
riendelijke volgelingen!
We bevinden ons nog steeds tussen de hemelse giganten in de Himalaya (fun fact: de Himalaya groeit elk jaar met zo’n 2 centimeter!). Na een dagje volop chillen, is het tijd om door te gaan. Badend door de sneeuw werken we ons een weg omhoog, het ene uitzicht struikelt over het volgende uitzicht waardoor onze onderkaak zich steeds een stukje dichter tot de aarde begeeft. Het is met geen toetsenbord te beschrijven, werkelijk mind blowing. Sensory Overload, 404 error, ga niet langs start, sla drie beurten over, game over! Geloof je me niet? Kijkt u mee:
et klimmen door de sneeuw doet het hoofd op hol slaan, in gedachten fantaseer ik mezelf naar de top van Everest, hoe machtig zou dat zijn? Mijn ademhaling wordt Dart Vaderish diep, mijn stappen schijnbaar stroperig, in slow motion beweeg ik me voorwaarts. Totdat ik me realiseer dat Everest met zijn 8.8 kilometer, letterlijk 3 x zo hoog is dan de hoogte waar we ons op dit moment bevinden. En dan valt de dagdroom door twee dames die in tegengestelde richting op ons af komen uiteen. Nee, het is niet wat jullie denken, het zijn niet de dames maar hetgeen ze aanhebben wat me uit mijn concentratie haalt… Oké dat klinkt ook raar, maar wat ik bedoel is, ze droegen sokken! Oké dat is niet raar, maar toch wel want ze droegen sokken over hun schoenen!!! Waarom? Goeie vraag, die stelde ik ze dan ook!
Het antwoord: “It’s super slippery up ahead, put socks around your shoes for extra grip and be super carefull, it’s dangerous.” Nou en dat was een understatement van heb ik jou daar. Binnen no-time bevinden we ons in een winterwonder-hell! Want, zo stelt Newton, what goes up, must go down! En als dat op geordende wijze kan, is er niks aan de hand, maar wanneer dat op het tempo van een bobsleebaan gaat - dan heb je een probleem. En een bobsleebaan is de beste omschrijving voor wat een trap had moeten zijn. Maar bobsleebaan it is, en dus schuifelen we voetje voor voetje naar beneden. Het liefst stappen we in de diepe sneeuw aan de zijkant van het pad zodat we wat meer grip hebben. Soms zakken we tot aan onze knieën weg in de sneeuw, maar dat is beter dan plat op je bek op het ijs. Want als als dat gebeurt dan kunnen we niet aleen onze tanden gaan zoeken maar glijden we ook zo het ravijn in. En wat hebben we geleerd van de voorgaande blogs? Juist! Hoge pieken kennen diepe dalen! Daar wil je dus niet in belanden.
egelijkertijd stijgen en dalen we continue, het kost ons erg veel energie. Zowel fysiek als mentaal. Mensen die moe zijn, maken misstappen. En dan glijdt Mir onderuit en neemt ze Ri mee in haar val. Met de grootste moeite weten ze weer rechtop te komen om weer door te ploeteren door de sneeuw. Oké, en door. Maar dan, een bobsleebaan die drie haarspeldbochten heeft, een hellingsgraad van 30%, en aan de rechterkant een ravijn.. Hoe gaan we hier in godsnaam naar beneden.. Ri besluit op de billen naar beneden te glijden, maar het is zo stijl dat ze het bij nader inzien toch geen goed idee vindt waardoor ze nu languit op het pad ligt, vastklampend aan een paar takken. Oké shit, net was het nog allemaal wel een beetje grappig, maar dit is niet meer leuk. Ik raak ook een beetje in de stress, en denk alleen maar, we moeten hier weg! Dus besluit ik iets doms te doen, want ik denk hey, misschien kan ik het nóg steilere gedeelte lángs het pad nemen, er staan al een paar voetstappen in. FOUT! Ik verlies mijn evenwicht en katapulteer mezelf naar benden, knal de bobsleebaan op en begin aan mijn eigen lancering. Ik vlieg met zo’n 50 kilometer per uur naar beneden maar alles lijkt in slow motion te gaan. En terwijl ik recht op een afgrond van zo’n 5 meter diep afstuif, uiteraard vol met stenen, blijf ik wonderbaarlijk rustig. Geen tijd voor paniek, ik moet mezelf opvangen, focus! Ik ga op m’n rechter bil hangen en stuur mezelf naar rechts… BAAAM! Ik klap vol tegen een boom aan, gelukkig vangen mijn benen de klap op. Met trillende knieën sta ik op, holy shit, dat ging nog maar net goed. Wanneer ik me omdraai zie ik een meisje en een jongen me aanstaren met ogen zo groot als schotels, mond wagenwijd open. Ik klop de sneeuw van me af en lach wat nerveus. Joe!
