SPIT #44: Highway through Hell

Spit#44 · India

SPIT #44: Highway through Hell

V

riendelijke Volgelingen,

India… Het heeft ons dicht bij de verlichting gebracht. Onze geest was kalm, ons lichaam lenig en onze maagjes werden voorzien van overheerlijke gerechten. De truc is deze balans te behouden zodra men zich buiten de veilige muren van de Ashram, meditatiecentrum of 5-sterren resort bevindt. En dat, lieve mensen, is (tenminste voor ons) onmogelijk gebleken. De drukte, de stank, het lawaai, het gestaar, de rommel, zijn allemaal aan bod gekomen in de vorige blogs. Maar tel daar een auto-ongeluk bij op met de nasleep in een Indiase garage, en je hebt de perfecte cocktail voor pure afschuw.

Want dat is wat we voelen als we over de snelweg door India denderen. En ergens is dat niet helemaal eerlijk, we hadden in ieder ander land ook een ongeluk kunnen krijgen, maar ook dat is niet helemaal waar. Want de oorzaak van dit auto ongeluk is veroorzaakt door onoplettendheid, amateuristisch handelen en inferieure auto-onderdelen. De garage die daarna kwam was niet veel beter, en dat is een flink understatement (zie vorige blog). Lang verhaal kort: we willen weg uit India, zo snel mogelijk!

Gelukkig delen Michel en Renée onze opvatting, India is bij hen ook niet zo geliefd. Sterker nog, na slechts twee hele dagen India, pakten zij het vliegtuig naar Thailand om even goed bij te komen van alle gestoordheid, en ik geef ze groot gelijk. Goed, de hele toeristische planning die we nog hadden voor onze laatste weken India wordt geschrapt. Fuck die tempels, fuck dat natuurreservaat, fuck die local mudhouse homestay, fuck it all! Behalve… Behalve, Varanasi. De meest heilige stad van India gelegen aan de Ganges. Daar waar de lijken van honderdduizenden lichamen per jaar worden verbrand en de Ganges in worden gekieperd. Het epicentrum van het hindoeïsme, waar elk jaar het Kumbh Mela festival wordt gehouden, een soort Koninginnedag maar dan met miljoenen mensen in een kleine stad. Miljoenen? Nou, afgelopen jaar waren er 100 miljoen bezoekers in 48 uur. Kun je het je voorstellen? Mijn god… Heb medelijden!

Na een hevig debat en contemplatie besluiten we uiteindelijk unaniem dat we naar Varanasi willen. Pure zelfkastijding, nog één keer laten we ons verleiden door de manie. Klein probleem is dat Varanasi niet bepaald om de hoek ligt van Udaipur - waar we waren gestrand door het ongeluk en het garage-drama. 1157 kilometers aan pure terror liggen in het verschiet. Want dat is het wat het is om over een Indiase snelweg te rijden, pure terror. Bungeejumpen, skydiven, diepzeeduiken, ik heb het allemaal gedaan, maar de adrenaline die je krijgt wanneer er plots een koe of sterker nog, een naakte man voor de bus springt terwijl je met 80 kilometer per uur over het wegdek dat ze hier een snelweg noemen stuitert…. Meine gutte gote, dat is toch even wat anders.

H

et is niet de plezierige vorm van adrenaline, het is de vorm van adrenaline waarbij al je spieren constant strak gespannen staan, klaar om in actie komen, klaar voor het onmogelijke! Ja, ja, het onmogelijke, wat dan? Oké, wat voorbeelden: een koe zonder kop, midden op het wegdek, diepe gaten in de weg, stilstaande vrachtwagens (vooral in blinde bochten), dieren (kippen, honden, koeien, varkens, geiten), mensen (al dan naakt of niet), en dan natuurlijk medeweggebruikers die je inhalen terwijl er een vrachtwagen op je af dendert en nog maar nèt op tijd je kunnen afsnijden om een gewisse dood te voorkomen. Maar de nummer 1 is toch wel… De spookrijder. In welke vorm dan ook, vrachtwagen, auto, brommer, tuktuk, of fietser. In Nederland wordt voor dit soort krankzinnigen alle landelijke radiozenders onderbroken om iedereen te waarschuwen. Als ze dat in India zouden doen dan zou er geen muziek meer te horen zijn in het land. Levensgevaarlijk.

