Tarof & Tapijten

Spit#26 · Iran

Tarof & Tapijten

I

sfahan blog part II!

We zijn nog steeds in Isfahan! Jeuj! Waar het in de vorige blog vooral over mijn chagrijn en de esthetische schoonheid van de stad zelf ging, richten we ons in deze blog op de prachtige inwoners van Isfahan! En dan vooral over Ali en Hossein.

We voelen ons inmiddels helemaal thuis tussen de parken, pleinen, boulevards en paleizen van Isfahan, en deinen rustig mee met het ritme van de stad; vroeg opstaan, siësta in de middag en ’s avonds weer op stap. Net als de winkels: ze zijn ’s ochtends open tot een uur of 12 en ‘s middags openen ze hun deuren dan weer om 17u, om de hele avond open te zijn. Super logisch want ’s avonds heb je tijd om de stad in te gaan. Ali, die jullie straks beter zullen leren kennen, viel van zijn stoel toen wij vertelden dat in Nederland de winkels om 18u dicht gaan. ‘But what do you do in the evenings??????????’ Uhmm.. TV kijken?

Dus we lopen ’s avonds lekker door de gezellig verlichte winkelstraten en pakken een burgertje. De politiek mag zich dan afzetten tegen alles wat Amerikaans is, de mensen hier omarmen de Amerikaanse fastfood cultuur. Op elke hoek van de straat vind je wel een burger of pizzatent.

M

aar aan dat lanterfanten komt plots een eind wanneer het 4G icoontje op onze telefoon verandert in een cirkel met een streep erdoor: geen netwerk! Oh jeej, probleem. Dan weet je al hoe laat het is: tijd voor een avontuur!

We hebben meneer of mevrouw HAMTA maar twee dagen om de tuin weten de leiden met onze nieuwe simkaarten, want nu lijken onze toestellen toch echt officieel afgesloten. Wat moeten we doen? Een hotspot maken met een ander toestel! Alleen de oude iPhone van Mirte is zo gaar dat we de hotspot functie niet aan de gang krijgen. Na een ochtend aanklooien geven we het op. Er zit niks anders op dan onze telefoon te laten registreren bij meneer of mevrouw HAMTA, maar de website waarop je dat kan doen is in het Farsi… zucht… wat nu?

Aan onze bus zien we een briefje hangen. Het is een uitnodiging om een gratis kopje koffie te komen drinken in het café op het dakterras van de bioscoop naast onze parkeerplek. Het briefje is in foutloos Engels geschreven… Mmmh.. Wacht eens even, misschien kan deze vriendelijke vreemdeling ons helpen met ons telecom probleem… En zo komt Ali ons leven binnenwandelen.

Nadat we ons te goed hebben gedaan aan het beste ontbijt dat we sinds een lange tijd hebben gehad (inclusief bacon, koeienbacon wel, geen varken uiteraard…), schuift Ali, de schrijver van het briefje en eigenaar van het café bij ons aan en begint zich gelijk te verdiepen in ons probleem. De conclusie is demotiverend: nadat je telefoon eenmaal is afgesloten is het niet meer mogelijk om je toestel te registreren… ooooh sweet babyyy jeeesus have mercyyyy! INTERNET = LIFE! Hoofdschuddend zegt Ali: ‘why do they make it so difficult for tourists!?’ Dat zouden wij ook wel willen weten! Maar Ali komt gelijk met een oplossing: hij kan een Mifi-router voor ons bestellen. Een Mifi-router is een klein kastje waar je een simkaart inpropt en zo een hotspot maakt waar onze telefoons verbinding mee kunnen maken. Omdat dat kastje uit Iran komt, is hij automatisch geregistreerd bij meneer of mevrouw HAMTA! Muahahaaa op die manier omzeilen we het hele probleem! Ali belt een mannetje en die zorgt dat het kastje bij het café wordt afgeleverd. YEHESSS!

A

li heeft een maand geleden zijn prachtige café Sequence geopend op het dakterras van een nieuwe bioscoop. Het uitzicht is prachtig, we kijken uit over de Si-o-se-Pol brug en de droge rivier, en aan de andere kant zien we het silhouet van de bergen die Isfahan omringen. Op de achtergrond speelt muziek uit Iraanse en Europese films, waaronder de soundtrack van Amelie. Het restaurant is stijlvol en eigenhandig ingericht, aan elk detail is gedacht. Is dit ongegeneerde sluikreclame? Ohjah zeker! Maar er is geen woord van gelogen!

