
ariom! Namasté!
In het oog van de storm huist de rust, zo voelen wij ons wanneer we door India reizen. De storm dat is India, de rust dat zijn wij! Vooralsnog, want hoe lang gaan we dit volhouden? De veilige muren van de ashram liggen achter ons, het is tijd om onze yoga skills in de brute wereld te beoefenen, voor het oog van menig mens. Want overal waar je komt, zelfs wanneer je je veilig waant in de ommuurde tuin van een hotel , zijn er mensen, nieuwsgierige ogen die je aangapen. Helemaal wanneer je je yoga matje om half 8 ’s ochtends voor de bus uitrolt.
De eerste yoga poging sneuvelt in een paar zonnegroetjes voordat het ongemak ons weer de bus injaagt! Maar de volgende dag herpakken we onszelf; een uur lang steunen en kreunen we ons krampachtig door onze routine, gadegeslagen door het gehele personeel. Een van de mannen durft op ons af te stappen, ik versta er geen zak van maar ik moet aan zijn spieren voelen. Ja, ja erg impressive.
Tsja, we hebben inderdaad geen hoge pet op met de Indiase man, dat klinkt heel bot maar het is de waarheid. Hoe komt dat? Het zit zo… Starende mensen, we zijn eraan gewend geraakt en we snappen het ook! Elke ochtend slenter je met je schaapjes van hot naar her, tot er op een dag een grote witte bus geparkeerd staat, luifel uit, tafels en stoelen voor de deur… What the fuck? De dagelijkse sleur doorbroken, de nieuwsgierigheid wint het van de beleefdheisnorm, de moed wordt bijelkaar geraapt en vragen worden gesteld; compleet normaal! Dat gebeurt overal waar we komen. Maar waar de rest van de wereld tot nu toe met een vriendelijke lach en een uitgestoken hand op ons afstapt, staan de meeste mensen in India alleen maar te staren. Of, ze lopen je straal voorbij zo de bus in, no questions asked! In onze optiek, brutaal en onbeschoft.
Voorbeeld. We zitten lekker te relaxen voor onze bus die in de tuin van een hotel staat geparkeerd. Ik ben de oogst van een dagje foto’s schieten aan het bekijken door de viewfinder van de camera. Wanneer ik even opkijk zie ik een man op zo’n 10 meter afstand naar me staren. We maken oogcontact, maar dat betekent niet dat het staren ophoudt. En met staren bedoel ik echt mond-en-ogen-wagenwijd-open-staren… Ik staar terug, dat houden we samen zeker 30 seconden vol. Fuck it, ik ga weer verder met foto’s spotten. Wanneer ik weer kijk, staat de beste man ineens pal naast me, ik schrik me te pletter! hoe lang staat de beste man al naast me? Nobody knows! Ik kijk hem vriendelijk aan en vraag hem hoe het gaat. Fine zegt hij. En blijft staren. “Can I help you?” vraag ik. En hij blijft gewoon staan. WHAT. IS. WRONG. WITH. YOU?! Oké, misschien spreekt hij geen Engels. Maar dat spreken veel mensen in Iran ook niet, maar die geven je een hand, en met wat gebarentaal kom je dan een heel eind. Die mensen liet ik met liefde en plezier de bus zien omdat ze interesse toonden. Maar deze gasten staan je gewoon creepy aan te staren, val me niet lastig joh!
aar komt het rochelen, kitsen, boeren en scheten nog eens bovenop. Het achteloze getoeter, als in compleet onnodig en dus achterlijk. De tyfusherrie die door moet gaan als muziek op vol volume door de speakers beuken, het liefst midden in de nacht. Uit het niets, voor een half uur en dan weer complete stilte, om daarna weer voor een uur door te gaan. Super random, super irritant. Het lukt ons gewoon niet om een connectie met de mensen te maken. En dat komt ook omdat wildkamperen wordt afgeraden. Waarom? Omdat dit gevaarlijk is! Franse vrienden van ons hebben dat aan de lijve ondervonden toen hun auto door dronken dorpsbewoners werd bekogeld met bakstenen... Ja laat maar! Terwijl het wildkamper juist zo tof is, daar gebeuren de random ontmoetingen die nieuwe inkijkjes in het leven van andere geven... een gemis!
