Chai?

Spit#13 · Turkije

Chai?

V

rolijke volgelingen!

In deze editie van March & Spit:

- Gastvrijheid of Gijzeling, waar ligt de grens?

- 15 tips om uw volgende besnijdenis party tot een knallend succes te maken!

- En: hoe is het gesteld met uw brandblusser-etiquette?

We gaan er allemaal achter komen in deze blog!

W

e laten Konya achter ons met een bitterzoete nasmaak; het is een prachtige stad met prachtige mensen maar dat geloof he… dat kan prachtig zijn, maar het zou leuk zijn als ook echt iedereen daarvan kan genieten. En zo rijden we nog een beetje na-mopperend de stoffige, weids uitgestrekte zandbak in, op weg naar Tuz Gölü. Tuz betekent zout. Gölü betekent meer. 1 en 1 is zoutmeer! Maar we zijn de strak geasfalteerde wegen een beetje beu, wir wollen AVONTUUR JAH! Dus we pakken de kriegelende krokkelende witte weggetjes die je pas ziet als je goed inzoomt op Google Maps; AVONTOEEEER!

Nou en Google liegt niet, want het zijn ook echt witte weggetjes, stoffige witte weggetjes. We hobbelen al een hele poos over deze stofslinger wanneer opeens het brandalarm KEIHARD afgaat. Verschrikt kijken we achterom en zien een witte rookwolk, ik trap vol op de rem, we staan nog amper stil wanneer ik uit Olly spring en in een soepele beweging de brandplusser uit zijn houder gris, om de bus heen ren, de zijdeur opentrek en er A-team stylo in spring klaar om te spuiten, met de brandblusser… MAAR WAAR IS HET VUUR!? Er is rook! Dus vuur! Maar nee, we zijn gefopt, het is geen rook, het is stof!! Mirte haalt haar vinger over Nicole en trekt een groene streep door het witte stof. Ik klop eens goed hard op de bank en een stofwolk schiet als een paddenstoel omhoog.

F

aaaak, nu hobbelen we in het stof, 20 kilometer per uur, in de brandende zon… met de ramen en luchtventilator dicht; HEL! En door de stof en uitdroging heb ik al drie afslagen gemist, waar the fuck is dat klote meer??Llaat ons even wat foto’s maken, zodat we weer door kunnen met ons leven! Nondeju! Maar de witte weggetjes lijken volgens Google niet tot aan het meer te komen. Een woordenwisseling, een “DAN RIJ TOCH LEKKER ZELF”, slaande deuren, gekruiste armen, rommelende magen, boze gezichten. Ik ga een foto maken en opeens hoor ik slippende banden en knarsend grind, een afgetrapte bestelbus komt tot stilstand en uit een wolk van stof stapt een hele joviale vent met een dikke Aviator zonnebril: “hey Nederlanders, wat doen jullie hier?”

Het blijkt een Turkse Nederlander, op bezoek bij familie die verderop op een boerderij wonen. We maken een praatje en voor we het weten zijn we een meloen en een stokbrood rijker. Of we Chai lusten! Ohjah zeker, maar alleen als je tijd hebt, nou eigenlijk niet, nee dan laat maar! Maar hij wil ons wel de weg wijzen, volg mij maar! We laden onze meloen en stokbrood in de wagen en volgen de beste man. Na vijf minuten zet hij de auto aan de kant en gebaart dat we achter hem moeten parkeren. Wat nu? Hier hebben ze Chai, kom drinken we een bakkie! Haha mooi.

E

n we praten over politiek, dat het onderwijs in Turkije tekort schiet, mensen weten niet beter, veel infrastructuur, maar weinig inhoud. Hij vertelt hoe hij zijn vrouw is verloren aan kanker, hoe het leven opeens een rare wending kan krijgen, dat zijn ouders ziek zijn en dat hij niet goed weet wat hij met de boerderij aan moet. Nederland is een mooi land, alles is goed geregeld. Beter dan Turkije, maar Turkije is zijn vaderland, Nederland zijn moederland. En hoe noordelijker je komt, hoe kouder de mensen. Hoe zuidelijker, hoe warmer. Ach jah… mijmert hij. Weer een glimp in iemands leven rijker, schudden we elkaar de handen; Hosj jakal! Tot ziens!