We spreken af dat we later op de dag terugkomen om het kastje op te halen. Wanneer Mirte wil betalen voor het ontbijt, gebeurt er iets typisch Iraans: Tarof. Wanneer Mirte vraagt of ze kan betalen antwoord Ali haar met: ‘Please, be my guest’ terwijl hij zijn handen omhoog houdt. Erg verwarrend, betekent dit dat we niet hoeven te betalen? Zo komt het wel op ons over, dus vraagt Mirte het nog een keer, ‘Can I pay?’ We krijgen hetzelfde antwoord. Oke… blijkbaar is niet alleen de koffie maar ook het ontbijt gratis? Dus we willen weglopen, waarop Ali hard begint te lachen. ‘No, no, you do have to pay! Have you heard of Tarof?’

Tarof is een Iraanse beleefdheidsvorm die Ali perfect weet uit te leggen: het is alsof je iemand uitnodigt in je huis terwijl je de ingang blokkeert door er zelf voor te gaan staan. De ongeschreven regel is, dat als iemand je iets aanbiedt, je dan drie keer moet weigeren. Wordt het je voor een vierde keer aangeboden, dan weet je dat het oprecht is en kun je het aanbod aanvaarden! Nou, dat hoef je bij een Nederlander niet te flikken Ali, als iemand impliceert dat er niet betaald hoeft te worden zijn we weg!

W

e zoeken de bazaar weer op, ditmaal met een missie: een Perzisch tapijt voor Olly! Ik heb er niet zoveel zin in, gezien onze ervaringen tijdens de Free Walking Tour, maar een mooi tapijt in de bus zie ik ook wel zitten, dus vooruit dan maar.

We betreden de wonderlijke wereld van de Perzische tapijtenhandel; een wereld waar Mirte het vuur aan de schenen van de handelaren legt door haar ijskoude en keiharde onderhandelingstactieken. En ik sta er een beetje met een knoop in mijn maag van ongemak en awkwardness bij. Ik kijk toe hoe de tapijthandelaren al hun charmes en kennis in de strijd gooien om Mirte te behagen. Maar Mirte die kruist haar armen en gooit er dingen uit als ‘aaaand… do you have a special price?’ ‘Hmmm… this carpet is a bit damaged, can you give discount?’ Wanneer Mirte het voor elkaar heeft gekregen om de prijs van een tapijt naar beneden te lullen van €280,- naar slechts €100,- (ja deze handel gaat niet geheel verrassend in euro’s en niet in Iraanse Rial..) zegt ze: ‘We don’t have any Euro’s with us right now’… Wat simpelweg waar is, maar de man denkt dat het weer één van haar onderhandelingstactieken is. Met een treurig gezicht vertelt hij dat hij vandaag nog geen tapijt heeft verkocht, en er bijna geen toeristen zijn omdat veel vluchten naar Iran zijn geschrapt. Mirte verrekt geen spier en zuchtend haalt hij zijn rekenmachine tevoorschijn waar hij driftig op begint te rammen. Opeens roept hij: ’90 euro’s, I can make the price 90!’ Waarop ik super bleu antwoord: ‘no no that’s oke, we REALLY don’t have the money on us’. Mirte kijkt me vernietigend aan en sist dat ik m’n kop moet houden. Dit gezucht en gesteun van de man is natuurlijk een spelletje wat de verkoper met ons speelt, maar ik heb het serieus te doen met de arme vent… Ik bak er helemaal niks van, dat afdingen is niks voor mij.

Onze zoektocht naar het perfecte Perzische tapijt gaat verder. Bij winkels krijgen we thee aangeboden, mierzoete karamel snoepjes, en de tapijten vliegen ons om de oren, in alle kleuren, maten en geuren. De verkopers proberen ons te betoveren met wetenswaardigheden: deze tapijten worden met de handgemaakt door nomaden, de kleuren halen ze uit de natuur, de patronen weven ze uit het hoofd… Beetje bij beetje worden we betoverd. Wauw. De patronen zijn inderdaad prachtig, de kleuren zijn geweldig. Maar ons tapijt zit er niet tussen.

