
ariom Volgelingen!
Na onze Vipassana meditatiecursus zijn we ingecheckt bij een heerlijk resort, en na 4 dagen resort kennen we het muziekbandje dat ‘ter ontspanning’ zachtjes door de speakers komt, uit ons hoofd. Tijd om te gaan! Maar niet voordat we nog even een bezoekje brengen aan de tandarts. Mirte heeft het tijdens de meditatiecursus voor elkaar gekregen om een stukje tandenstoker vast te zetten in haar tanden en dat stukje weigert sindsdien elke vorm van beweging. Na lang zoeken en met behulp van een medewerker van ons resort vinden we de tandarts. Mirte kan gelijk doorlopen en zonder een woord te zeggen begint te man met boren… Uh… We hebben een blind vertrouwen in de Indiase tandheelkunde… En ook geen enkele andere keus!
Als we eenmaal buiten staan, is de tandenstoker vakkundig verwijderd en doet de verdovende zalf wonderen! Lang leve de Indiase tandheelkunde! Oh en nog gratis ook, we krijgen spontaan flashbacks naar Iran! Maar wat nu? Waarheen? Leidt de weg? Of wordt het een lijdensweg? We willen ons nog niet overgeven aan de Indiase gekte, deze rust, dat bevalt ons wel. Dus met de laptops op schoot zoeken we naar een ashram, een commune, een stukje paradijs, rust, zonder getoeter, koeien op de weg, kak, pissende mensen, herrie, vuilnis, starende ogen, niets van dat alles. En dat denken we gevonden te hebben in Pushkar, bij de Hariom Ashram van Jaggu-ji.
Want nadat we onze geest hebben verruimd tijdens de Vipassana cursus, is nu ons lichaam aan de beurt! Onze stijve lijven die de kleermakerszit al niet aankonden gaan we transformeren in elastiekjes, binnen no time zullen we in full lotus houding zitten… Maar in de realiteit valt dat zwaar tegen, voor Mirte dan… Want mijn Taekwondo verleden (Zuid-Nederlands Kampioen 2001 dankuwel) komt hier goed van pas. De lenigheid die ik toentertijd heb vergaard lijk ik nog steeds te beschikken! Binnen no-time zit ik als een volleerd yogi een beetje tof te doen. Maar daar is dan ook alles mee gezegd.
lke ochtend beginnen we met een uurtje mditeren rond het heilige kampvuur van Jaggu-ji. Een kampvuur dat al 30 jaar brandt. Huh? Gooit hij er dan constant hout op? Neen! De kooltjes bedekt hij na elke meditatiesessie met het as van alle voorgaande kampvuren, onder die berg as gloeien die kooltjes rustig verder tot het moment dat ze weer mogen ontwaken. In dat as staat het heilige teken van Om, het belangrijkste spirituele geluid binnen het Hindoeïsme, wat refereert naar ‘de ik’, de ziel, de ultieme waarheid, het gehele universum, jij en ik en alles daaromheen. Ja mensen, houd je vast we gaan zweven!
En dit teken of geluid, wordt aan het begin van elke meditatiesessie gezongen of gechant: Om Namah Shivaya. Wat vrij vertaald iets betekent als: O gegroet gunstige (voorspoedige) eenheid (of Shiva)… Maar voordat we beginnen, krijgen we eerst een streepje as uit het heilige kampvuur op ons voorhoofd gesmeerd. We beginnen langzaam met chanten en gaan steeds sneller en sneller totdat de woorden verpulveren tot een rare brij aan klanken waardoor we de draad compleet kwijt raken en Mirte al haar energie moet steken in niet in lachen uit te barsten. Niks voor ons, dit chanten. Mediteren oké, maar dit is net even een stap te ver.
a de meditatie, gaan we aan de slag met onze zak botten: Yoga! Wie had dat gedacht? Ik krijg al jeuk als ik het woord Namasté hoor, zo pretentieus, terwijl het hier gewoon als Hallo wordt gebruikt. Gelukkig zegt Jaggu ‘Hariom’, wat iets als ‘ik zie je energie’ betekent. Nog steeds redelijk zweverig maar ik zie dat hij het meent. Goed, maar nu is het gedaan met het gezweef, tijd voor wat actie.
Jaggu doet het voor en wij doen hem na, hoe moeilijk kan het zijn? Het ziet er niet moeilijk uit. Met je hand naar de grond en je heupen naar de muur, knik in je zij en omhoog blijven kijken. Mwah, gaat prima ja! Totdat Jaggu je knie aandrukt, je heupen echt naar voren draait, en de knik in je zij net iets verder aandrukt… de TERING! Al mijn spieren staan op knappen en ik leer mijn eerst yogi les: als het geen pijn doet, doe je het verkeerd. Of zoals Jaggu vrolijk roept ‘no pain? No gain!’ Zuchtend, steunend, kreunend en vallend, slaan we ons door de eerste twee uur heen. We hebben nog een lange weg te gaan…
ijd voor karma-yoga, oftewel aan de bak voor de ander, handjes uit de mouwen! We leren thee te zetten van gember, groene aula-balletjes, citroen, massala-kruiden en groene thee, lekker spicy! En we doen de afwas, dus het valt mee, maar vanaf nu, als de een wat wil van de ander, noemen we het karma-yoga, een vriendelijke manier om elkaar duidelijk te maken dat de ander wat moet doen… Met een dwingende ondertoon, dat wel.