aar dat wil echt niet zeggen dat iedereen met bakstenen loopt te gooien, want er zijn ook genoeg super vriendelijke mensen, want we horen genoeg verhalen van vrienden die ontzettend gastvrij zijn verwelkomt door Indiërs. Achjah, het is een momentopname, want Jaggu-ji, de vrijwilligers bij de Vipassana, de oprecht geïnteresseerde mensen die wel een praatje kwamen maken, die zijn er ook. Maar ze worden bedolven onder de massa, de ongeletterde, in onze ogen onbeschaafde massa van starende ogen. En dat is jammer.
Maar we staan op het punt een Indiase legend te ontmoeten: Charles. Hij zal onze gids zijn door een prachtig stukje natuur rondom Mount Abu. Met gids? Ja met gids, want het is te gevaarlijk om alleen te gaan. Waarom? Semi-nomaden en luipaarden zijn niet altijd even vriendelijk… oké.
En dan krijgen we een Whatsappje in onze appgroep met maarliefst vier Nederlandse overlander stelletjes. Feico & Saskia en Pien & Paul natuurlijk, wij en Renee & Michel. Ja mensen, we zijn echt niet de enige die zo gek zijn. Renee en Michel kennen we alleen nog via insta als Overlanding The World #insta, en zij raden in de appgroep een national park aan dat zeker de moeite waard is… Maar wacht eens, dat is bij ons om de hoek! Wat is de kans in het enorme land India dat je bij elkaar om de hoek bent?? Snel sturen we ze een berichtje: zin om mee te gaan hiken? Nou we zijn eindelijk onderweg naar Goa, zo’n 1800km verderop, maar fuck it! Let’s go! En zo ontmoeten we wederom twee fantastische mensen.
Beide uit Amsterdam, beide op zoek naar avontuur, alles verkocht en van de hand gedaan, we beginnen een patroon te herkennen! We wisselen avonturen uit en vallen in een warm bad van herkenning, mensen die ons begrijpen! Die weten dat dit zeker geen vakantie is, dat het hard werken is, soms simpelweg afzien is, maar ook ongelofelijk vet is!
aar voordat we aan de wandel slaan, chillen we hem nog even, ja mensen we hebben de vibe lekker te pakken. Al die fuck up en bad luck verhalen zijn verleden tijd… voor nu dan. Dus hup in de kleermakerszit, extend twisted triangle pose, child pose, downward bending dog pose en chillen met die billen! We slenteren wat door het stadje van Mount Abu, kopen een Ray Ban voor een euro, sounds legit, en wat pennen en schriften want schijnbaar wandelen we door een afgelegen dorpje waar de plaatselijk school nog wat spulletjes kan gebruiken. Geen probleem!
De volgende dag is het dan eindelijk zo ver, we trekken de natuur van Rahjastan in! En dat doen we niet alleen, we worden vergezeld door een Australisch echtpaar en twee Britse dames, alle vier al aardig op leeftijd. Daar zijn we stiekem heel blij mee omdat het tempo zo een tikkeltje lager ligt en onze autobeentjes wat gespaard worden.
Eindelijk weer natuur! En rust! Geen getoeter (had ik al gezegd dat ik daar een hekel aan heb?) Geen afval! Schone lucht! Vogeltjes! Palmbomen! Rotsformaties! Het is een Jungle Book achtig landschap, met kleihutten huisjes, afgezonderd van de maatschappij en totaal zelfvoorzienend. Ze verbouwen hun eigen graan, melken hun koeien en geitjes. De waterbuffels ploegen het land om en dat alles onder een palmboom. Het leven kabbelt er rustig voort, terwijl de vrouwen met zakken zand op hun hoofd in het dorp aankomen voor de bouw van een nieuw huisje, krijgen de kinderen les op school.
