LOVE FOR LEVIES

Spit#33 · Pakistan

LOVE FOR LEVIES

F

reunden..

Het is D-day, GO-time, in konvooi door Pakistan! We zijn gelukkig niet alleen: onze Deutsche Freunden Alex en Laura zijn van de partij met hun Volkswagen T4, Paul en Pien scheuren mee in hun Toyota Landcruiser en een Duitse Rastafari genaamd Ben crosst mee op zijn 500cc eencilinder crossmotor. We hebben redelijk geslapen op de binnenplaats van de gevangenis aan de grens. We drinken een kop koffie, eten een bak cornflakes, praten elkaar wat moed in en dan zwaait het hek van het politiecompound open, we zijn los!

De eerste 700 kilometer rijden we vlak langs de grens met Afghanistan door de provincie Baluchistan. Al jaren voeren nationalisten uit Baluchistan een guerrilla-oorlog tegen de Pakistaanse overheid en burgers in deze regio. De nationalisten willen onafhankelijkheid en zeggenschap over de natuurlijke bronnen. Deze provincie is namelijk erg rijk aan gas en olie, maar de mensen zien hier zelf niks van terug. Baluchistan is de armste provincie van Pakistan.

V

oor ons rijdt een pick-up truck, achterin zitten twee gemaskerde mannen, beiden dragen ze een AK47. Eén van hen heeft zijn machinegeweer zodanig op zijn schoot liggen dat de loop zich recht op mij richt… Slik… Rustig draai ik het stuur wat naar links… Zodat de loop zich nu recht op Mirte richt… Zo, dat lucht op. Nee natuurlijk niet! WHAT DE FUCK IS DIT!? We scheuren met een rotvaart verder door deze godverlaten woestijn, maar stoppen om de 30, soms zelfs 10 kilometer bij een checkpoint waar we onze paspoorten moeten laten zien. Alle gegevens, inclusief visa gegevens worden in papieren schriftjes gekrabbeld. Soms moeten we het zelf invullen en gaat het boek van hand tot hand.

W

e rijden verder en de weg houdt op. De Levies rijden ontiegelijk hard, jezus dit kan onze bus niet aan maar we willen ook niet achterblijven in het gevaarlijkste gebied van Pakistan. En ja hoor, wij zouden onszelf niet zijn als we na een half uur rijden het hele konvooi tot stilstand zouden dwingen. KRAAAAAAAAAAAAAAKKKK gevolgd door een diep gegrom, ik trap vol op de rem. KUT!

Lekke band, kan niet anders. Maar wanneer ik uitstap zie ik een heel spoor van nattigheid achter Olly. Shit! De dieseltank? What the fuck ligt er onder de auto? De watertank! Oh gelukkig! Wacht? De watertank? FUCK! DE WATERTANK IS LOSGEKOMEN! De band die hem vasthield is geknapt, en de tank zelf is helemaal opengescheurd omdat we hem zeker 100 meter hebben meegesleurd over deze afgeragde klote wegen. MIJN GUTE GOTE WE ZIJN NOG GEEN HALF UUR ONDERWEG!

En daar staan we dan, langs de kant van de weg, midden in Baluchistan, met gewapende mannen die toekijken hoe ik zo snel als ik kan de watertank probeer te demonteren. Gelukkig is de waterpomp in Albanië al een keer gesneuveld waardoor ik precies weet waar alles zit, hoe ik erbij kan komen en het kan verwijderen. Paul helpt me een handje en binnen 20 minuten hebben we de tank verwijderd. We stappen weer in de auto, kijken elkaar aan, schieten in de lach, halen onze schouders op en rijden rustig verder. We wisten dat er iets zou gebeuren, we wisten niet wat en hadden het zeker niet zo snel verwacht, maar het zou gebeuren, het is nu gebeurd en het zal ooit weer gebeuren. Achjah, het went!