In de middag is het tijd om te relaxen. We brengen een bezoekje aan het stadje Pushkar. Jaggu brengt ons met zijn scooter. Als een volleerd Indiase familie klimmen we met z’n drieën op het apparaat, zonder helm natuurlijk. Dat kan niet goed gaan, en dat gaat het ook niet. In de smalle straatjes slingert Jaggu de scooter iets te ver naar links waardoor Mirte haar knie vol op de metalen bagagedrager van een scooter klapt. Ze verbijt de pijn en ontvangt de excuses maar loopt nu als een mank aapje. Ohjeej… Zijn we net lekker bezig met de yoga…
Het stikt er van de hippies in Pushkar, dreadlocks en felgekleurde kleding, ik snap er niks van. Waarom? Waarom moet je er gelijk als een idioot bij gaan lopen als je je spiritualiteit wil ontdekken? Goed, zover ben ik dus nog niet met het accepteren van anderen. Verder stinkt het er, ligt er overal plastic en schijt, en toeteren ze ook hier de oren van je kop. De souvenirwinkels verkopen allemaal dezelfde rotzooi, tsja… Dit hebben we allemaal al gezien jongens. Snel weer terug naar onze safe haven.
elukkig is Mirte een taaie en zit ze die avond weer in kleermakerszit nadat we eerst twee uur aan onze yoga routine hebben gewerkt. Maar er is iets waar ik het met jullie over wil hebben… Het eten! Mijn god, het ayurvedische eten is buitenaards lekker en door niemand minder dan Jaggu-ji’s moeder gekookt. Chapati, curry, daal, rijst, gestoomde groentes, zoete wortel, het houdt niet op, het is verrukkelijk! Elke maaltijd proppen we onszelf vol, nou ja, ik prop mezelf vol, aangemoedigd door Jaggu, die me chapati na chapati blijft toestoppen.
Maar wie is die Jaggu-ji waar ik het over heb? Hij is yogi, verlicht, klein, lenig, gespierd, lacht als een klein kind en bezit een hoop wijsheid waar hij eindeloos over kan praten. Hij heeft een vrouw en twee kinderen. Hoe zij elkaar zijn tegengekomen? Niet! Twee dagen voor de bruiloft kreeg hij van zijn ouders te horen dat ze een vrouw voor hem hadden gevonden en dat hij zou gaan trouwen, geen discussie. Waarom hij is gegaan? Omdat de uitnodigingen al waren verstuurd en je je familie niet ten schande wil zetten. Maar het bleek een schot in de roos, zijn vrouw was even spiritueel ingestoken als hij. Beiden lieten elkaar los om hun eigen pad samen te ontdekken. Hij woont in de ashram, samen met zijn zus, broer, vader en moeder, zij woont samen met hun dochters in Pushkar, zodat hun dochters dichter bij school wonen. No drama.
Jaggu geeft yogales, op zoek naar studenten die hem willen volgen, nou ja, niet perse hem maar zijn weg. Hij
geeft geen teacher courses meer, trainingen waarmee je een certificaat tot yoga leraar kan krijgen. Ietwat gedesillusioneerd moet hij concluderen dat het de dames vooral om het certificaat ging om vervolgens gelijk terug te vliegen naar het Westen om te gaan cashen. Nee, hij zoekt oprechte leerlingen, en Johnny is er een van.
ohnny is een 24-jarige Italiaan die in een andere ashram in Pushkar woont. Permanent. Hij heeft zich ontdaan van al zijn aardse bezittingen en is een de leer bij een Babba (meditatie teacher). Klein probleem is dat zijn Babba een vow of silence heeft afgesloten, dus niet spreekt, en enkel naakt door het leven gaat… Ja dat maakt het af en toe best lastig om iets van te leren. Een paar keer week volgt Johnny yoga lessen bij Jaggu en hij doet vrolijk met ons mee. Het is een goedlachse jongen, geen idee waarom hij voor dit pad heeft gekozen, het is zeker geen eenvoudig pad maar bewonderingswaardig is het wel. Elke dag staat hij vroeg op, wast zich met ijskoud water, verzorgt de koeien en mediteert. Dag in, dag uit.
Maar ook Jaggu zijn vader is een die hard yogi en een markante verschijning. Hij draagt een lange grijze baard, is gewikkeld in witte doeken en heeft de meest innemende ogen die ik ooit heb gezien. Je voelt zijn energie als hij voorbij loopt en ik kan alleen maar gissen naar zijn wijsheid. Waarom? Omdat de man, al 11 jaar zwijgt, geen woord! Af en toe maakt hij een geluid, op advies van de dokter, maar verder moeten we het doen met zijn gulle glimlach. Oh en had ik al verteld dat hij 79 jaar oud is? Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat beoefent hij yoga en meditatie, ontsnapt aan het aardse drama, een vrije geest.