Daar genieten we van ons postcodeloterij momentje: de blanken mensen delen shit uit. Ze bedoelen het goed maar hebben wederom te weinig bij… we missen pennen, dus die moeten ze delen… hetzelfde geldt voor de schriftjes. Achjah we hebben het geprobeerd en beter iets dan niets, toch?
n we stappen vrolijk door! We beppen en kletsen met onze nieuwe vrienden en maken kennis met de Britten, die gelijk kenbaar maken tegen de Brexit te zijn, arme stakkers, en de Aussie’s, allemaal schatten van mensen! En zo stampen we vrolijk verder, uitkijkend over de enorme vlaktes van India. Mount Abu is met 1750 meter het hoogste punt in het verder vrij vlakke Rahjahstan. Eigenlijk is heel India relatief vlak, vaak hebben we het gevoel in Nederland te zijn.
LUNCH!!!! De lunch is fantastisch, het wordt ons eindelijk duidelijk wat er in die gigantische backpack van Charles zit: eten!!!! Verse groenten worden in stukjes gesneden, overgoten met kaas en in aluminiumfolie gewikkeld, en op het zelf gemaakte kampvuurtje gedonderd! Wat gepofte zoete aardappels erbij en het feest is compleet. We schrokken het naar binnen op de top van Mount Abu met een fantastisch uitzicht als toetje!
aar het hoogtepunt van de hike moet nog komen, Charles neemt ons mee naar een semi-nomadische stam om lekker te #hangen-met-de-locals. Van de 150 gezinnen die hier ooit woonden zijn er nog 25 over, de rest is vertrokken naar de lagergelegen gebieden rondom het stadje van Mount Abu. Maar de mensen die hier nog wel wonen, leven van het land en komen enkel in de stad om hun Ghee, een soort hele vette boter, te verkopen. Naast een zaklamp en een simpele mobiele telefoon hebben de mensen hier enkel hun kleien hutje. Zo’n hutje telt een kamer, die zowel als keuken, woonkamer en slaapkamer dient. Poepen en plassen doen we gewoon in de natuur, maar niet op het pad graag!
We worden warm onthaald, de vrouwen gaan gelijk aan de slag. Er wordt brandhout gesprokkeld en met behulp van een gedroogde koeienvlaai wordt er een kampvuurtje aangestoken. 10 minuten later wordt de thee uitgeserveerd! Wanneer de zon ondergaat, komen de mannen aangeslenterd met het vee, ze kijken ons verbaasd aan maar willen wel allemaal even op de foto!
an beginnen we aan het avondmaal, met als klap op de vuurpijl: TOETJE! Er gaat weer een wereld voor me open! Charles pakt een banaan, snijdt aan een kant de schil open en begint er stukken chocolade in te proppen… huh? Vervolgens wikkelt hij het in aluminiumfolie en legt ze op het kampvuur… mijn god, deze man, wat een held, wat een genie! Hoezo heb ik hier nooit eerder aan gedacht? Het is genieten geblazen, wat minder genieten geblazen is de rookontwikkeling in het hutje. Want het hutje heeft geen afzuigkap…
En aangezien de keuken ook de slaapkamer is, slapen we vanavond in een door rook gevulde kleihut… kut! De hele hut is nu leeggeruimd, niet dat er veel stond maar toch, op de grond liggen dekens die als bed dienen, we krijgen kussens en twee dekens om onder te liggen. Die komen goed van pas wan het is ijskoud. En daar liggen we dan, zij aan zij, als een groep rolades die overnachts gestoomd moeten worden. Tranende en prikkende ogen tot gevolg! De grond is zo hard dat ik elke 10 minuten wakker wordt om van zij te wisselen.
aar als we wakker worden, zien we pas echt hoe fantastisch mooi het dorp erbij ligt, als een Cappadocia (Turkije) waar nog mensen wonen. Langs de gehele rotswand zijn huis gebouwd, sommige gezinnen wonen in de rotswand of gebruiken delen daarvan om hun huis aan te bouwen. In het ‘dal’ zijn de groene graanvelden ingezaaid en slapen de waterbuffels, geitjes en koeien. Het is onvoorstelbaar dat mensen hier wonen, en ergens ook geruststellend, ik weet niet waarom.