Mirte en Ri zijn nog boven om de hoek, fuck, nu kan ik ze niet meer helpen. Gelukkig komt er net een Nepali gids aan, mét crampons aan (een soort sneeuwkettingen maar dan voor je schoenen). Voetje voor voetje neemt hij Ri aan de hand mee, van haar gezicht is pure angst af te lezen. Dit is een beetje teveel avontuur. Mirte heeft ondertussen een beter pad gevonden en worstelt zich langzaam naar beneden. Wanneer ook de dames bijna zijn afgedaald, KLAPT ER OPEENS EEN DIKKE CHINEES UIT DE HEMEL RECHT VOOR ONS IN DE SNEEUW! HOLY SHIT! De beste man was, net als ik, ook vol op z’n bek gegaan en had niet het geluk om zich op te vangen en lanceert zich zo de diepte in, recht voor de voeten van Ri. Die als aan de grond genageld blijft staan. We weten niet of we moeten huilen of lachen. Ho-ly FAK!
n het is officieel: Ri haat sneeuw! Ja mensen, het was een close call maar ze is er uit, sneeuw is vanaf nu als kut verklaard. En inderdaad, leuk is anders, maar het is wel echt prachtig! Er komen nog een paar steile, spekgladde trappen aan maar het ergste is gelukkig achter de rug. Een groep Nepalese jongeren gewapend met niet meer dan een schep en wat regenlaarzen aan de voeten komen rennend (echt voluit rennen) over het pad waar wij zojuist als gehandicapte pinguïns vanaf glibberden, om de het ijs van de paden te hakken. Deze mensen zijn super-human. Het kost ons een hele dag om slechts een aantal kilometer af te leggen. Rond vier uur begint het ook weer mistig te worden dus we besluiten de eerste de beste hut op te zoeken en het een dag te noemen. We ontdooien onszelf bij de haard en komen langzaam weer tot rust. Snel met kleren en al onder de dekens en lekker slapen.
e volgende ochtend trakteert moeder natuur ons voor de zoveelste keer. De mist is opgetrokken en daar achter verschuilde Machhapuchhre zich, de ‘fish tail’. Wat een majestueus gezicht. Je ziet hoe de wind aan de top tekeer gaat en het sneeuw doet laten opstuiven. De rododendrons staan in bloei en maken het plaatje compleet. Ik zeg, tijd voor wat havermout! Want we hebben alle energie nodig om ons door deze dag te knokken. Alhoewel we vanaf nu voornamelijk zullen dalen, zitten er toch nog wat venijnige stijgingen in. Het is weer afzien! Maar de natuur is zo fucking mooi! Echt niet te doen. Van gigantische dennenbomen, tot aan jungle-achtige vergezichten, kabbelende beekjes met gigantische rotsblokken, met daartussen pittoreske dorpjes vol vrolijke, hartverwarmende mensen. We kijken onze ogen uit. Achter elke bocht schuilt weer een nieuwe vergezicht, de een nog verbluffender dan de ander. De camera doet de Himalaya geen recht aan. Het is niet te vangen op beeld, en het bewijst des te meer hoe ingenieus onze ogen zijn, dat je in zo’n perspectief kan kijken, kan waarnemen, zo weids en toch zo geconcentreerd.
En we hobbelen door, langs bloemen, over bamboebruggen, onder boomstronken en dwars door de velden. Ondertussen zijn al wel drie keer verkeerd gelopen waardoor we ook weer drie keer terug omhoog moeten lopen! Nondeju! Maar uiteindelijk vinden we onze weg! EN HAD IK AL VERTELD DAT HET FUCKING MOOI IS DAAR-O? NEE? Oh toch wel, ok sorry, nou check deze foto’s dan maar even:
erkelijk, alsof je de wereld zelf aan het ontdekken bent, alsof je aan het pionieren bent. We zijn smoorverliefd op Nepal. Mirte tikt me aan… ‘Waarom blijven we hier niet? Fuck Myanmar, fuck China…’ ‘Maar babe, we hebben de crossings door Myanmar en China al geboekt en afspraken gemaakt met de groep, we kunnen ze niet in de steek laten.’ ‘Fuck de groep!’, brengt Mirte er tegenin, en ergens is dat natuurlijk de waarheid als een koe. Maar zo werkt het leven niet, en dat weten wij ook, en dat doet pijn, maar we beloven elkaar plechtig hier terug te komen om alle paden uit te spelen!