W

e stoppen maar weer eens bij een checkpoint, waar wat verwarring heerst. Er wordt gevraagd om ons Fathers Name. Oké.. De mijne heet Jaap en die van Mirte heet Paul. Pas een paar checkpoints later worden we er door onze Duitse vriend op gewezen dat ze met Father’s Name, je achternaam bedoelen… Aaaaaaah juist, logisch… Vanaf dat moment gaan we verder door het leven als Mirte Paul en Frits Jaap. Joe!

Het rijden, stoppen, gegevens invullen, rijden, stoppen, gegevens invullen, rijden, stoppen, gegeven invullen, begint al snel te vervelen. We hangen in de stoelen te wachten totdat het onze beurt is om Frits Jaap en Mirte Paul te noteren om vervolgens weer 10 kilometer te rijden, wat een omslachtige bullshit! Maar je kan niet boos worden, want de Levies, onze escorten, zijn ontzettend aardige kerels, soms wat nors maar dat kan je ze niet kwalijk nemen. Elke dag offeren zij zich op om ons te beschermen. En dat is niet zonder gevaar, enkele weken geleden zijn er nog politieposten aangevallen waarbij enkele Levies zijn ontvoerd. We zien kinderen pistoolgebaren naar ze maken wanneer we voorbijrijden. Blijkbaar is niet iedereen fan van onze helden.

Na meer dan 340 kilometer in 10 uur af te hebben gelegd komen we uitgeput aan bij onze eerste stop in een gammel hotel. Gelukkig kunnen we in onze eigen wagens slapen en mag Ben een tentje in de tuin opzetten.

D

e volgende dag ligt er 430 kilometer aan ‘asfalt’ op ons te wachten. Ook deze keer stoppen we met enige regelmaat om onze gegevens door te geven. De lol is er een beetje af. Maar het landschap is magisch… Hebben we onze tijdmachine dan toch gevonden? Het saaie asfalt wordt zo nu en dan onderbroken door hectische, uit de klei opgetrokken dorpjes waar houten karren met ezeltjes de boventoon voeren. We zien kamelen die karren vol bakstenen trekken, op straat hangt het vlees aan grote haken, zitten de plofkippen gewoon in het zicht, de waterbuffels sloffen sloom over straat, we zien overal tuktuks, en horen muziek! Ja mensen, we horen weer muziek op straat, het eerste sterke contrast met Iran! Gek he? Het is voor ons ook even wennen, net als de mensen op straat, die staren je gevaarlijk aan… Totdat je lacht en zwaait, dan klaart hun hele gezicht op en zwaaien ze vriendelijk terug. Je ziet ze denken: hmmm… Misschien toch niet zo’n verkeerde lui, die Westerlingen.

Maar de wegen hier zijn levensgevaarlijk, we rijden hier gezellig links, maar mijn stuur zit ook links en inhalen doen we via rechts… Dus als we moeten inhalen, iets wat we regelmatig moeten doen aangezien de vrachtwagens hier tot de max worden beladen en dus amper vooruit komen, sterker nog de meeste staan stil omdat de achteras is afgebroken omdat ze 7 gigantische marmeren blokken hebben ingeladen… maar goed waar was ik? Ohja inhalen! Die sukkels moet je dus inhalen en dat gaat als volgt: ik stuur langzaam naar rechts, Mirte kijkt om het hoekje van de truck voor ons en roept: nee, JA!, nee, nee, NEE, SUPER NEEEEE!!! ‘Super nee’ betekent een harde ruk aan het stuur naar links om ternauwernood de KILLERBUSSEN te ontwijken… dit zijn een soort BBA bussen on steroids met suïcidale chauffeurs die met 130 links en rechts inhalen… Werkelijk ungelaublich!