Dan begint de dag van de afdaling, we gaan alleen nog maar naar beneden en dat voelen de kuitjes. Maar eerst stoppen we nog bij het Monsoon verblijf van onze semi-nomadische familie. Waarom semi-nomadisch? Omdat ze tussen twee plekken op en neer reizen. In de monsoon tijd dalen ze wat verder naar beneden zodat hun vee daar het gras kan oppeuzelen. Als de monsoon voorbij is trekken ze weer naar boven.
e trip komt ten einde, een taxi brengt ons in een dollemansrit weer terug naar het super deluxe hotel waar we op de parkeerplaats mogen kamperen (geregeld door de Prins van Renee en Mies) Waar we uithijgen en puffen. Maar we hebben de smaak goed te pakken, er is al een hele planning gemaakt met leuke activiteiten, zo willen we tempels bezoeken, raften, fietsen, kijken hoe ze lijken verbranden in Varanasi (ja je leest het goed) en zo nog wat geinige activiteiten. Maar eerst gaan we op kookles in Udaipur!
Udaipur wordt ook wel het Venetië van India genoemd… Eenmaal aangekomen zien we inderdaad dat er een rivier doorheen stroomt en tellen maar liefst drie bruggen! Wow, net niet net echt! We zijn niet zo onder de indruk, maar er zijn leuke cafeetjes, met leuke dakterrasjes en heerlijke ijskoffie, een mens mag niet klagen!
Dan de kookcursus! Deze wordt gegeven door een heel lief, klein, schattig vrouwtje met een prachtige lach. Haar verhaal is al even aandoenlijk, op jonge leeftijd verliest ze haar man en komt er alleen voor te staan met haar twee zonen. Aan de bak zou je zeggen, maar neen! Ze is van de hoogste kaste en dan wordt het je verboden om als weduwe te werken. Ze vertelt dat ze het beu was om tussen de contstant rouwende familieleden te zitten en in het geniep ging ze aan de slag bij een hotel. Daar ontmoette ze twee toeristen waarmee ze bevriend raakte. Ze nodigde hen uit voor een etentje en toen de toeristen haar gerechten proefden waren ze dolenthousiast. Ze moedigden haar aan om kooklessen te organiseren, fast forward 20 jaar of wat later, en hier zitten we! Mooi verhaal!
aar dat lieve vrouwtje blijkt een pittige tante te zijn, wanneer Renee het deeg niet helemaal rond rolt krijgt ze nog net geen tik op de vingers maar het moet wel opnieuw! Eindelijk wordt de Indiase keuken ons een beetje duidelijk, al die verschillende curry’s, hoe bereid je zoiets voor? Heel simpel! Het is eigenlijk allemaal hetzelfde! Een basissaus met net wat andere ingredienten en kruiden. Ja, er is veel af te geven op India, maar koken kunnen ze wel! Man, man, man! Genieten geblazen!
En dat doen we dan ook als het eten eindelijk gereed is, we schrokken het naar binnen en slaken het ene na het andere gelukskreetje! Terwijl de andere 5 toeristen, uiteraard vliegtuig-tuig, er een beetje schaapachtig bijzitten. Ze eten hun bord niet eens leeg! Geen probleem wij harken het naar binnen terwijl we luidruchtig grappen maken en de tijd van ons leven hebben. Op de vraag of we het eten mee naar huis willen nemen blijft iedereen stil, behalve wij, we knikken heftig en binnen no-time laden we de hele zooi in een plastic tas. De groeten!
En we gaan door! Op naar de volgende bestemming, het grootste fort van heel Azië (naar verluidt) Die ochtend vertrekken we vol goede moed, maar dan… dan gaat het goed mis. KNAAAAAAAAAL! We worden keihard van achteren geramd, Olly schiet naar links en mist op een haar na de vangrail… of was het andersom? Schoten we eerst naar links en werden we toen geraakt? We hebben (nog) geen idee. Maar we staan wel stil, midden op de snelweg, in India…
HOTO
ALBUM
MT ABU