I

mmer gerade aus, tot aan de t-splitsing en dan rechts; de makkelijkste route naar Tuz Gölü. We scheuren door het glooiende landschap totdat we bij een groot hek komen. Het lijkt compleet verlaten maar dan komt er bewaker op ons afgelopen: “today closed, tomorrow open.” Shit… en nu? Hij ziet onze teleurgestelde gezichten en stelt de enige vraag die er werkelijk toe doet: “Chai?” Zekersss! We zeggen overal ja op, want we weten dat het leven daar veel mooier van wordt.

We lopen achter hem aan, blij dat we nu zelf ook iets aan te bieden hebben: de meloen en het brood wat we van onze Turks-Nederlandse vriend hadden gekregen. We zitten nog geen 10 seconden in zijn smoezelige kantoortje of de beste man is alweer weg. We zien hem nog net wegrijden in zijn truck… huh? Verbaasd kijken we om ons heen. Er staat een bureau met daarop een televisie met daarop een Turkse soap in alleen maar roze kleuren. Oke… Leuk, maar we hebben hongerrrr. Onze meloen heeft hij net in de vriezer gelegd en het brood is te droog om zo te eten. Shit. Tien minuten later komt onze bewaker terug met een plastic zak en verdwijnt gelijk de keuken in. Nog eens 15 minuten later (we zitten al die tijd naar de Turkse Goede Tijden Slecht Tijden te kijken) en er komt me toch een zalige geur uit de keuken! We are in for a treat!

E

n ja hoor, nog eens 10 minuten later wordt de tafel gedekt met een Turkse krant en daar verschijnt een heerlijke lunch; gepocheerde eieren met kaas en tomaat! Maar dan gaat de bel, er staan wat auto’s voor het hek en onze vriend moet even naar buiten. Als twee kwijlende zwerfhonden staren we verlekkerd naar het feestmaal voor onze neuzen. Kunnen we al beginnen? Nee we moeten op hem wachten! Ja maar we laten wel wat voor hem over! Jaja als we eenmaal beginnen vreten we het in no-time op… ok we wachten wel. NONDEJU HONGERRR.

Wanneer hij terug komt, kijkt hij vol verbazing naar ons eten, huh? Nooo NOOOO!! Hij slaat zichzelf vier keer voor de kop en wijst boos naar buiten en zwiept zijn armen boven het hoofd! Oh… volgens mij mochten we al wel eten, ok beginnen dan maar!! HONGER! Maar nee, to slow, onze vriend grist de pan voor ons neus weg om deze op te warmen. Onze magen brullen het uit!! MAKE IT STOP! En dan… sweet relief… een uur later eten we de meest goddelijke eieren die we sinds lange tijd hebben gegeten. Onze vriend heet Said, hij werkt al 10 jaar als bewaker, bijna elke dag zit hij hier in zijn hokje, hij komt een beetje eenzaam over maar heeft een hart van goud. Hij vertelt over het zoutmeer, over de flamingo’s die hier in het voorjaar een stopover hebben, hij laat ons zijn favoriete muziek horen en danst met ons. Wat een fijne, warme man, nondepie! Oh en dan de meloen nog! Heerlijk koud uit de vriezer.

E

n dan gaat de bel weer, voor het hek staat een pick up truck volgeladen met mensen. Achteraf blijkt dat het hier om een zoutfabriek gaat en die is op zondag dicht, het personeel mag met de familie naar binnen en sinds we nu ook familie zijn mogen wij dat ook! GREAT SUCCES! De familie truck voor ons is druk met het maken van selfies van henzelf en Olly, ze zwaaien vriendelijk wanneer we ze over de smalle weg richting het meer volgen.

E

n daar istie dan! Tuz Göü! Wit, plat, 20c m water en zout… uh ja mooi. We stoppen op een afstandje van de familie die zeker 20 man telt, en ik begin wat foto’s van ze te maken. De vader ziet me bezig en gaat spontaan op zijn handen staan, en dat is het begin van een nieuw hoofdstuk in ons avontuur.

D

e hele familie is gecharmeerd van Mirte d’r Turks, blonde haren en stralende lach. Ze willen allemaal met haar op de foto en ik mag er ook op. De familie bestaat uit twee omaatjes, twee vaders met vrouwen, een nichtje uit Duitsland die godzijdank als tolk kan dienen en nog een hele kluw aan kinderen. Voor we het weten staat de hele familie rond onze bus selfies te maken en worden we uitgenodigd om bij hen te eten.