E

n zo scheuren we door, we kijken onze ogen uit en houden onze harten vast, maar stoppen is geen optie, GAS GAS GAS! Maar dan wordt het langzaam donker, we naderen de grootste stad van Baluchistan: Quetta… Fuck. Het wordt chaotischer en chaotischer maar tegelijkertijd ook magischer. De donkerte maakt deze plek nog obscuurder, tientallen, honderden, duizenden, miljoenen mensen scharrelen hier in een kakofonie aan obscure geluiden, lichtflitsen van lasapparaten braken felle vonken uit die huiverige schaduwen produceren en kortstondig mannen met lange baarden blootleggen. Ik weet niet waar ik kijken moet, en tegelijkertijd krioelen de brommers, auto’s, bussen, ezels, kamelen en fietsers kriskras om de bus heen terwijl het groot licht van de achterbuurman mijn achteruitkijkspiegels verblinden. Gewoon gas geven, ik ben groter dan jullie en heb die bullbar er niet voor niks op gelast (lees: Justin). Het werkt, ze durven dichtbij te komen maar respecteren mijn ruimte, het is als fietsen in Amsterdam, gewoon gaan er op vertrouwen dat de ander ook weet wat hij doet.

E

n dan duiken er vanuit het niets een zestal motoren op, gemaskerde mannen, met zwarte helmen, kogelvrijvesten en mp5 machinegeweren… Holy shit! Het lijkt wel een SWAT-commando, en dat is het ook! Gelukkig staan ze aan onze kant. Ze schieten voor ons uit, springen van hun motor terwijl de rest doorrijdt naar het volgende kruispunt en houden het verkeer tegen zodat wij op vol vermogen door kunnen blazen! Holy Shit! Het is alsof de presidentiele entourage de stad binnen komt rijden, even voel ik me als Mark Rutte en ik kan je vertellen dat voelt verdomd goed! De aso die de hele tijd met zijn groot licht achter me rijdt, blijkt een pick-up truck met geschutskoepel te zijn, joe! En zo scheuren we in een doldwaas tempo door de stad heen, politiesirenes schallen door de nacht, we zigzaggen door wat politiebarricades en zijn eindelijk in veiligheid. De adrenaline gutst door de adertjes. DIT WAS FUCKING VET!!!

W

e slapen die nacht op het politiebureau in Quetta. De politiechef zegt tegen Ben dat hij naar een hotel moet omdat hij geen auto heeft waar hij in kan slapen. Dat laten we niet gebeuren en dus slaapt Ben gezellig bij ons in de bus. Eén team, een taak. We staan met onze auto’s op niets minder dan een vuilnisbelt geparkeerd. Gelukkig eten de geitjes al het plastic rondom ons netjes op.

De volgende dag hoeven we niet te rijden, niet omdat ze ons rust gunnen maar omdat we een NOC moeten regelen, een formulier waarop staat dat we zonder escorte mogen verder rijden. De grap is, dat dat sowieso niet gaat gebeuren, want tot aan Lahore (lees: grens met India) moeten we in konvooi rijden. Dus waarom dat document, geeeeeen ideeeee!! Maar het levert wel een hilarische dag op!

We stappen met zijn allen in een zwaarbewapende tuktuk en zo scheuren we door de stad, de mensen die achter ons rijden, kijken verbaasd naar binnen. Wanneer we aankomen in het gebouw waar we ons NOC moeten aanvragen, belanden we in een kamertje waar de papierstapel tot aan het plafond rijkt… Als die lui ooit gaan digitaliseren, hebben de stagiaires daar een groot probleem. Een man begint driftig onze paspoortgegevens in te rammen, terwijl een andere man druk is met patience. Gelukkig staat de gasverwarming op vol vermogen te loeien want het is buiten slechts 28 graden… Joe!

