
rolijke volgelingen!
We hebben Mr. Tin zover gekregen om het programma om te gooien zodat we een dagje rust hebben van ons hectische programma. Dus wat doe je dan? Juist! Dan ga je 16 kilometer door de jungles van Kalaw banjeren. Is het daar niet veel te warm voor? Zeker wel! Maar we hebben na Nepal de smaak te pakken.
En daar gaan we dan, al navigerend op onze telefoons, dwars door de dichtbegroeide jungle. Uiteraard lopen we twee keer de verkeerde kant op maar na wat speurwerk, gemixt met lichte paniek, vinden we ons pad weer terug. Het pad brengt ons langs boerderijen waar thee en rijst wordt verbouwd. We zien hoe rietenhoedjes tussen het groen omhoog steken, gebukt in de brandende zon halen ze de oogst binnen. En ook langs de steile hellingen van de berg zijn vrouwen met grote bamboe korven op hun rug druk in de weer. Het heeft iets idyllisch, de rust, de natuur, de eenvoud van het leven. Maar goed, het is makkelijk lullen als je lekker aan de wandel bent en zelf niet iedere dag thee hoeft te plukken.
n Yola kan dat bevestigen. We komen Yola tegen bij een restaurantje aan de rand van de jungle, en het toeval wil dat hij de gids is van Lieke en Bjorn (weer vrienden van Renée en Michel) met wie we Varanasi hebben ontdekt! Da’s toch nie te geleuven?! Jullie hier?! Op deze random plek!? En dat x 10. Dus nadat de hysterie is gaan liggen en we ons tegoed doen aan een heerlijke avocado salade, verontschuldigen we ons allereerst aan Yola omdat we er heel even vanuit gingen dat hij de ober van het restaurant was. Blijft telkens weer een ongemakkelijk moment…
Yola spreekt vloeiend Engels en Mirte zet gelijk haar tanden in hem. Figuurlijk hè mensen! Ze vuurt de ene na de andere vraag op hem af. Yola heeft het geluk gehad filosofie te studeren aan de universiteit van Kalaw Hij legt uit dat je met een universitaire studie alsnog vrij weinig kan in Myanmar, de goedbetaalde banen gaan naar degenen met de beste connecties en niet naar de best presterende. De reden dat Yola voor de studie filosofie koos is omdat deze korter is dan andere studies en in het Engels is. Aangezien zijn ouders boeren zijn, heeft hij niet de connecties om aan een goede baan te komen, het was daarom slimmer om snel (en dus goedkoper) af te studeren en Engels te leren spreken.
Het is redelijk uniek dat zijn ouders hem de kans hebben gegeven te studeren, vertelt hij. Veel boeren-ouders laten hun kinderen op het land meewerken. Waarom veel geld investeren in een studie terwijl het rendement haast nul is? Yola heeft genoeg vrienden die na hun universitaire opleiding weer terug keren naar hun geboortedorp om weer op het land aan de slag te gaan met een studieschuld boven hun hoofd. Yola heeft het geluk gehad dat hij via via als gids aan de slag kon om zo wat geld te verdienen. Het geld dat hij verdient stuurt hij naar zijn ouders, want wat hij niet wist toen hij ging studeren, is dat zijn ouders veel geld hebben geleend bij familie en vrienden uit het dorp om zijn studie te bekostigen. Je kan je voorstellen dat dit een grote druk op zijn schouders legt.
aar daar merk je niks van, Yola heeft een gigantische glimlach die zelden van zijn gezicht wijkt. Hij legt uit dat hij een veel makkelijker bestaan heeft dan zijn ouders. Het boerenleven is een zwaar leven. Ons idyllische beeld wordt met de grond gelijk gemaakt, het is een leven om te overleven. Op de vraag of hij ooit nog terug gaat knikt hij ja. ‘I’m an only child, I have to go back when my parents are old and unable to work on the land.’ Ja mensen, de thuiszorg heeft haar intrede nog niet gemaakt in Myanmar. Yola kijkt hier enorm tegenop, het is zeven jaar geleden dat hij voor het laatst op het land heeft gewerkt. Zijn ouders zijn in veel betere conditie dan hij en hij vraagt zichzelf af of hij dit zware leven wel aan zal kunnen wanneer de tijd daar is. Maar voor nu geniet hij van zijn leven als gids, sinds kort heeft hij toestemming om ook onder zijn eigen naam toeristen aan te nemen, een eigen bedrijfje op te zetten. Die avond schrijven we een vijf sterren review voor hem op TripAdvisor en Google want zo’n gozer gun je het beste!
