I shouldn't be alive - the Alamut Chronicles

Spit#22 · Iran

I shouldn't be alive - the Alamut Chronicles

V

riendelijke Volgende Vrienden!

Na de deep clean hebben we Olly tot de nok toe gevuld met diesel, water en voedsel. De jerrycans dragen nog eens 60 liter diesel met zich mee, we zijn klaar voor de natuur!… Toch? Als één ding ondertussen zeker is, is dat er helemaal niks zeker is - vooral niet voor ons, dus dat kan maar één ding betekenen… AVONTOER!!

We gaan op weg naar Alamut Valley. We rijden door prachtige bergpassen omhoog. Zodra we over het hoogste punt zijn, worden we getrakteerd op een hemels groene vallei. Ongelofelijk wat één stroompje water voor moois kan creëren.

M

ooi, ruw, en fokking steil. Normaliter glijdt een weg in de bergen mee langs de flanken van de berg, op zoek naar het laagste - en daardoor makkelijkst penetreerbare - punt, maar daar hebben ze hier geen geduld voor gehad. Deze weg gaat zigzaggend steil omhoog. Er komt geen einde aan. De ene haarspeldbocht wordt verwelkomd door de volgende bocht met een hellingspercentage van 20%.

Olly heeft het dan ook zwaar, heel zwaar. De temperatuurmeter van de motor stijgt, tikt de 100 graden aan en schiet dan opeens door naar het rood. We stoppen om onze witte reus even op adem te laten komen en zien dan opeens dat Olly kokend water uitbraakt. Onder de motorkop stijgen rookpluimpjes op vanuit de radiator. Geen paniek, dit hebben we vaker meegemaakt, flesje water erover, motor laten lopen, even geduld en weer verder. Maar deze keer werkt onze tactiek niet. Sterker nog, de temperatuur loopt alsmaar op. Dan stopt er een totaal afgeragde auto. Twee slonzige mannen stappen uit en lopen recht op de motorkap af. Eentje steekt zijn vinger in de radiator en gebaart naar de ander dat hij iets moet halen. Even later komt de ander terug met een gigantische schroevendraaier, waarmee het eerste mannetje gelijk in Olly begint te peuren. We staan erbij en kijken ernaar. Ze gebaren druk, ratelen in het Farsi en sleutelen vrolijk verder. Dan gutst álle koelvloeistof uit de radiator. Hooooo eens ff! Maar wat gebeurt, is gebeurd, en ze gaan vrolijk verder. De slang waar de koelvloeistof uitliep wordt weer vastgezet, nieuwe koelvloeistof (lees: een fles water) wordt toegevoegd, en de motor gestart. Het helpt nog niet echt.

M

aar ze geven niet op! De zekeringen worden gecheckt en warempel, de zekering waarmee de ventilator wordt aangedreven is kaduuk. Gelukkig hebben we een heel arsenaal aan zekeringen bij ons, en binnen no-time is het gefixt! Tja, en hoe moet je ze dan bedanken? We voeren ze vruchtensap, twee perziken en stoppen ze 500.000 Rial toe. WAT?! ZOVEEL? Rustig, dat is nog geen 4 euro. En daar zouden ze zelf nooit om vragen. Of je nou wilt of niet – Iraniërs helpen je gewoon. We hebben ondertussen al wel geleerd dat je je niet moet verzetten tegen de vriendelijkheid van de Iraniërs, want daar is geen beginnen aan.

We klimmen gestaag verder, en met gestaag, bedoel ik ook écht gestaag. We waren sneller boven gekomen als we hadden gelopen. Máár, dan heb je geen bed, douche, keuken en woonkamer bij je - dus we kruipen lekker verder. De Alamut Valley wordt ook wel Assassins Valley genoemd vanwege de vele kastelen die hier staan, waar naar verluidt huurmoordenaars werden getraind. De bekende videogame Assassins Creed is hierop gebaseerd! Vet! Dus we bezoeken een kasteel, bekijken de rijstvelden van dichtbij en gaan aan het eind van de middag op zoek naar een slaapplekje.

Maar een slaapplek vinden blijkt lastiger dan gedacht. De wintertijd is hier al ingegaan dus het is om zes uur donker. Met 20 km per uur kruipen we de berg op en wordt het steeds donkerder. Dan nemen we afslag. De weg wordt steeds vager en vager. Is dit een overwoekerd pad of rijden we nu langzaam in de afgrond van de berg? Mijn intuïtie zegt: doorrijden! Mirte haar intuïtie schreeuwt: STOOOOP!! En gelukkig maar, want het ‘pad’ gaat inderdaad over in een afgrond… ik geef de schemering de schuld. Aangezien het toch geen weg is, besluiten we hier te tukken en de volgende dag bij daglicht in z’n achteruit voorzichtig de echte weg weer op te gaan.