W

e gaan weer terug naar Ali, die ondertussen de gehele handleiding van onze Mifi-router heeft doorgespit en bezig is met de installatie. Wat een held! We hebben weer internet! Yes! We vertellen Ali over ons tapijtenavontuur en hij moet lachen. Hij vertelt ons dat €90,- een goede prijs voor dat tapijt was geweest en hij complimenteert ons dat we dat voor elkaar hebben gekregen, want Isfahan staat bekend om haar gehaaide verkopers. Of zoals Ali zegt: In Isfahan they will paint a cucumber yellow, and sell it as a banana!’ We leuten de hele avond thee met Ali en eten ons zoveelste taartje. Ali is ook benieuwd hoe wij wonen. We nodigen hem uit voor een bakkie leut in onze bus. Morgen kan hij alleen niet, want dan heeft hij militaire dienst. We zien hem overmorgen weer bij ons thuis.

D

e volgende dag besluiten we terug de bazaar op te gaan voor een laatste zoekpoging voor ons tapijt… We lopen langs een super chique winkel. De winkel is stijlvol ingericht met een natuurstenen vloer waarop een houten palenconstructie rust alsof je je in een nomadentent bevindt. In de winkel liggen stapels en stapels met tapijten. We lopen naar binnen met het idee er niks te zullen kopen, dit is de crème de la crème, hier hebben wij zwervers niks te zoeken.

We worden kalm ontvangen door Hossein, de eigenaar. Ik vind hem moeilijk te peilen, hij doet heel nonchalant. In plaats van te verkopen begint hij te vragen, waar komen we vandaan, wat doen jullie in Iran? We vertellen ons verhaal en zijn ogen beginnen te glimmen. Hij strooit met mooie one-liners: ‘There is a Persian saying: when you are young, you have teeth but no bread. When you are old, you have bread but no teeth. You have done the right thing, seeing the world when you are young.’

Ondertussen vertellen we wat we zoeken: een tapijt van maximaal 50 centimeter breed en 2,40 meter lang. Hij weet precies wat we bedoelen, knipt in zijn vingers en drie man personeel gaat aan het werk. Het ene na het andere tapijt wordt uitgerold. En dan rolt er een uit die de vonk doet overslaan, ons tapijt. Hussein vertelt ons dat dit tapijt 40 jaar oud is en gemaakt door nomaden uit het noorden. Het is een scheef tapijt, met wat vlekjes, een mooi patroon met kleine afwijkingen. Dit is vaak zo bij nomadentapijten omdat er in de schemer aan wordt gewerkt. Voor de rand van het tapijt is geitenhaar gebruikt omdat dit een ruwer materiaal is, waar een slangentongetje niet van houdt, ingenieus! Een goed tapijt gaat wel 200 jaar mee, dus het is nog piepjong! We zijn verliefd. De prijs is €90,-, precies dezelfde prijs als het tapijt van gisteren, dat half zo mooi was als deze, en een Khilim is, een tapijt dat gebruikt wordt om op te zitten in plaats van lopen. Dit is een koopje, voelt goed en Mirte houdt haar onderhandelingstechnieken dan ook in haar zak. Inpakken en wegwezen.

O

mdat we zo geïnteresseerd zijn in de tapijten, overhandigt Hussein een Nederlandstalige versie van een boek over de tapijtenhandel in Isfahan, waar hij zelf een hoofdrol in speelt! Ik vraag of ik het mag lenen. Dat mag, en ik beloof het over een paar dagen terug te brengen. Het is een prachtig waargebeurd verhaal geschreven door de Spaanse schrijfster Ana M. Briongos – ‘Mijn leven in Iran’. Een aanrader voor mensen die nog meer wil weten over de tapijtenhandel in Iran. Om je een inkijkje te geven, hier een passage uit het boek:

*Een Perzisch tapijt is meer dan een luxe. Het is tegelijkertijd een opeenhoping van ambachtelijke kennis, een bron van geld, de vloer van een nomade, de pracht een praal van paleizen, plek voor het gebed, getuigenis van duizendjarige cultuur en een pad waarlangs je kunt dwalen met je blik en je geest. Er is een beroemd tapijt in 946 dat een prachtig opschrift heeft van Massud Kashani: ‘Bij gebrek aan een schuilplaats ben jij mijn drempel en enige rijkdom’. Die woorden deden mij op een intuïtieve en rake wijze, alsof het ging om een openbaring, de vergaande waarde van een tapijt inzien: voor een nomade die gewend is aan een leven van trekken van het ene naar het andere land, waren die wonderlijke knopen van wol de grond van een thuis dat hij nooit zou hebben. Door zijn tapijt te gebruiken om erop te liggen, om er zijn weinige etenswaren op uit te spreiden, had de nomade geleerd om onderscheid te maken tussen wat van hem en wat van een ander was, deze rechthoek van geweven draden was zijn wereld, en daar had hij genoeg aan. *

Wanneer we twee dagen later het boek terugbrengen, worden we direct op de bank neergezet en wordt er chai geserveerd. We praten met Hossein over het boek, zijn leven en de tapijten. Hij strooit met verhalen en anekdotes. We zitten op onze puntjes van de bank, wat een innemende man.

W

e hebben geluk, er is net een pick up-truck vol met nieuwe aanwinsten binnengekomen. Leun lekker achterover, zegt Hussein, en geniet. Dit is, zo vertelt hij, het mooiste moment voor hem en zijn mannen: het uitrollen van de tapijten die ze van de nomaden hebben gekocht. Eerst zijn ze grondig en professioneel gewassen zodat ze hun originele ‘gloed’ weer terug hebben, en nu worden ze stuk voor stuk bekeken.

En die ‘gloed’ schiet als een bliksemschicht door onzer zielen wanneer het eerste tapijt wordt uitgerold… Mijn hemel… De haren op onze armen springen overeind, een warm gevoel maakt zich meester, we weten niet wat we zien! Nu snap ik wat al die pretentieuze kunstkenners roepen wanneer ze beweren ‘geraakt te zijn’ door een schilderij. Terwijl ik het Kröller Möller in 30 minuten ‘wel gezien’ heb. Dit is niet normaal… Dit is, wat mij betreft, kunst in zijn puurste vorm. Te bedenken dat iemand de wol van zijn schapen zo’n kleur kan geven om vervolgens met zijn eigen blote handen in een patroon van duizenden knoopjes tot een tapijt kan omtoveren… en dat allemaal uit het blote hoofd! Machtig!

Hussein vertelt honderduit, de gebruikte vezels zijn altijd natuurlijk en afkomstig van het vee dat specifiek is voor de streek van de nomaden: wol van schapen, geiten en vooral kamelen, gemixt met katoen en zijde! De wol wordt geverfd met kleuren die uit diezelfde natuur worden gewonnen: geel halen ze uit de schil van een granaatappel, bruin wordt gewonnen uit walnoten, henna voorziet in verschillende tinten oranje, de ronas wortel zorgt voor de kleur rood en ga zo maar door. Deze geheimen worden van vader op zoon en moeder op dochter doorgegeven.

De waarde van een tapijt wordt vastgesteld door het aantal knopen per vierkante centimeter, de leeftijd van het tapijt en hoe goed de kleuren bewaard zijn gebleven. Er zijn grofweg twee categorieën: tapijten uit de fabriek en nomadische tapijten. De tapijten uit de fabriek worden nog steeds door mensenhanden geknoopt maar met een voorbedacht, bestaand patroon. De waarde van een tapijt wordt bepaald door het aantal knopen, de symmetrie van het patroon en het aantal uren dat er in is gestoken. Nomadische tapijten zijn vrolijk, decoratief, vaak onregelmatig, geknoopt in de schaduw van een tent of plattelandshuisje en altijd uit het hoofd gemaakt volgens de patronen van de voorouders van een stam, familie of volk van de streek. Fouten en kleurverschillen zorgen er juist voor dat waarde van het tapijt stijgt, het toont de authenticiteit.

Wanneer ik Hossein vraag of hij een favoriet tapijt heeft, antwoordt hij als een waar Iraniër en poëet: ‘Carpets are like children. Some have an ugly nose, some are beyond beauty, some lack this or that, but they will always be your children. You love all of them.’