Na afscheid te hebben genomen hobbelen we in snelle tred door, want we moeten nog zo’n 12 kilometer. De jungle heeft inmiddels plaatsgemaakt voor uitgestrekte theeplantages waardoor de zon vrij spel heeft op onze tere huidjes. Al zwetend, steunend en kreunend komen we met knikkende knietjes aan bij het hotel. Tering, zo erg hebben we in de Himalaya niet eens gevoeld! We moeten met pijn in het hart concluderen dat 16 kilometer op een dag in 38 graden misschien toch iets teveel van het goede is. Gelukkig kunnen we de volgende dag weer gebruik maken van Olly.
ou ja… zo goed als, want de kuren met de startmotor blijken toch niet helemaal te zijn verholpen. KLIK, KLIK, KLIK klinkt het, NONDEJUUUU! Dus pak ik de gereedschapskist er maar weer eens bij om de bestuurdersstoel los te schroeven zodat we de accu kunnen ontkoppelen. Maar net voordat ik de laatste bout probeer los te draaien besluit ik het nog een keer te proberen. EUREKA! Brommend komt Olly tot leven. Pure magie, maar vooral puur geluk. Mr. Tin stelt de diagnose: het probleem kan ook in het relais zitten. Fak. We zitten al bijna aan het einde van onze Myanmar tour dus stellen we dit klusje uit tot aan Thailand zodat we onze traditie ‘een nieuw land, een nieuwe garage’ in stand kunnen houden.
Maar voordat het zover is bezoeken we het legendarische Inle Lake, voor mij het hoogtepunt van onze Myanmar expeditie. En dat blijkt ook uit het feit dat ik die dag 1632 foto’s schiet! Koekoek! Inle Lake is een zoetwatermeer met een oppervlakte van zo’n 116 km2, en op het meer wonen zo’n 70.000 mensen. Op? Je bedoelt ‘aan het meer’? Nope! OP het meer. En dat is precies wat Inle Lake zo bijzonder maakt. Generaties lang wonen de Myanmarezen geheel zelfvoorzienend op dit gigantische meer in bamboehutten op hoge poten, er zijn floating markets, floating tempels, ze verbouwen hun eigen voedsel in hun floating gardens. Al het vervoer gaat uiteraard per boot. Klinkt als het perfecte recept voor de ULTIMATE TOURIST TRAP!
n de angst sloeg me dus ook om het hart toen we samen met een groep pensionadolosaurussen stonden te wachten op ons bootje. Ugh… Daar gaan we weer, dacht ik. MAAR, het viel enorm mee, en dat was vooral te danken aan Mr Tin, die het meer op zijn duimpje kende en ons door alle traps heen wist te dirigeren. Op eentje na… Want hetgeen waar Inle Lake toch wel het meest bekend om staat is zijn unieke manier van vissen. Op smalle houten bootjes, die geheel uit een boomstronk zijn gehakt, balanceren de vissers met één been op het puntje van hun boot, terwijl ze met hun andere been de roeispaan omklemmen en zich kalm over het water laten glijden. MET HUN BEEN! In de ene hand houden ze een gigantische bamboefuik vast, die drukken ze tot aan de ondiepe bodem (het diepste punt is 3.7 meter maar de gemiddelde diepte is zo’n 2.1 meter) waardoor de vissen vast zitten in de fuik. Vervolgens gebruikt hij de speer in zijn andere hand om de visjes een voor een naar binnen te prikken. Deze manier van vissen is zo goed als verdwenen, vandaag de dag staan de vissers nog steeds op het puntje van hun boot met hun been te peddelen maar de fuik is vervangen door een werpnet en een FC Barcelona shirtje.