E

n zo rijden we dezelfde weg weer terug achter de pick up truck volgeladen met familieleden. Bij de poort staat Said alweer op ons te wachten met Chai, hij kijkt een beetje bedrukt als we vertellen dat we zijn uitgenodigd door de familie voor ons maar hij snapt het helemaal en rent nog snel naar binnen om terug te komen met de andere helft van de meloen die nog in de vriezer lag. Nee die was voor jou bedoeld Said! Maar nee, de meloen gaat met ons mee en we verlaten Said. Wat een fantastische man.

Een half uur later stoppen bij een roze huisje, zelfgebouwd met modder en stenen, opa en oma staan al op ons te wachten. We kunnen onze voeten wassen, krijgen allebei een verse tomaat uit de tuin in onze handen gedrukt en een beker zure melk die we zonder kokhalzen proberen weg te krijgen. Wat gebeurt er? Er komen steeds meer mensen. We raken een beetje door onze gespreksstof heen maar dan springt iedereen op, loopt naar de auto en voor we het weten zijn we weer onderweg. Geen idee waarheen.

D

an stoppen we in een nieuwbouwwijk vol hoge felgekleurde flats, de straat is afgezet en is bezaaid met tafel, stoelen en etende mensen! De buurjongen blijkt een besnijdenisfeestje te geven, PARTY TIME!!! Gezellig, denken we, maar SURPRISE!! We zijn nog steeds in moslimland; de dames zitten rechts en de mannen zitten links. En deze keer zit ik aan de verkeerde kant van het gordijn.

Ik zie hoe Mirte honderduit praat met haar nieuwe vriendinnen, er wordt gelachen en een compleet selfie fotoalbum aangelegd. Terwijl ik bij de mannen zit. We praten wat over de gewassen die pa #1 verbouwt op het land en wat over tractors, maar dan houdt het al snel op. We eten in stilte, een luxe die ik nog zelden ervaar. Ik besluit mijn camera te pakken en wat foto’s te schieten.

Het is een beetje een vreemde bedoeling, de mannen zitten in een lange slinger aan beide uiteinden van de straat. Kinderen spelen wat in het midden van de straat. Aan de andere kant zitten de vrouwen druk met elkaar te kletsen. De dansvloer scheidt de mannen van de vrouwen, waar mondjesmaat wordt gedanst. En met dansen bedoel ik mannen die schouder aan schouder inhaken en een beetje met hun voeten naar voren en achter stappen, terwijl ze langzaam in een grote cirkel rondjes lopen. Af en toen dansen er vrouwen naast die hetzelfde vreemde ritueel ten toon spreiden. De muziek is live, de zanger zingt non stop, er is een soort van funky Oosterse gitarist en een keyboard guy die de dikste beats uit de speakers weet te pompen. Dan opeens harde knallen, ik schrik me de pleuris en overal om me heen zie ik mannen met wapens. What. The. Fak? Het blijken klappertjespistolen voor volwassen te zijn, niet van echt te onderscheiden. Mijn trommelvliezen bloeden nog steeds.

En dan begint er een of ander ritueel met vuurwerk, tamboerijnen, een soort van spray-sneeuw en een hoop geschreeuw. Het is een kleurrijke bedoeling. Mirte en ik wisselen wat blikken met elkaar maar we kunnen niet naar elkaar toe. Rond een uur of tien besluit de familie dat het klaar is en we verlaten het feestje. Oke chill, terwijl wij in het Nederlands onze volgende slaapplek bespreken, wordt Mirte aan haar jasje getrokken. Kommen sie mit? Wir gehen nach dem park.

O

k, prima! Wij naar het park, lopen een rondje, eten wat nootjes, krijgen een ijsje, nog meer selfies, nog meer Google Translate verhalen. Oke, teshekur ederim! We besluiten hier op de parkeerplaats te blijven slapen maar worden gelijk weer onder druk gezet: tijd voor koffie bij de oudste broer van de familie. Oke. Oke vooruit… maar we slapen gewoon lekker in onze eigen bus beloven we elkaar. Een uur later staren we naar het plafond van een wildvreemd huis. No is not an option!

Maar niet voordat ik me nog eens goed voor lul zet. Ik moet naar de wc, de padre de familia wijst me de weg, er staan slippers voor de deur die hij, naar mijn mening aan de kant zet, terwijl hij in feite bedoelde dat ik ze aan moest trekken. TE LAAT! Ons Fritske staat al met z’n sokken naast een zeiknatte hurkplee, de sokjes zuigen zich langzaam vol met deze ranzige vochtige nattigheid. De man des huizes kijkt me vol afgrijzen aan gevolgd door een bulderende lach. Sokken uit, daarmee kom je het tapijt niet op, vrind! En natuurlijk krijg ik de volgende ochtend een schoon paar setje sokken.

