twee hoopjes ellende

Spit#20 · Iran

twee hoopjes ellende

W

e gaan door…

Met 20 km per uur zijn we door de mistige jungle de berg afgegleden. In het pikkedonker arriveren we op een camping aan de Kaspische zee. Het was een lange en slopende rit, uitgeput vallen we in een diepe slaap. De volgende ochtend worden we allebei wakker met een flinke keelpijn en na een tijdje zijn we onze stemmen compleet verloren. We communiceren door te grommen en te wijzen, en dat gaat wonderbaarlijk goed.

We worden zieker en zieker, de koorts doet haar intrede, ijlend liggen we in de bus, c.q. hangmat. Maar dat houdt de Iraniërs niet tegen. Zonder enige vorm van gêne, stappen ze tussen de bus en de 4x4 jeep van de buren in en beginnen ongevraagd foto’s te maken. Ze ratelen hun standaard vragen af: where you from? How much did the bus cost? Ja nu even niet vriend, wegwezen!

D

e volgende dag vertrekken onze vrienden naar Teheran om hun visa voor India aan te vragen. We spreken af dat we ze over 9 dagen weer in Teheran zien, wanneer hun visa als het goed is klaarligt en wij weer beter zijn. Tot die tijd zijn we op onszelf aangewezen.

Normaliter kan één van ons twee altijd voor de ander zorgen, maar dit keer hebben we het alle twee goed te pakken. De muren, die toch al niet zo ver uit elkaar staan, komen op ons af. Tegelijkertijd is het een spannende week omdat de vader van Mirte de uitslag krijgt van zijn onderzoeken. De ellende is compleet, er vloeien veel tranen, wat moeten we nou doen? En zo kruipen de dagen voorbij, terwijl een paard onze was opeet.

D

e koelkast begint aardig leeg te raken, we zijn bijna door ons water heen, dus er zit niks anders op dan naar het stadje te rijden dat zo’n 20 minuten verderop zit. Zwetend van de koorts en met knallende koppijn neem ik plaats achter het stuur, behoedzaam tuffen we over de hobbelige wegen naar de stad, waar het verkeer een grote chaos is. Wanneer we het ziekenhuis eenmaal hebben gevonden, worden we gelijk omsingeld door mensen die wederom hun standaard vragen op ons afvuren.

Ik probeer ze af te poeieren door te zeggen dat we ziek zijn en naar het ziekenhuis moeten, waarop een hele joviale kerel in vloeiend Engels reageert met: ‘I am a doctor, I work here, please, follow me.’ En binnen twee minuten staan we weer buiten met een recept in ons handen. De mensen die zaten te wachten in de wachtkamer van de propvolle Eerste Hulp leken het niet erg te vinden dat we gelijk doorliepen naar de dokter, waardoor hùn wachttijd nog langer werd. Maar daar houdt de gastvrijheid niet op, onze dokter loopt met ons mee naar de apotheek en staat er zelfs op om voor ons te betalen! Tenslotte biedt hij ons aan om lunch voor ons te maken en uit te zieken in zijn huis. We bedanken vriendelijk, noteren zijn telefoonnummer en nemen afscheid. Snel wat boodschappen doen en terug naar de camping.

Door de medicijnen voelen we ons de volgende dag een stuk beter. En dan komt het langverwachte telefoontje van het thuisfront, de vader van Mirte: ze hebben te horen gekregen dat de kanker niet is uitgezaaid, een enorme opluchting! Dit biedt perspectief, we zijn zo opgelucht, dit is het beste medicijn. Na dagen vol ellende was dit het nieuws waar we op hoopten, wat ons energie geeft, houvast!

Maar dan begint het te regenen, de toch al troosteloze camping verandert in een modderpoel. Na een aantal dagen camping (waar op het paard na, niks te beleven viel) zijn we het helemaal beu! We pakken Olly in, en scheuren naar het dichtstbijzijnde hotel. Maar wanneer we aankomen in de stad, belanden we in een dikke file! Wat blijkt? De brug is overstroomd, niemand kan er langs! NONDEJU!! LAAT ONS MET RUST! We moeten omrijden, net als honderden anderen; dikke file! Ugh…

U

iteindelijk bereiken we het hotel. We krijgen een kamer recht achter de receptie en kunnen daardoor alles horen wat er in lobby gebeurt. GODVERDOMME! IK WIL RUST! En dan heb ik het helemaal gehad - alle frustratie van de afgelopen dagen komt er in een keer uit. We pakken onze spullen in, stormen naar de balie en ik zeg met m’n ernstigste toon: ‘I want another room’. ‘Sorry we are full’, zegt de man achter de balie. ‘I WANT ANOTHER ROOM NOW!’ Ze zien mijn verwoestende blik, kijken nog een keer, en oepserdefloeps er blijkt toch nog een vrije kamer te zijn. Jezus wat lucht dat op, de warme douche doet de rest, we kunnen eindelijk even ontspannen.

De volgende dag stappen we weer de auto in. Na een lange dag rijden komen we aan in Lahijan. We zijn gesloopt, nog steeds een beetje ziekjes en het grauwe weer helpt ook niet echt. Maar we besluiten het beste er van te maken. Deze regio staat bekend om haar theevelden en in onze zoektocht naar een slaapplek stuitten we op een kabelbaan die over de theevelden naar de top van een berg zoeft. We kopen wat popcorn en daar gaan we! Even een klein beetje genieten!