En zo ziet ons leven er voor de komende 7 dagen uit. 8 uur per dag rijden, gas geven, over het eindeloze asfalt, tenminste wat daarvoor door moet gaan. We stoppen slechts om te lunchen en twee keer per dag voor een kopje koffie. En die stops zijn al even bizar als het rijden. Daar begint het staren. Zodra we het tankstation binnenrijden, draaien alle koppen onze kant op, mondjes vallen open, ogen worden groter. Geen glimlach te bekennen, niet eens een vriendelijke groet. Vervolgens klonteren alle mannetjes samen, want vrouwtjes zie je haast niet, die werken niet en rijden al helemaal geen gemotoriseerde voertuigen. Vervolgens schuifelen ze langzaam onze kant op en beginnen van een afstandje met staren. Oké. Negeren die handel. Totdat er één de moed bij elkaar raapt en tussen ons in komt staan. En daarmee bedoel ik letterlijk tussen ons in, zonder iets zeggen, zonder te groeten, gewoon staren maar dan van heel dichtbij. Dat is het groene licht voor de andere mannetjes om ook een stuk dichterbij te komen. De ongemakkelijkheid spat er van af, maar enkel bij ons, want zelfs als we ze compleet negeren, dwars door ze heen kijken en met elkaar praten alsof ze er niet zijn, blijven ze pal naast ons staan. Not a care in the world. En maar staren…

Dit gebeurt er als we ergens 10 minuten stoppen. Wildkamperen wordt 'm dus niet voor ons. We hebben hekken nodig die ons beschermen van starende mensen, en die proberen we te vinden in de vorm van parkeerplekken van hotels. Oke dus dit is de tactiek: op Google Maps zoeken we een hotel, we rijden ernaar toe, en dan vragen we op ons allercharmanst of we misschien een parkeerplekje mogen om onze auto's te parkeren, in onze auto te tukken, en de volgende ochtend weer heel vroeg weg te gaan. Onze tactiek heeft wisselend succes. Sommige hotels kijken geërgerd op wanneer we ze hun tv-soap verstoren met onze aanwezigheid. Met pure minachting worden we soms aangekeken, als we al niet worden weggestuurd met de meest bizarre smoesjes. “We are full”, terwijl er geen auto te bekennen is op de parkeerplaats. Of gewoon: “NO!” En daar sta we dan, net 8 uur gereden, het wordt al donker, geen slaapplek, en de maag begint te rammelen! AAARGH! Nou daar valt niet tegenop te mediteren.

Als we dan geen toestemming krijgen om zonder kamer op de parkeerplaats te mogen slapen, dan is plan B dus maar een kamer boeken. Maar niet om in te slapen. Een potpourri van brak water, schimmel en rattenkeutels verwelkomt ons als we hotels binnenlopen. Er was één hotel waarbij de eigenaar een halve bus insectenspray in de kamer leegspoot alvorens ons binnen te laten… Dat overleeft geen enkel insect, laat staan een mens! Vriendelijk bedankt, we slapen wel gewoon in de auto op de parkeerplaats, ook al betalen we 18 euro (!) voor deze gore kamer. Maar zelfs achter het hek op de parkeerplaats is de rust vaak ver te zoeken, het getoeter op straat gaat tot diep in de nacht door en als het getoeter ophoudt dan neemt keiharde beukende muziek het over… Help.

Is het dan alleen maar kommer en kwel? Maar neen lieve mensen! Gedeelde smart is halve smart en gelukkig zijn we niet alleen. Elke avond, na wederom een volle dag terror, drama en ellende, lachen we ons samen met Renée en Michel helemaal suf over de bizarheid van hetgeen we meemaken. Echt, als we dit met zijn tweeën hadden moeten doorstaan dan waren we gillend gek geworden. En het is tijdens zo’n gezellige avond dat het onderwerp visums terloops ter sprake komt.

Want, zo luidt de vraag, als je visum tot 21 maart geldig is, betekent dat dan dat je de 21ste het land uit moet zijn, dus op de 20ste de grens oversteekt, óf dat je op de 21ste het land mag verlaten? Een belangrijke vraag, omdat omdat ons India visum tot 21 maart geldig is en we daar onze Myanmar crossing op af moeten stemmen. De meningen zijn verdeeld, wat is eigenlijk de precieze bewoording van onze visumstempel, vragen we ons af. Staat er 'valid untill' of 'expiry date'? Eens kijken, Mirte rommelt in onze ‘belangrijke spullen zakje’ en trekt er een willekeurig paspoort uit. Het is haar eigen paspoort, en dan valt haar mond open… FUUUUUUCK!