D

e manier waarop hij met zijn vingers naar zijn medewerkers knipt stoorde me, het voelde een beetje respectloos. Maar niets is minder waar. In het boek lees ik dat er een strikte hiërarchie bestaat binnen de bazaar, een structuur waarbij de rijkste kooplieden goed zorgen voor hun personeel en diens familie. Het personeel wordt alle kneepjes van het vak geleerd en zodra ze er klaar voor zijn, krijgen ze een eigen plekje en kans op de bazaar, waar ze in eerste instantie de tapijten van hun ‘patroon’ verkopen. Ze betalen de inkoopprijs pas op het moment dat het tapijt is verkocht. Op die manier hoeven ze zich niet in schulden te steken en kunnen ze langzaam hun eigen handel op poten krijgen. Zo heeft Hossein het vak van zijn patroon geleerd, waarbij de rollen zijn nu omgekeerd: Hussein zorgt nu voor de oude dag van zijn patroon, omdat hij ervoor gezorgd heeft dat Hussein en zijn familie er nu warmpjes bij zitten. Een sociaal vangnet binnen de bazaar. Een bekende groet op de bazaar gaat dan ook als volgt: dat uw schaduw lang en blijvend mag zijn; dat u lang (blijvend) en rijk (lange schaduw) mag leven. Met een lange schaduw bedoelen ze dat je maar voor veel mensen mag zorgen want dat staat gelijk aan rijkdom. Misschien heeft ons Mark het toch bij het juiste eind: de participatiemaatschappij, dat ben jij!

Het ene na het andere tapijt wordt uitgerold, het één nog mooier en complexer dan het ander. Het voelt alsof het Sinterklaasavond is, Kerstochtend en onze verjaardag in één is! We springen iedere keer weer op van de bank, knielen naast het tapijt, halen onze vingers erdoorheen, zo dik, zo glanzend, zoveel knopen, zulke complexe patronen. Welke onaardse wezens knopen deze donzige wollen kleden?

B

OOEMMMMM! We zijn verkocht, betoverd, wauw! Waar zijn deze nomaden, we willen ze ontmoeten! Maar eerst gaan we op jacht naar gebakjes, want vanavond komt Ali op de koffie! We bestellen een hele doos vol prachtige gebakjes, en schrikken van de prijs… €1,20,- Waar doen ze het van?

En daar is Ali, met zijn gulle lach. Het voelt alsof we al jaren bevriend zijn. We keuvelen, lachen en drinken twee potten koffie en eten ons door een doos gebakjes heen. Hij vertelt hoe zijn vader heeft gevochten in de achtjarige Iran-Irak oorlog in de jaren ’80, waarbij miljoenen doden voelen. Deze oorlog is voor Iran wat voor ons de Tweede Wereldoorlog is. Zijn vader was met het leger in een vallei, wanneer hij de manschappen even verliet om naar de wc te gaan. Toen hij terugkwam waren al zijn kameraden gedood in een luchtaanval. Maar we hebben het ook over hoe traumatisch de laatste aflevering van Friends was, hoe awesome de serie Band of Brothers is, en hoe geniaal de Pixarfilm Inside Out.

De wereld is zo klein geworden, we zijn allemaal hetzelfde, we dromen allemaal van een vredige, welvarende, succesvolle toekomst voor onszelf en anderen. Wanneer we Ali vragen wat hij vindt van het regime in Iran, is het antwoord economisch: ik wil weten waar ik aan toe ben. Hij legt uit: als jij aan het sparen bent voor een nieuwe telefoon van 700 euro, dan doe je daar een jaar lang je best voor en dan weet je dat je die telefoon kunt kopen. In Iran, kan diezelfde telefoon in twee dagen tijd drie keer zo duur, of helemaal niet meer te koop zijn. Ik weet dus totaal niet of mijn investering morgen net zoveel waard is als vandaag. Hij kan geen plannen maken voor de toekomst, omdat per week de economische situatie kan veranderen. We begrijpen hem, wij hebben het geluk dat de Euro zo stabiel is, dat we deze reis kunnen maken. Een reis die Ali ook wel graag zou willen maken.

P

HOTO

ALBUM

ISFAHAN

Genoten van dit verhaal?

Wij brengen ze nu naar buiten.

Maak kennis met Time Travel Tours →