H

et is donderdag en daarom erg druk. Want ja mensen, de Iraniërs vieren hun weekend op donderdag en vrijdag! Koekoek! Oh en we leven inmiddels in het jaar 1397 - hebben we toch nog onze tijdmachine gevonden. We trekken veel bekijks en besluiten toch ergens anders te overnachten. Het lijkt ons een goed idee om Olly in een verlaten steeg te parkeren, hier komt toch niemand en dus niemand die ons kan lastig vallen.

KNOCK. KNOCK. Who’s there? IRANIAN POLICE! Oh shit… en ja hoor daar staat een Iraanse politieagent. Nu hebben we van veel mensen gehoord dat de politie hier níet je vriend is, en de hartslag schiet dan ook gelijk omhoog. Helemaal wanneer hij naar onze paspoorten vraagt en mij duidelijk maakt dat ik mee moet naar het politiebureau… Oh zeker niet! Mirte ligt al in bed en ik maak hem duidelijk dat mijn ‘wife’ hierboven ligt te slapen. Hij gebaart druk dat Mirte haar hoofddoek moet omdoen en naar beneden moet komen. Ik probeer rustig te blijven maar merk dat ik aardig gespannen ben. Maar ik houd voet bij stuk, ik laat Mirte en Olly niet alleen achter, no fucking way.

Het compromis is, dat hij bij ons in de auto stapt, en zo rijden we met z’n drieën naar het politiebureau. Mirte moet in de auto blijven zitten, terwijl ik met de paspoorten naar binnen word geëscorteerd. Pfff ik heb het helemaal gehad. Uiteindelijk willen ze weten wat onze route was, wat deze wordt, of we Iraanse vrienden hebben en ze willen mijn telefoon zien, waar ze tien seconden naar kijken, en dan weer teruggeven. Er worden wat kopietjes gemaakt van de paspoorten en dan staan we weer buiten. De politieagent stapt weer bij ons in. We snappen er niks van! Maar uiteindelijk wordt het ons duidelijk: hij wijst ons naar een plek langs een drukke weg waar we volgens hem goed kunnen overnachten. HUH?! Was al deze poeha om het feit dat we op een onveilige plek stonden? We zullen het nooit zeker weten, maar waarschijnlijk wel. De verwachtte boete bleef ook uit dus om geld was het ze ook niet te doen.

D

e volgende dag besluiten we de natuur weer op te zoeken, het idee is om naar Alamut Valley te rijden. Wanneer we zo’n 60 kilometer hebben gereden en op het punt staan de natuur binnen te rijden, komt er een witte auto voor ons rijden waar een hand met daarin een walky-talky al zwaaiend duidelijk maakt dat we moeten stoppen. Je raad het al: POLITIE! We mogen niet verder rijden: ‘FORBIDDEN’ zegt er een. Maar zijn Engels is zeer slecht en een omstander maakt ons duidelijk dat de weg is afgesloten vanwege de hevige regenval van de laatste dagen. SHIT! We moeten via de snelweg naar Qazvin om van daaruit de Alamut Valley te bereiken.

En ik kan je één ding vertellen: ik HAAT de Iraanse snelweg. Deze is bezaaid met undercover drempels, wat basically ongemarkeerde springschansen zijn, levensgevaarlijk! Net als mijn medeweggebruikers die vrolijk rechts inhalen over de vluchtstrook, die van een 2-baansweg een 4-baansweg maken, die in de zeikende regen zonder lichten rijden, sterker nog, zelfs in het donker rijden ze zonder licht, het interesseert ze geen reet. Wat ze wel interesseert is het Whatsapp-gesprek op hun telefoon, ONGELOFELIJK! Er zijn mensen die 30 rijden waar je 80 mag, en als je ze inhaalt terwijl ze op de middelste baan rijden, zie je ze gewoon naar hun schermpje staren. NON-DE-J…..

En zo spenderen we weer een dagje op het asfalt. Want de kaart van Iran in verraderlijk. Wanneer we in Nederland op Google Maps kijken, dan zien we onze complete landje en geeft Google aan dat je binnen 3 uur van Groningen in Limburg kunt zijn. Wanneer je vervolgens Iran in zijn totaliteit op de kaart ziet, dan denk je: ohjoh dat kleine stukje naar Qazvin, kan nooit langer zijn dan twee uur rijden. Maar oepserdefloeps, de schaal van deze kaart is net even wat anders, hier staat 2 cm gelijk aan 300 kilometer! BAM! Dat kleine stukje op de kaart verandert opeens in een monsterachtige asfalt-driedaagse! Hoe gaatie? Lekker!

En na wederom een lange dag rijden komen we aan in Qazvin, we vinden een parkeerplaats waar we hopen te overnachten, zetten wat koffie, koken ons avondmaaltje en spelen een potje backgammon. Niks aan de hand… maar dan stopt er een blauwe pick-up truck, daar gaan we weer, het ‘where are you from’ -riedeltje wordt weer afgespeeld. Maar ze gaan niet weg, ze proberen ons wat duidelijk te maken, ze beginnen vrienden te bellen die wel Engels kunnen en na lang proberen krijg ik iemand aan de lijn. Ze legt uit dat we hier niet kunnen slapen en iets met politie wat ik niet begrijp. We moeten met ze meekomen, maar daar hebben we echt geen zin in. Laat ons met rust joh! Ik zeg een paar keer BYE BYE! En uiteindelijk gaan ze weg.

Vijf minuten later, zien we blauwe zwaailichten… Neeeeeee wéér politie?!! Wat nu weer???

-- Kijk morgen weer naar de volgende aflevering van GTST --

P

HOTO

ALBUM

SLECHT

NIEUWS

Genoten van dit verhaal?

Wij brengen ze nu naar buiten.

Maak kennis met Time Travel Tours →