Wat blijkt? Op haar visum staat helemaal geen 21 maart, maar 19 maart! What the fuck!? Er staat ook nog eens 'expiry date' en niet 'valid until', wat betekent dat we niet 21 maart het land uit moeten, maar 18 maart al! Of in ieder geval Mirte.. En dit stort ons in het volgende probleem. Wat is het geval? De zus van Mirte komt ons opzoeken in Nepal, hartstikke gezellig! Ze landt 2 maart in Kathmandu, en vliegt op 15 maart weer terug. Dat betekent dat we van 15 maart tot 18 maart hebben om van Kathmandu, door India naar Myanmar te rijden… Het is ‘maar’ 1500 kilometer, maar het is India en dus geeft Google er een heerlijke 38 uur rijtijd voor. Da ga nie in 3 dagen! Shit, en het gepuzzel begint.

Oké, wat zijn de opties? Transit visa door India? Zou kunnen, deze is 15 dagen geldig hadden we ergens gelezen. Maar de bron blijkt niet correct, ja dit transit visa is 15 dagen geldig, vanaf het moment dat je hem bij de ambassade ophaalt, maar zodra je de Indiase grens oversteekt moet de transit binnen 72 uur voltooid zijn. Fuck… Volgende optie, nieuw India visum aanvragen in Kathmandu? Na lang zoeken komen we erachter dat het niet mogelijk is een nieuw visum aan te vragen wanneer het oude visum nog geldig is. Wat zou betekenen dat we mijn visum pas op 22 maart kunnen aanvragen, waar vijf werkdagen overheen gaan en twee public holidays waardoor we pas begin april ons India visum zouden kunnen ophalen, dan door Myanmar moeten scheuren om begin mei in Cambodja aan te komen waar de volgende gasten staan te trappelen: mijn familie! ARRRRGH!

E

r zit dus niks anders op dan eerder uit Nepal te vertrekken en onze vakantie met Ri in te korten. Het plan is om 12 maart te vertrekken uit Kathmandu, dat geeft ons 7 dagen om de 1506 kilometer af te leggen tussen Kathmandu en Myanmar. Lijkt easy peasy, maar we hebben van horen zeggen dat de wegen in erbarmelijke toestanden verkeren. Maar wat is dat Myanmar crossing gelul dan? Hoezo is dat een probleem?

Nou lieve mensen, in Myanmar mag je enkel met eigen vervoer reizen onder begeleiding van een gids. De reden daarvoor heeft waarschijnlijk iets met Rohinya’s, genocide en strafkampen te maken, en de overheid wil geen pottenkijkers. Goed, die tour moet je dus ver van te voren plannen en om de aanzienlijke kosten te delen probeer je een groep van gelijkgestemden te verzamelen. Makkelijker gezegd dan gedaan, iedereen moet akkoord gaan met de startdatum, de duur van de tour (hoe langer hoe duurder), de accommodatie (slapen in de auto is verboden in Myanmar), de touroperator (met wie ga je?), enzovoorts… Nu moeten we de datum naar voren halen en hopen dat de rest van de groep dit ook kan halen… Wat een gezeik.

Gelukkig bestaat onze groep op dat moment enkel uit onze Duitse vrienden Alex en Laura die we in Iran hebben ontmoet en met wie we de Pakistan crossing hebben getackeld, en een verdwaalde Nederlander op een motor. Alleen is die Nederlander momenteel in Nederland en staat zijn motor ter reparatie bij een garage in Zuid-India. De Nederlander baalt omdat hij zijn skivakantie moet afzeggen om de datum van 19 maart te halen, uiteindelijk kunnen we de startdatum 4 dagen uitstellen omdat wij dan 4 dagen in een hotel aan de Myanmar-zijde van de grens op de rest zullen wachten.

Langdradig en verwarrend verhaal ofnie?! Ja, nou dit zijn twee alinea’s, het heeft ons een week aan gezeik opgeleverd terwiíjl we ons een weg door India wurmen! Koekoek! Maar is dit dan nog wel leuk? Nee! Nee, dit is niet leuk, we zijn dan ook geen vakantie aan het vieren, we proberen naar de andere kant van de wereld te reizen. Vraag me niet waarom, daar valt momenteel geen zinnig antwoord op te geven. Is het dan alleen maar kommer en kwel? Wederom neen, vergeet niet, we zijn in goed gezelschap. Met Michel en Renée lachen en relativeren we ons suf en maken we wederom vrienden voor het leven. En uiteindelijk komt alles goed, het kost alleen enorm veel energie en stressrimpels.