Maar de fuik is niet helemaal verdwenen, want op de plek waar alle toeristen naar binnen komen zijn een handje vol ‘vissers’ op ‘authentieke wijze’ aan het ‘vissen’. Ze vissen al poserend met hun fuiken en traditionele kleding naar een fooitje van de toerist met grote camera. Naar mijn fooi dus… En dan kan ik wel een beetje zuur gaan lopen doen maar het zag er gewoon fantastisch uit, dus mijn fooi kreeg hij in ruil voor zijn foto. Win-win. En daarmee sluiten we het terugkerende thema ‘ik-ben-een-toerist-en-haat-toeristen’ af, tot volgende week!
n zo zoeven we over het water, ik zou ‘geruisloos’ willen zeggen maar dat is het zeker niet. Achterop de boot ligt een gigantisch oude Chinese automotor die al beukend en grommend de aandrijfas aanjaagt waaraan een propeller is bevestigd die het water in mootjes hakt. Wanneer we een tegemoetkomende boot passeren halen beide kapiteins hun aandrijfas beleefd uit het water om de schaapjes in de boot droog te houden. En zo klieven we ons een weg over een kraakhelder Inle Lake. Het water is zo helder, zo zacht van kleur en zo uitgestrekt dat je niet kan zien waar het meer ophoudt en de lucht begint. Het is werkelijk adembenemend. En in die twilight zweven de vissers op de punt van hun bootje als een internationaal voetbalteam dat op jacht is naar een lekker visje.
Maar er wordt niet alleen gevist, er drijven ook bootjes rond vol met drek en zeewier, of meerwier… get it? Met lange bamboestokken dreggen ze dit groene drapje in hun bootjes, maar waarom? Mr. Tin legt uit: de groene drap gebruiken ze als compost voor hun floating gardens. Wat zijn floating gardens? Goede vraag! Zie het als een akker waar tomaten, komkommers, sla en al je groentjes worden verbouwd maar dan op een meer. HOE DAN? De dorpelingen hebben op ingenieuze wijze drijvende bamboeframes gebouwd, op de frames wordt de groene drap gelegd die als potgrond dient en daar worden de zaadjes geplant! Flinterdunne bamboestokjes staan geordend verspreid over het veld om de plantjes wat houvast te geven. En tussen die bamboestokjes zie je de bamboehoedjes van de boeren die aan het werk zijn. In het verleden dreven deze tuintjes vrolijk over het meer, maar door de groeiende bevolking en de verdrukking die daarbij komt kijken, kregen de boeren het met elkaar aan de stok over wiens stukje meer van wie was, waardoor de overheid heeft ingegrepen door de tuinen een vaste plek te geven.
ol bewondering varen we tussen deze uitgestrekte velden. De velden maken plots plaats voor het eerste dorpje, onze kapitein mindert langzaam vaart. Hij heeft dan ook geen keus want de dorpelingen hebben zowaar drempels gebouwd om de boten te dwingen snelheid te minderen. Drempels in het water? Yep! Het zijn dikke bamboebalken die overdwars in het water liggen, de romp van de boot vaart hier zonder probleem overheen maar de schroef achter de boot gaat naar de haaien als je deze niet uit het water haalt. Zo wordt iedere boot gedwongen zijn aandrijfas met schroef uit het water te tillen en mindert zo automatisch vaart. Ja mensen, hier is nondeju over nagedacht!
In de dorpjes vinden we de oudste en jongste bewoners van het dorpsleven. Oude vrouwtjes doen de was, bereiden het eten voor of roken een lekker sigaretje terwijl de kinderen vrolijk tussen de bamboepalen van het ouderlijk huis rennen. Opa gooit voor de deur een netje uit om nog wat extra visjes te vangen, ook al is dat illegaal want vissen in het dorp mag niet, maar goed opa weet niet beter dus laat hem maar. Het familieleven speelt zich voornamelijk in de schaduw onder het huis af, hier liggen ook de boten geparkeerd. In het regenseizoen staat dit gedeelte compleet onder water en verplaatst het dagelijkse leven zich een verdieping naar boven. Mijn camera draait overuren, het is ongelofelijk dat het dagelijkse leven zich hier compleet op het water afspeelt. Venetië is er helemaal niks bij, dit gaat echt tien stappen verder.
lk dorpje heeft een tempel, school en een medische kliniek op palen, but wait there is more! Want naast de landbouw en de sociale voorzieningen hebben mensen ook kleding, werktuigen, sigaretten en andere goederen nodig. En ook daar voorzien de dorpjes zichzelf en elkaar in. De kleding wordt gesponnen van fibers uit de stengel van de lotus bloem. Je hebt zo’n 4000 stengels nodig om een sjaal te maken! Per medewerker wordt er zo’n 15 meter aan draad geproduceerd, vervolgens wordt er een gecompliceerd patroon bedacht en worden de draadjes naar dit patroon gekleurd en op spoelen gedraaid. Deze spoelen worden in een bepaalde volgorde gewoven zodat het patroon perfect terugkomt in het eindresultaat. Het is werkelijk ongelofelijk hoe ze het voor elkaar krijgen, het duurt een maand om één sjaal in elkaar te weven en dat zie je terug in de prijzen. Sorry mam!