We lopen dwars door mensen hun voortuinen, over hun akkers, langs hun blaffende honden, geven hun kinderen heel stiekem wat snoepjes zodat ik ze mag fotograferen. Ja de kinderen hier zijn ijskoude onderhandelaars. Voor minder dan een pakje Sultana verkopen ze hun portretrecht niet, normaliter ben ik faliekant tegen dit soort kinderarbeid maar mijn innerlijke artistieke duivel wint het van mijn ethische schijnheiligheid. Fucking worth it!
an wordt er geroepen, oh shit, heeft iemand gezien hoe ik die kinderen aan het afkopen was? Een man staat wild te gebaren dat ik moet komen. Huh? Wat? Of ik je wil helpen met het ploegen van het land? Ja joh, let’s go! En voor ik het weet loop ik met een ploeg in de hand achter twee buffels aan. De beesten zijn ongelofelijk sterk, ze trekken het hele gevaarte met een rotgang voorwaarts en trekken de aarde open alsof het niks is. Het kost aardig wat kracht en souplesse om een rechte lijn te trekken, maar de boer geeft me goedkeurend een flinke klap op de schouders. Ik ben officieel een boer! Nog een rondje? Nee bedankt! Misschien morgen!
En we dalen verder af, stijl naar beneden, en daar in dat dal lopen we tegen dat ene element aan wat dit avontuur compleet maakt; een gigantische hangbrug! YES! Maar echt fucking lang, Indiana Jones-lang! Ergens hoop ik dat de brug, wanneer we zo halverwege zijn, los komt zodat we in een zwiep naar de overkant slingeren en het laatste stuk onszelf omhoog moeten trekken. Het gebeurt niet, dus ik kan het niet met zekerheid zeggen, maar zoiets is altijd leuker in de film dan in het echt.
Na wederom een lange dag slenteren, zijn we helemaal kapot. Ik pak mijn telefoon erbij om te kijken of we er al bijna zijn, in plaats daarvan zie ik dat we bereik hebben! Hoezeej! Ik stop m’n telefoon weer terug in mijn broekzak, zet tien stappen en realiseer me: huh nou heb ik niet gekeken of we er al bijna zijn. Ik grijp in mijn broekzak, leeg, andere broekzak, kut, ook leeg, kontzak, jaszak, buidelzak van m’n trui, leeg, leeg, leeg. HUH!? Ik had ‘m net nog! Ik draai me om, kijk om me heen, niks! Een Nepalese man komt omhoog gelopen, hij ziet helemaal zwart van het zand en groet ons vriendelijk, we lopen in tegenstelde richting terug om te kijken of daar mijn telefoon ligt. Nee niks… Zou die man…? Neeeee! Deze mensen zijn super vriendelijk, dan had hij hem wel teruggegeven. We zoeken overal, 2 uur lang, in de regen, helemaal gesloopt. Zou het dan toch? We zullen het nooit weten want mijn telefoon is nooit meer gevonden!
Ugh, dat steekt, op dit soort momenten word ik me pijnlijk bewust van m’n telefoonverslaving. Ongemakkelijk en geïrriteerd zit ik wat aan het tafelkleed te plukken, IK VERVEEL ME! Gelukkig hebben ze een boekenkast, en zo lees ik in de komende dagen drie boeken uit! Elk nadeel heb z’n voordeel mensen!
Een ander voordeel zijn de hotsprings!!! Ja, ja! De volgende dag dalen we af naar de rivier, een wandeling van zo’n 30 min, om ons te laven aan het heerlijke heldere warme water. GE-NIE-TEN! Alleen de weg terug omhoog was killing! Maar daar is die hotsprings, wauw, wat een rijkdom! De rest van de dag chillen we hem compleet!
a een dagje chillen in de hotsprings breekt de laatste dag aan. Het doel is om naar een busstation te lopen, zo’n twee uur verderop. Maar helaas peanutkaas, de weg is afgesloten! Fuck! We worden gedwongen om de andere kant op te gaan, wat geen straf is want het uitzicht is *vul zelf een hysterisch bijvoeglijk naamwoord in om de schoonheid extra aan te zetten* FENOMENAAL! Dank u.