Oké, focus! We zijn onderweg naar Varanasi, en het lijkt erop dat het vandaag meezit. We komen redelijk op tijd aan. maar de parkeerplaats van het resort net buiten Varanasi waar we onze hoop op hadden gevestigd om achter een veilig hek in onze auto te kunnen tukken, blijkt onvindbaar. Fuck, dan toch maar het centrum in… Dat blijkt achteraf een grote misstap. Nu is het altijd al druk in India, maar ook hier kennen ze het fenomeen spitsuur, en zoals met alles in dit land, vind je ook hier de overtreffende trap van spitsuur. Uiteindelijk komen we drie uur later, en zo’n 3 kilometer verder, aan bij ons hotel. Het stond letterlijk muur en muur vast, toeterende, drukkende, afsnijdende mensen. En dat alles, om naar een stel brandende lijken te gaan kijken. Het is letterlijk een Highway Through Hell.

Die ochtend besluiten we de gordijnen tot 1500 dicht te houden voor een heerlijke sleep-in, maar uiteindelijk moeten we er toch aan geloven; we duiken Varanasi in! En dat durven we niet zonder gids, dus worden we op sleeptouw genomen door een alleraardigste jonge gozer die ons met veel enthousiasme van alles uitlegt terwijl wij er achteraan hobbelen. Verder vergezellen Bjorn (oud-collega van Michel) en zijn vriendin Lieke ons die toevallig ook in Varanasi zijn! Ook zij hebben huis en haard verkocht maar zijn zo slim geweest om deze reis per trein en openbaar vervoer te tackelen, waarom hebben wij hier niet aan gedacht?

Bjorn en Lieke zijn net vanuit Nepal aangekomen in India, en onze horror verhalen hakken er lekker in, terwijl hun verhalen over Nepal als een aards paradijs klinken! Maar Varanasi by day ver(r)ast ons, wat een relatieve rust! De vele steegjes maken het onmogelijk om met wat voor voertuig dan ook doorheen te komen waardoor we de straat enkel met apen, varkens en koeien delen, dus ja de stank is zoals altijd penetrant te noemen, maar er is in ieder geval geen getoeter! We zigzaggen ons een weg langs verschillende tempels, winkeltjes en krakkemikkige huisjes die er in hun hoogtijdagen prachtig uit moeten hebben gezien. En dan, dan openbaart zij zichzelf, de heiligste der heiligen, moeder van India en alles dat leeft, en tegelijkertijd de meest verontreinigde rivier ter wereld, hare majesteit de Ganges!

O

p deze plek waste Shiva zich, of Shiva werd er gedoopt of badderde hier of misschien was het een andere god, het hindoeïsme weet het zelf waarschijnlijk ook niet precies, maar er is besloten dat Varanasi de plek is waar je als hindoe gecremeerd wilt worden, je as uitgestrooid over het water om zo je slechte karma te vernietigen en met een schone lij aan een nieuw leven te beginnen, een beter leven! Tenminste, als je je een beetje hebt gedragen. Door het lichaam te verbranden wordt de ziel die vastzit in het lichaam bevrijd om zo aan een volgend leven te beginnen.

Maar niet iedereen wordt in de hens gestoken. Kinderen tot 5 jaar, zwangere vrouwen en zieken ontspringen de dans. Kinderen tot 5 jaar worden als puur en onschuldig gezien, ze hebben geen slechte karma en zullen dus niet terugkeren in deze wereld. Zieken worden niet gecremeerd omdat hun ziekte zich door verbranding kan verspreiden (plastic en rubber kan overigenswel gewoon worden verbrand maar dat is een ander verhaal). Verlichte baba’s, de heiligen van India, worden ook niet gecremeerd, zij hebben zo vroom geleefd dat de reïncarnatie voor hen stopt, zij treden toe tot het paradijs, nirvana, waar ze voor altijd… uh… mediteren? Wie zal het zeggen?

O

ké dus hoe gaat dat in zijn werk? Nou de familie.. En daarmee bedoel ik alle mannen, want vrouwen worden veel te emotioneel geacht voor dit soort zaken en hun tranen zorgen ervoor dat ze de ziel van de overledene hier op aarde houden., komen bij elkaar in Varanasi om hun geliefde te cremeren. Ze leggen pa of ma gewikkeld in een wit doek op een bamboestretcher en rennen hiermee door de steegjes van Varanasi richting de Ganges. Eenmaal aangekomen, wordt het lichaam in de Ganges gedipt en gewassen. Vervolgens wordt het lichaam op de oever gelegd om te drogen om vervolgens verbrand te worden. Water, aarde en vuur!