D

e volgende ochtend worden we wakker en wanneer we de zitkamer inlopen zien we dat twee familieleden waren veroordeeld tot het balkon en de bank. Snel worden ze wakker gemaakt want de gasten zijn op. Daarna wacht ons een gigantisch lekker en uitgebreid ontbijt; een soort oliebolbroodjes, verse aardbeien en abrikozen jam, zachtgekookte eieren en in zonnebloem olie gebakken frietjes MON DIEUX! De man des huizes propt met zijn grote plattelandsklauwen het eten grommend en snuivend naar binnen terwijl hij zo nu en dan grapjes maakt waar iedereen hard om moet lachen. Wij lachen mee! Onze Duitse tolk blijkt uit Stuttgart te komen maar ze weet niet waar in Duitsland dat ligt. Wanneer we vragen of ze Stuttgart een mooie stad vindt moet ze ons bekennen dat ze eigenlijk niet zoveel buiten de deur komt. Ohjah… juist, vergeten.

Oke maar nú moeten we écht weg, Mirte wordt ongeduldig en port me in m’n zij: kom op, jij bent de man, jij moet nu het voortouw nemen. Ja hallo. Wanneer ik net op het punt sta om het delicate onderwerp van ons vertrek aan te snijden, wordt de koffie geserveerd. Oke, ná de koffie dan. Wanneer de koffie op is en ik mijn mond wil openen, komt de rest van de familie vrolijk binnen zetten. Oh mijn god, we komen hier nooit meer weg. En die gedachte wordt bevestigd wanneer oma zegt dat we vanavond bij haar slapen, we lachen, grapje toch? Nope! Geen grapje! Uh, ik krijg het Spaans benauwd, “wir mussen gehen, entschuldigung” stamelen we tegen het nichtje uit Stuttgart.

Ja oke, maar we MOETEN nog even mee naar opa en oma – daar is ECHT geen discussie over mogelijk. De hele familie staat in ene op, en daar gaat de familiekaravaan weer, op naar opa en oma! Opa en oma zitten al klaar en we gaan weer braaf zitten. We krijgen pruimen en sap en knikken voor de 100ste keer maar weer beleefd dankjewel. Ook de oudste broer van opa komt nog even langs, de conversaties lopen stroef maar er wordt veel gelachen. En daar zit je dan op de patio met zo’n 20 man. Dan doet zich een uitgelezen kans voor; foto time! Ik pak snel mijn camera, maak een groepsportret en besluit niet meer te gaan zitten. Wir. Mussen. Gehen. Bitte.

W

e krijgen een pot honing en een zak pruimen uit eigen tuin, er wordt nog wat water over Olly heen gesprenkeld om ons een behouden vaart te wensen en we zijn vrij. Maar nee, daar rijdt de vader des huizes opeens voor onze neus! Hij wenkt ons hem te volgen, wat nu weer? Moeten we naar nóg meer familie? Wanneer hij stopt, gebaart hij met zijn arm langs de weg en zegt Göreme. Onze volgende bestemming. Wat een vriendelijke mensen! En wat zijn we kapot!

Na puffend in de bus bespreken we hoe wij totaal niet kunnen omgaan met deze gastvrijheid. We hebben onze personal space nodig terwijl deze mensen gewend zijn om constant in het bijzijn van familie te verkeren. Hun hele leven is daarop aangepast. De woonkamer bestaat uit kussens die langs de muren van de kamer op de grond en tegen de muur aan liggen. Op deze manier is er altijd genoeg zit plek. Ook hier hanteren ze de grote ronde opvouwbare tafels zodat er altijd genoeg plek is aan tafel. En het eten wordt opgediend in grote schalen zodat er altijd genoeg eten is. Dat is wel even anders dan bij ons: “oh jah blijven eten, uh… we pakken boven wel even een extra stoel en ik heb niet zo’n honger, nee heus niet, ik deel mijn gehaktbal wel met jou. Maar de laatste bus gaat al vroeg dus dooreten graag.” Joe!

We krijgen tot op de dag van vandaag nog regelmatig berichtjes met de vraag waar we nu zijn en hoe de reis verloopt. Wauw. Wat een warme mensen.

P

HOTO

ALBUM

CHAI

Genoten van dit verhaal?

Wij brengen ze nu naar buiten.

Maak kennis met Time Travel Tours →