D

an worden we prompt de gang in gedirigeerd, een trap op en zo met zeven man een kleiner hokje in gepropt, waar drie mannen ons aanstaren, waarvan er eentje zijn sigaret uitdrukt op de muur. Dan blijkt dat er nog een vierde man gehurkt in de hoek aardappels zit te schillen… Tuurlijk. De deur zwaait steeds open in Ben zijn gezicht (het is echt een heel klein kamertje) en dan schiet er weer iemand naar binnen waardoor het nog benauwder wordt. Dan worden we weer naar buiten geëscorteerd, what the fak hebben we hier zojuist gedaan? Maar voordat we hier een antwoord op hebben zitten we alweer in de volgende kamer, waar een hele serieuze man achter een groot bureau ons rustig aanstaart, naar ons paspoort kijkt en roept: ‘WHERE ARE YOU FROM?’ Uhm… Nou als je kon lezen dan zou je zien dat ik uit Nederland komt maar fijn dat je het vraagt. En zo worden we nog naar 3 a 4 kamertjes geleid, niemand is echt blij ons te zien maar willen ons wel even gezien hebben zodat ze zich belangrijk voelen, of aan anderen kunnen laten zien hey kijk dan, deze Westerlingen hebben zojuist in mijn sigarettenlucht gestaan en zijn toen weer doorgelopen… Lang verhaal kort: na 4 uur hebben we het document waar we geen fuck aan hebben. Gelukkig rijdt onze gewapende escorte nog langs een burgertentje zodat de dag toch nog nuttig is.

Eenmaal terug op het politiebureau, chillen we nog even met de lokale jeugd, die ons trots hun geiten laten zien. Paul en ik spelen nog een stoffig potje voetbal, waar we ontzettend in uitblinken maar vooral omdat die gasten echt voor geen meter kunnen voetballen. Ben kan niet verder op zijn crossmotor. Hij voelt zijn billen nog steeds niet en de dagen zijn te lang en te intens om op de motor te doen. Wachts eens even, wij hebben een scooterdrager.. Zou zijn motor daarop passen, dan kan hij gewoon met ons meerijden. Maar wat doen we dan met de DAX? Ideetje: is dit onze window of oppurtinity om de DAX achter te laten op het politiekantoor? We hebben er alleen maar gezeik mee en we komen er sowieso India niet mee in zonder Carnet de Passage want dat is het meest bureaucratische land wat er is. Een half uur later hebben we een officieel Word-document met een stempel van de Quetta Police Station! . Dit kunnen we dan laten zien bij de Pakistaanse grens wanneer ze zien dat er in mijn paspoort staat dat ik een brommer bij me had. TOP! Alhoewel mijn hart toch een beetje breekt…

Maar in ruil voor DAX krijgen we er een adoptiekindje voor terug. De motor past alleen niet op de scooterdrager, maar blijkbaar wél binnen IN de T4 van Alex en Laura. Ben kruipt vervolgens bij ons in de auto.

B

en is een super mooie kerel, en we zijn blij dat hij met ons mee rijdt, hij helpt mee met het spotten van killerbussen, en hij heeft mooie avonturen te vertellen. Hij woont in het Schwarzwald bij een homofiele bejaarde boer op het erf die hij helpt met het kappen van bomen in ruil voor onderdak. Hij woont in een 508 die hij heeft omgebouwd tot tiny house! Vet! Maar zijn reden om deze reis te maken is nog veel vetter: in Duitsland is hij zijn rijbewijs kwijtgeraakt omdat er THC in zijn bloed was ontdekt, hierdoor kun hij niet meer naar zijn werk rijden en sinds er geen openbaar vervoer is, had hij een probleem. Dus bedacht hij, ik kan hier wel blijven zitten treuren of gewoon naar India scheuren! Omdenken noemen we dat!

En zo slapen we allemaal nog een nachtje op de vuilnisbelt naast het politiekantoor en gaan we met z’n allen door naar dag 4 van het konvooi.

P

HOTO

ALBUM

TAFTAN

PHOTO

ALBUM

DALBADIN

PHOTO

ALBUM

QUETTA

Genoten van dit verhaal?

Wij brengen ze nu naar buiten.

Maak kennis met Time Travel Tours →