D

e volgende dag hobbelen we vrolijk verder. Vrolijk, maar traag. Olly oververhit al snel bergopwaarts en dan nog een keer. Ik heb er de pest in - die oude wagen kan ook niks hebben, mopper ik. Maar wanneer we (wederom) een verkeerde afslag nemen en een stuk terug moeten, zetten we ons schrap in de stoelen. Allejezus wat is het steil. Ik neem mijn woorden terug! Het is een wonder dat deze 80pk motor 3,5 ton aan awesomeness überháupt omhoog weet te trekken.

Onderweg komen we vrolijke Iraniërs tegen. Iedereen zwaait, toetert of seint met de lichten (tot irritatie van Mirte, want normaliter betekent dat dat we weer eens aan de verkeerde kant van de weg rijden). We worden ingehaald door een man, hij stopt en gaat al gebarend midden op de weg staan. Wat is hier aan de hand? Hij loopt naar zijn auto en komt terug met twee bananen! Wat een gastvrijheid.

We ontmoeten Iraanse jongeren in 4x4 jeeps – het is donderdag dus weekend in Iran! De dames dragen geen hoofddoek in de bergen en geven mij, als man zijnde, gewoon een hand. Heel rebels allemaal! We maken wat selfies een rijden weer verder. Verder door dit prachtige, adembenemende landschap, waar de herders met hun geitjes wonen.

D

e dag loopt langzaam ten einde, we tuffen nu door de vallei, we kunnen eindelijk vaart maken en dat doen we dan ook. Maar dan, opeens, BAAAAAAAAM, WE VLIEGEN DOOR DE LUCHT! 3,5 TON SCHOON AAN DE HAAK, ALLE BANDJES VAN DE VLOER en met een smak komen we de grond, we slippen wat, en staan dan stil. Meine Gute! Gelukkig hebben we de koelkast onlangs vastgezet. Iedereen ok? Ja? Ok dan gaan we rustig verder.. Maar wat horen we voor geschraap?! Het klinkt als metaal dat schuurt op asfalt….. FUCK! DAX! En ja hoor, DAX is losgekomen en we hebben hem minstens 40 meter over de grond achter ons aan meegesleept. Alles meurt naar benzine. Voor we het weten staan er weer twee Iraniërs naast ons, om ons te helpen. We lappen DAX weer op, zetten hem vast en poetsen de benzine weg. In Nederland wordt zoiets een milieudelict genoemd, maar we zijn in Iran dus we tuffen, alsof er niks is gebeurd, weer vrolijk verder.

En dan, ja hoor het kan, het wordt NOG STEILER! En het begint alweer donker te worden (die verrekte wintertijd). Shit, waar gaan we slapen? Olly heeft het nu echt heel zwaar, we gaan letterlijk stapvoets omhoog en moeten wederom stoppen. Lichte paniek want de motor wordt niet meer koel. We besluiten Olly nog een laatste keer op de staart te trappen in de hoop dat we de top van de berg nu toch echt hebben bereikt en de weg naar beneden begint. Maar helaas. Gelukkig is er een plat stuk berg naast de weg waar we kunnen slapen. Pfoeh en die rust kunnen we goed gebruiken, want we zien dat we nog lang niet bij de top zijn.

We hebben ons soeppie op en de koffie staat op het vuur wanneer er een politieauto naast ons stopt. We schrikken ons wild want we zijn echt in de middle of nowhere. Wat nù weer?! Een vriendelijke man, met een vriendelijke snor, vraagt ons vriendelijk: Goebi? Alles goed? Goebi! Zeg ik Goebi! Zegt hij Goebi! Zeg ik. Godahafez! Doei! Hij kwam even checken of alles ok was, hoppa! De politie is je beste vriend!

E

n we gaan weer verder de berg op, Olly heeft een nachtje kunnen afkoelen dus we hebben goede moed. En veel gekker kan het niet worden toch? Toch? HAH! Echt wel! We zitten op 3200 meter, we rijden door de wolken – jaaa het perfecte moment om met de drone te vliegen! Ik heb dat ding sinds we weg zijn nog niet aangeraakt, maar het begint nu toch te borrelen. Fast forward: je raadt het al - de drone crasht tegen de berg! VERDOMME!!! MOET ALLES DAN KAPOT?! Ja. Het antwoord is ja.

Maar we laten ons niet kennen, het zijn maar wolken, het zijn maar bergen, we kunnen dat ding heus wel terugvinden toch? Aan de hand van de laatste beelden proberen we de crashlocatie van de drone te bepalen, maar de mist gooit roet in het eten en we besluiten de zoekactie te staken tot de volgende ochtend. Die avond slapen we op 3200 meter in de wolken.