En zo varen we langs een fabriekje dat sigaretten van bananenbladeren rolt, een ijzersmid waar werktuigen voor op het land worden gebouwd (en samoeraizwaarden voor de toerist met een goed gevoel voor misplaatste cultuur) en een zilversmid. Klinkt als een tourist trap? Yep, maar je krijgt bij elke stop uitleg over het productieproces zonder enige verkooptrucs. No pressure! Er was echter een stop waar we ons niet zo goed bij voelde: de vrouwen van de Kayan tribe met hun befaamde gouden ringen die ze om hun nek dragen. Vrouwen dragen deze ringen vanaf hun vijfde, elk jaar komt er extra ring bij tot aan hun 18e levensjaar, tegen die tijd drukken de ringen zo’n 7 kilo tegen de schoudertjes. Deze traditie is langzaam aan het verdwijnen en bestaat eigenlijk enkel nog voor toeristische doeleinden. En de drang naar een mooi portret wint het wederom van mijn principes. Met het schaamrood op de kaken stop ik de geringde vrouw onhandig wat geld toe, ugh, ik haat toeristen.
n daarom gaan we gelijk door naar de volgende attractie, ‘its a surprise’ zegt Mr. Tin geheimzinnig. ‘You will be very happy!’ Ja, ja dat roep je de hele dag al vriend. Maar dit keer overtreft hij zichzelf wanneer hij ons meeneemt naar een opvang voor Birmese katten! De harten van Mirte en Laura springen een gat in de lucht om vervolgens te smelten. Binnen no time hebben beide dames een kat om hun nek hangen en struikelen ze over hun woorden om Mr. Tin te bedanken. Mr. Tin glundert op zijn beurt als een gouden boeddha in de middagzon. Wat een held, we komen er later achter dat je een bezoek aan het drijvende kattenpension ver vooruit moet boeken en dat deze stop speciaal voor ons wordt gemaakt omdat hij zag hoe de dames bij elke kat die we tegenkwamen wegsmolten. You will be very happy.
En dan begint de zon langzaam weg te zakken in het meer, we hebben nog net genoeg tijd om de grote motorboot om te ruilen voor een kleiner bootje met privé peddelaar. En dan ervaren we het mooiste van de dag: de stilte. We glijden geruisloos, ja daar istie dan toch, over het water en zien hoe de mannen en vrouwen thuiskomen van een dag zwoegen in de brandende zon. Mensen hangen uit hun ‘raam’ te buurten met de buren, mensen wassen zichzelf en de geuren van heerlijke gerechten bereiken onze neusjes. Wat een rust, wat een gemoedelijkheid, wat een schoonheid. Kijkt u zelf maar…
nle Lake is voor mij het hoogtepunt van Myanmar en tegelijkertijd ook het einde van onze tour. Nou ja bijna dan. Er resten ons nog twee lange rijdagen naar grens. Overdag is het zo warm in de auto dat we meerdere keren per dag onbewust checken of de ramen wel open staan. Of staat de verwarming aan? Nee, fuck wat is het warm! En het feit dat de boeren het land om ons heen in de fik hebben gezet maakt het er niet koeler op. Soms rijden we door een vuurzee waarbij beide kanten van de weg in de hens staan! Een keer valt er een brandende kei voor onze wieltjes op de weg. Holy shit! Gelukkig is het erg rustig op de weg, vrachtwagenchauffeurs laten je weten of het veilig is ze te passeren door middel van hun knipperlichten en kinderen rennen vrolijk naar buiten om naar ons te zwaaien. Mr. Tin legt uit dat de kinderen dit vooral doen omdat ze verwachten dat je geld uit het raam gooit. Oh… zijn hier zoveel toeristen dan? Nee, veel mensen bedelen langs de weg en het is vervolgens de normaalste zaak voor Myanmarezen om geld te schenken. Want ja, die boeddhistische hel daar word je ook niet vrolijk van hè!
En dan komt de grens van Thailand langzaam in zicht… Het waren twee fantastische weken en het afscheid van Mr. Tin valt ons zwaar, en daarom stellen we dat uit tot de volgende blog!
HOTO
ALBUM
INLE LAKE