En over vrije geesten heeft Jaggu meer dan genoeg verhalen te vertellen. Volgens Jaggu leven er in de bergen van India yogi’s of Babba’s die al meer dan 200 jaar oud zijn en zich enkel voeden doormiddel van een speciale ademhalingstechniek. Er zijn yogi’s die zich insmeren met as, die naakt en zonder enig bezit door het leven gaan. Yogi’s die zweven. Hij vertelt hoe hij zijn dochter doormiddel van Reiki genas terwijl hij fysiek honderden kilometers van haar vandaan was… Hoe dan? Door zijn geest te teleporteren…. Tsja… Zit je dan met je nuchtere Hollandse kop. Liegt hij nou? Mijn verstand zegt van wel, mijn hart zegt van niet. What to believe? Ach waarom ook niet, een beetje magie kan een mens geen kwaad.
en ding is zeker: na vier dagen zijn we een stuk leniger geworden! Onze yoha-routine staat als een huis, elke ochtend dienen we deze ten tonele te brengen. We krijgen het zowaar nog druk, naast twee uur mediteren nu ook een uur yoga! Pfoeh. Het leven van een verlicht mensen gaat niet over rozen mensen! Die avond, tijdens ons laatste meditatiekampvuurmomentje worden we officieel uitgeroepen tot studenten van Jaggu-ji. Met groots ceremonieel vertoon krijgen we een ketting, die naar verluidt al drie jaar om de drietand in het kampvuur zijn gewikkeld, wachtend op de studenten die zich waardig genoeg tonen deze te dragen. Onze verzuurde Westerse hersentjes trekken dit natuurlijk gelijk in een met cynisme overgoten twijfel, maar ik wil er niet aan, nee! Wat Jaggu zegt klopt, en zo niet dan toch! Ik leef liever in een Disney schijnwereld dan een zure werkelijkheid. We dragen de ketting met trots.
Er vloeien tranen bij het afscheid, het is fijn te weten dat er zulke bijzondere mensen zijn. En daarmee illustreert India zich weer eens, het land met de meeste bijgeloven, de grootste achterlijkheid, de grootste onwetendheid en tegelijkertijd het land met de meest verlichte geesten, lang vergeten rijkdommen en magische waarheden. Alle 1.4 miljard op elkaar gepropt op een stukje aarde omringd door zee en Himalaya. Koekoek. Het is niet voor te stellen.
e storten ons weer in het verkeer, op weg naar Jodhpur. Was Jaipur ‘The Pink City’, Jodphur is ‘The Blue City’. En dat kunnen we letterlijk nemen want vanaf het gigantische kasteel dat op de kliffen van een berg is gebouwd, zien we een zee aan blauwe huisjes. Babba’s, of verlichte mensen, kleurden hun huisjes blauw om aan te geven dat ze pretty awesome waren, maar schijnbaar had het ook een effect op de muggen, die bleven weg! Waardoor meer mensen dachten, fuck die muggen, ik ga voor blauw!
Het levert een mooi aangezicht op! De start van de dag was zoals altijd: herrie, gorigheid, gerochel, getoeter, schijt, plastic, koeien, noem het mantra maar op… Maar langzaamaan werd het rustiger aan rustiger, vooral omdat de steegjes smaller en smaller werden. Toen deze steegjes ook nog eens de hoogte ingingen doormiddel van eindeloze traptreden, verdwenen de scooters en daarmee het getoeter. Wat een rust… Het is dus toch mogelijk! Jodhpur staat gelijk met stip op nummer een van onze meest favoriete steden!
Maar het is niet helemaal perfect… De straten liggen bezaaid met dode ratten, muizen, vogels, honden, katten, koeien, noem het maar op. Nobody cares, en daarom ruimt niemand het op! Hetzelfde geld voor al het plastic, had ik dat al vertelt? Koeien lijken er van te genieten, ze kauwen careless op een plastic fles…
esalniettemin bevalt Jodhpur ons wel, de architectuur is prachtig, het fort is gigantisch en we zien onze eerste echte stepwell! We zijn ze al eerder tegengekomen maar die hadden niet het mooie zigzaggende patroon van trappen die naar en uit elkaar lopen om langzaam af te dalen naar het verse drinkwater. Tegenwoordig worden de stepwells niet meer gebruikt, behalve dan door de jeugd die er in springen voor een frisse duik!
En wij? Wij duiken de natuur van Mount Abu in, en dat is voor het eerst sinds we in India zijn… Oké dat is niet waar, Himachal Pradesh in het noorden van India kende spectaculaire natuur, maar dat voelt nu al zo lang geleden, dat telt niet. Oh wacht… bijna vergeten! India kent enorm veel straathonden die moeten zien te overleven in India, op straat, midden in de gekte! Arme beestjes. Waar straathonden in andere landen nog wel eens gevaarlijk uit de hoek kunnen komen, zie je bij de Indiase variant enkel wanhoop in de oogjes. Het leven op straat is keihard, vooral in India, het liefst nemen we ze allemaal mee naar huis.
HOTO
ALBUM
JODPHUR