W

e worden helaas ook weer wakker in die verdomde wolken, met als extra kadootje: regen. We hadden gehoopt in een stralend blauwe ochtend te ontwaken, de berg te beklimmen en mét de drone weer naar de auto te huppelen. Maar goed, een beetje regen – daar kunnen we wel tegen, toch? We spreken we af: een uurtje zoeken, dan gaan we. Mirte maakt zich een beetje zorgen over de staat van de bergweggetjes in combinatie met de regen, maar ik zeg dat het allemaal wel mee valt – eerst die drone vinden! We klauteren glibberend de berg op, checken de screenshot van de laatste beelden, maar trekken na 20 minuten de conclusie dat de drone nog veeeeeel hoger op de berg moet zijn gecrasht. SHIIIIIT. Wanneer het dan ook nog begint te sneeuwen (!) geven we het op. We glibberen met handen en voeten de berg weer af, zitten onder de modder en dan begint het echt HARD te regenen. Precies op het moment waarop we ons realiseren dat er geen diesel meer in de tank zit. FUCK! Die moeten we nog bijvullen met de diesel uit de jerrycans…

In de zeikende regen klim ik het dak op, Mirte vangt de 20-liter jerrycans die ik van het dak gooi behendig op. Schenktuit erop en gaan… zou je denken! Maar de schenktuit lekt en alle diesel valt zo de modder in. Bij nadere inspectie blijkt dat het rubbertje aan de binnenkant van de schenktuit foetsie is… NONDEJUUUUU! De regen blijft maar komen en onze witte kolos begint langzaam weg te zakken in de klei… SNEL! Maar dat gaat niet! Hoe krijgen we de diesel in de tank zonder schenktuit?! Gaan we serieus net als de drone hier stranden op deze kutberg? NEEN! Want ons Mirt heeft een geniaal idee: KAUWGOM! Als twee bezetenen staan we in de zeikende regen twintig kauwgompjes kapot te bijten. We plakken ze ín de tuit en.. EUREKA! Het werkt! We gooien 40 liter in de tank, flikkeren onze klei/modder-schoenen in een vuilniszak en starten de motor. En starten de motor.. En starten de motor.. Olly heeft het koud en na de vierde keer wordt ie gelukkig wakker. We draaien, de wielen zakken weg, snel in z’n achteruit, in z’n eerste versnelling en vol vooruit, hobbel de hobbel, BRULLENDE MOTOR, en het werkt! Godzijdank! Met veel moeite slippen we de weg op.

M

AAR WE ZIJN ER NOG LANG NIET!!!!! Want de weg.. is weg. En heeft plaatsgemaakt voor MODDERSTROMEN!! Maar what goes up, must come down, zo ook wij. Nu gaan we kaarsrecht naar beneden, door de mist. De weg is een rivier geworden, Mirte slaat doodsangsten uit en ik doe net alsof ik alles onder controle heb. We rillen van de kou, zijn we nou echt in Iran!? De ene glibberende haarspeldbocht volgt de andere op. We zijn opeens de énige gekken op deze berg, waar zijn alle avontuurlijke Iraniërs gebleven?! Geen bereik, geen mensen, en geen zicht. Alleen wij, Olly, de berg en modder. Bij iedere bocht bidden we dat onze 6 meter lange bus geen slippertje maakt want dan zijn we héél snel beneden. Dan, na anderhalf uur ploeteren, bibberen en glibberen bereiken we eindelijk een soort van geasfalteerde weg. We zijn op 1600 meter en besluiten even te stoppen, een kopje koffie te drinken en droge, warme kleren aan te trekken.

Hopende het ergste achter de rug te hebben, rijden we verder. Dan zien we voor het eerst deze dag eíndelijk een tegenligger. Hij seint, we zwaaien terug, maar dit keer is het geen vriendelijke begroeting. Hij maant ons te stoppen, ons raampje gaat open en dan: de mededeling waar je PRECIES NIET op zit te wachten: ‘The road is blocked. Too much rain. Go back’… Fuck!!!!! We weten dat we over 40 km van de berg af zijn, en in de bewoonde wereld mét tankstations, mét bereik zijn, en nu zitten wel alsnog vast?! We kunnen niet terug: we hebben deze modderstroom naar beneden net overleefd en tegen een rivier de berg oprijden met 3,5 ton lijkt ons geen goed idee. Bovendien hebben we niet genoeg diesel om terug te gaan, want terug is terug de natuur in waar we net drie dagen zijn geweest, en we hebben civilisatie nodig. Wat nu? Afwachten? We hebben geen bereik! Argh! Heb vertrouwen. Alles komt altijd goed, toch?