Na vier uur klimmen, komen we kletsnat van het zweet aan in Landruk, BUS? BUS? Is het enige wat we kunnen uitbrengen. No bus, no bus, JEEP, JEEP! Ah nice, ook goed, kom maar door met die jeep. Over 15 minuten kunnen we mee, precies genoeg tijd voor een kop koffie en een Snickers! En met de laatste hap zit ons hike-avontuur erop! Alhoewel… De jeep ziet er ook redelijk spannend uit…
En zo stuiteren we de komende drie uur over de super smalle, onverharde ‘wegen’ die rakelings langs het ravijn lopen. Ik houd m’n hart vast, zelf zou ik dit met liefde en plezier rijden maar de controle aan een ander geven doen bij mij de haren overeind staan. Na drie uur hobbelen in een overvolle jeep met 13 mensen en nog meer zakken aardappelen en uien komen we aan in Pokhara. We hebben het overleefd! En om dat te vieren trakteren we onszelf op Piz... Nee shoarmaaaa! Ja ik dacht, doe eens gek! De volgende dag hobbelen we met de bus terug naar Kathmandu. Natuurlijk laat ik Mirte haar zonnebril in de bus liggen, maar daar komen we pas over een paar dagen achter, dus dat is voor nu nog geen probleem.
ou… Wat een avontuur weer, lijkt een mooi einde van de blog toch? Ja dacht ik ook, MAAR NEE! In Chitwan National Park ben ik namelijk gebeten door een teek en nu is er precies op die plek een rode vlek verschenen, tijd voor PANIIIIIIIIIEK!!!! AAAAH!!!! LYME! LYME! LYME! Achjah ik ben al contant moe dus he, waar hebben we het over? Maar nee, we gaan niet verder voordat de medici dit hebben bevestigd dus op naar het ziekenhuis!
Wanneer we eenmaal aan de beurt zijn mag ik even gaan liggen en de rode vlek laten zien aan meneer d’n dokter. En dan zegt de dokter iets wat je liever niet wilt horen: ‘Oh.. Oh.. can I take a picture of this?’ Gevolgd door: ‘Mmmh… ok, ok, ok… I have to check with my colleague, I’ll be right back.’ Oke, wtf… Ik ga dood, dit is hoe het eindigt, lyme, altijd pijn, altijd moe, accepteer het maar gewoon en geniet van de dagen die je nog worden gegeven. Maar wanneer de dokter terug komt wuift hij alles weg: nee opzich geen probleem, komt goed, hier heb je een pilletje voor de zekerheid, maar komt er nou nog een grotere rode ring omheen, tsja dan ben je redelijk fucked maar dan moet je in Thailand maar weer naar het ziekenhuis, voor nu ben je un-fucked! Oh en vergeet niet even 90 dollar af te tikken bij de balie, goodbye and come again. Nondeju!
e hebben geen tijd om te relaxen, we kunnen gelijk door naar ons afscheidsdiner want morgen om 6 uur gaat onze wekker voor onze borderrun van Kathmandu door India naar Myanmar. De groep is bijna compleet, Renée, Michel, Paul, Pien, Ri, Serianna, JJ en wij twee, enkel Sas en Feic ontbreken. Het is wederom een fantastische avond maar dat kan ook niet anders dan met fantastische mensen. Helaas zullen we ze voorlopig niet meer zien. Ri vliegt weer terug naar Amsterdam, Michel en Renée gaan Everest Basecamp lopen en rijden vervolgens via Pakistan naar Tadjikistan, Seriana en JJ vertrekken binnen enkele weken naar Antwerpen om daar een nieuw leven op te bouwen, en Paul en Pien? Die zijn helemaal gestoord, hun Landcruiser zit *as we speak* in een container op weg naar Afrika! Ja joh! Alles mag, alles kan! Gekkenhuis!
We nemen afscheid, dikke kussen over en weer, doei, dag, tot snel, maar mentaal zijn we alweer op de snelweg in India… Want daar is waar we weer heen gaan, op weg naar de grens van Myanmar - in slechts zeven dagen want dan verloopt het Mirte haar Indiase visum… ik hoor Freddy al zingen… UNDER PRESURE DUN-DUN-DUN-Du-Duh-DUN-DUN!
HOTO
ALBUM
ANNA-
PURNA II
