. Die heeft al die 300 km los op de oliefilter gelegen en is er niet afgevallen, een regelrecht wonder! Nadat we onze laatste kannetje olie in Olly gieten, draai ik de dop zonder moeite weer goed vast en vervolgen we onze reis!
We lachen ons helemaal suf, net als Alex en Laura. Onze Deutsche Von Overlandung freunden waarmee we Iran, Pakistan, India, Myanmar, China en een deel van Mongolië hebben getrotseerd. Want we zijn in Duitsland, in het ouderlijke huis van Laura! En wat een emotioneel weerzien was dat, want er is niemand op de wereld die weet wat wij hebben meegemaakt en andersom. En de ouders van Laura overladen ons met koffie, taart, koeken en bieden ons een warme douche aan zonder tijdslimiet! Wat een genot.
We spoelen de laatste olieresten van ons af en die avond slenteren we over Weinachtsmarkt van Stadthagen, drinken we glühwein en halen we ontelbare herinneringen en avonturen op. En langzaam begint het te dagen, langzaam kunnen we afstand nemen van wat we hebben gedaan om zo het grotere plaatje te zien, alle aaneenschakelingen van bizarre ontmoetingen, gekke strapatsen en de oneindige hoeveelheid aan garages. And all was good.
Maar… we zijn er nog niet! Nederland, we moeten naar Nederland. Rollend! Met Olly! Over de Duits – Nederlandse grens. Na een emotioneel afscheid rijden we het pittoreske Stadthagen uit. Op weg naar huis. We zijn er nu echt bijna. En wanneer rond een uur of vijf ’s middags de zon een winterse goudgele, okerrode, purperen gloed ten tonele laat verschijnen, doemt daar opeens een blauw bord op, met in een cirkel aan sterren het woord: NEDERLAND. We zoeven er voorbij en de tranen rollen over onze wangen, we juichen, zuchten, snikken, lachen en rijden Enschede binnen. We did it! We zijn er! Na ruim 50.000 kilometer, 23 landen en ontelbare garages zijn we full circle. Home sweet home! Nog even langs de Nederlandse douane om het carnet de passage af te laten stempelen zodat we onze borg terugkrijgen van ADAC en dan gaan we naar onze families. Oost – West, we zijn thuis!