En daar, uit het niets, stoppen twee 4x4 jeeps volgeladen met hippe Iraniërs. ‘Come with us! We have a home here’. Ze blijken een buitenhuis te hebben een dorpje even verderop en zijn zelf gisteravond al gestrand. Ze hadden vandaag eigenlijk allemaal moeten werken, maar door de roadblock kunnen zij ook de bergen niet uit. En ook zij hebben geen bereik – hun werk en families weten van niks. Even later zitten we met z’n allen rond de openhaard. We kletsen wat en de uren verstrijken. ‘Do you like kebab?’ JAZEKER houden wij nu van kebab! Honger!!! Op het haardvuur wordt vakkundig het vlees gelegd en de rijst wordt klaargemaakt. Snel komt ook de alcohol op tafel en gaat de Iraanse muziek aan. Van een ‘I Shouldn’t Be Alive-setting’, zitten we opeens in een Iraanse house party. Twee van onze nieuwe vrienden rijden naar de roadblock om informatie te verzamelen over de stand van zaken. Ze komen terug met nieuws: het gaat een paar dagen duren voordat de weg weer toegankelijk is. WAT!? Dan gaan we deze mensen wel héél goed leren kennen… Twee uur en heerlijke kebab later, krijgen we gelukkig van een dorpsgenoot bericht dat de weg over een uurtje weer begaanbaar is – wat een thriller!

We praten verder over van alles, dansen en lachen. Ze leggen ons uit dat het geen pretje is om op te groeien in Iran. Naast het feit dat het niet goed gaat met de Iraanse economie, dat het moeilijk is om een baan te vinden, is het grootste probleem toch de belemmering van hun vrijheden. En ze zijn bang dat het alleen maar erger zal worden, daarom zoeken ze allemaal op hun eigen manier naar een mogelijkheid om te emigreren. Aan de buitenkant lijkt Iran goed georganiseerd, maar als je doorvraagt schuilt er een duistere waarheid achter die façade.

En dat is dan ook de reden waarom we onderweg zoveel jongeren in 4x4 jeeps tegen zijn gekomen. In het weekend vluchten ze de natuur in, weg van de politie, weg van de sociale controle, weg van de regeltjes. Hier proeven ze twee dagen van semi-vrijheid. Maar niet elk weekend, want vaak zitten ze bij hun familie.

We genieten van onze kipkebab met rijst, nemen een klein slokje van de super sterke zelfgestookte alcohol en bekijken de romantische trouwfilm van een van de stelletjes. Dan nog even een paar selfies en we gaan weer op pad! We zijn er biijjjjnaa, we zijn er bijjjjjjna!...

Maar nog niet helemaaaaal! ‘The road is open’, betekent iets anders in Iran dan in Nederland. We komen aan bij wat dus de roadblock blijkt te zijn, en zien dat de weg plaatst heeft gemaakt voor een waterval. Een bruine water/modderstroom komt verticaal de berg af, waar wij horizontaal overheen moeten. Onze vrienden praten ons moed in: ‘you are heavy, we think you will make it, but go fast!’. Met die woorden rijden we het water in. We moeten er snel doorheen, maar niet té snel, want door de rivier zie je de weg niet meer en dus ook niet eventuele kuilen of stenen. Onze vrienden gaan ons voor. Ik trap op het gaspedaal en daar gaan we – omringd door water. Dan slippen de achterbanden weg, KUT! Gelukkig een rots en weer grip. We zijn er doorheen. Vóór ons ballen onze Iraanse vrienden hun vuisten uit het raam. YES!! We all made it! Wat een adrenaline.

Gister waren we nog gefrustreerd over onze oververhitte motor, maar vandaag zijn we zo trots dat ons Olly dat hij ons heelhuids deze berg af en door het water heeft gekregen.

Uitgeput komen we bij een hotel aan, de warme douche is hemels, we rammen twee zakken chips naar binnen, noemen het ons avondeten, en ploffen in bed. We zien half in slaap nog een WhatsApp-berichtje van onze Iraanse vrienden uit Qazvin die ons mee uit eten hadden genomen: ‘Are you ok? There has been heavy rainfall and floods in this part of Iran – you should be really careful’. Wat wordt er goed voor ons gezorgd in dit land. We vallen in slaap – morgen een nieuwe dag – even genoeg natuur gezien: Teheran here we come!

P

HOTO

ALBUM

ALAMUT

Genoten van dit verhaal?

Wij brengen ze nu naar buiten.

Maak kennis met Time Travel Tours →