Het lichaam wordt op een 300 kilo wegende stapel houtblokken gelegd. De rijke mensen gebruiken sandelhout, het plebs gebruikt normaal hout, oh en de arme mensen die geen hout kunnen betalen? Die verzwaren het lichaam met een steen en gooien hem of haar onverbrand de Ganges in! Alles is heilig, behalve hygiëne! Vrouwen liggen met hun gezicht naar beneden, mannen naar boven. De oudste zoon maakt wat offers aan de vuurgod, er worden mantra’s gechant en de spullen van de overledene worden uitgestald. Vervolgens wordt een fakkel ontstoken aan het heilige vuur dat al eeuwen onafgebroken brandt. Er worden zeven rondjes om het lichaam gelopen, en vervolgens wordt het vuur ontstoken, bij mannen aan de hoofzijde, bij vrouwen aan de voeten. Het vuur brandt zichzelf uit, gemiddeld tussen de 5 en 8 uur. Men hoopt dat de schedel door de hitte openbreekt zodat de ziel het lichaam kan verlaten, gebeurt dit niet dan is de eer aan de oudste zoon om de schedel handmatig te breken…. Joe!

E

n wij? Wij staan erbij en kijken er naar… Van dichtbij. Nu zijn wij degenen die staren. Het is een surrealistische ervaring, je ziet een lichaam met een wit doek, maar dat doek is vaak gescheurd of een beetje open waardoor lichaamsdelen te zien zijn. Zo ook een deel van het hoofd van een overledene, je kijkt naar dat hoofd en ziet tegelijkertijd hoe roodoranje en fel gele vlammen aan dat gezicht likken totdat het compleet is zwartgeblakerd. Je ziet het, maar kunt er niks mee, er ontstaat een error. Waar kijk ik naar? Is dit echt? En dan de geur. Een doordringende muffe geur alsof de buurman zijn hamburgers iets te krokant aan het doorbakken is maar dan keer 100.

Voor ons is dit complete waanzin, maar ik respecteer en snap het ergens wel. Want hoe gaat het bij ons? Wanneer wij iemand cremeren, dan staan we voor een kist, halen herinneringen op en kijken naar een kist, nemen huilend afscheid van een kist door deze nog een laatste keer aan te raken en laten deze kist vervolgens achter… En dan? Wat gebeurt er dan? Niemand die het weet omdat we bezig zijn zoveel mogelijk cake naar binnen te douwen. In India blijf je net zo lang bij je geliefde totdat de cirkel volledig rond is, from ashes to ashes, dust to dust!

Vervolgens worden al die ashes en dust, maar vooral overgebleven botten, zo de Ganges in gekieperd. Dat is dezelfde Ganges waar half Varanasi zich elke ochtend in wast, waar alle vrouwen hun vieze was wassen, waar menigeen zijn of haar behoeften doet terwijl de buurman datzelfde heilige water gulzig naar binnen slurpt. Het is een wonder dat hier de cholera nog niet is uitgebroken. Onze tere darmpjes zijn hier niet tegen bestand, het wordt ons ten zeerste afgeraden om het water ook maar aan te raken.

O

m alles te laten bezinken stappen we op een bootje om zo langs alle* ghats* te varen. Ghats zijn lange trappen die van de oever de Ganges in lopen. Er zijn er 88 van, waarvan er slechts twee gebruikt worden om mensen te verbranden. Bij de andere ghats worden ceremonies en offers gehouden. Er zitten ook veel 'heilige' babba’s (soort priesters) waar je tegen betaling een foto van mag nemen… Jaja… Maar bedelen mag niet van het geloof… Schijnheilig?

Als de avond valt, meert ons bootje aan bij een van de ghats om een vuuroffering te aanschouwen. Er is werkelijk geen touw aan vast te knopen. Er wordt met kaarsen gezwaaid en gedraaid en gesprongen en gezongen, hier wat water, daar wat rijst, prutje bladeren er doorheen, wat geel spul afgewisseld met, uiteraard, wat rood spul, fik erin, dansje eromheen, hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen, kusje erop en gaan met die banaan!

Vervolgens kletsen we nog wat na met z'n allen onder het genot van een Lassi, een soort yoghurt met fruit drankje, terwijl de bamboe stretchers met dode geliefden nog steeds af en aan worden gedragen door de smalle straatjes van Varanasi, precies zoals dat al duizenden jaren gebeurt en nog duizenden jaren zal gebeuren. Ach India, een land van extremen en contrasten, het land van Boedha en Shiva, onwetendheid en verlichting, innerlijke stilte en uiterlijke chaos, felle kleuren en de grijze massa, wierrook en stank, hard getoeter en zachte chants, we nemen ritueel afscheid van je. Bedankt voor al je inzichten, al was je een harde leermeester... Om namah shiva ye!

P

HOTO

ALBUM

Genoten van dit verhaal?

Wij brengen ze nu naar buiten.

Maak kennis met Time Travel Tours →