Hello, Goodbye

Spit#55 · Thailand

Hello, Goodbye

F

reunden!

We are on the run voor de beklemmende hitte in Thailand terwijl we tegelijkertijd jagen op een Chinees visum omdat we niet welkom waren op het consulaat in Chiang Mai. Dus: op naar een AirBnB appartementje met airco in de buurt van Bangkok. We hebben iets gevonden in Hua Hin, een kustplaats 2 uurtjes onder Bangkok. Gas op die Olly! 882 km rijden in 12 uur – kijk dat zijn weer Europese tijden, met andere woorden: goede wegen! Alleen is het wegdek zo heet dat de temperatuur van de motor zelfs op vlakke stukken tot boven de 100 graden kruipt. Dus staat de verwarming vol open waardoor de cabine een op hol geslagen sauna nabootst. Het rempedaal is zo warm dat het niet mogelijk is deze met je blote voeten aan te raken. Laat je je appel even op het dashboard liggen? GEKOOKTE APPEL! Je flesje water? KOKEND HETE THEE! Je tonijn sandwich? TOSTI TONIJN!

V

alt er nog wat te zien onderweg? Nope! Enkel snelweg afgewisseld met super stores! In Myanmar reden we nog door knusse dorpjes, in Thailand zien we daar niks van terug. Steden en stores, that’s it.. Dan krijgen we een berichtje via AirBnB, sorry maar het huisje is al verhuurd, vergeten om ‘m van de site te halen, veel succes, doei! Nondejuuuuuuuuuu! Ugh… Blegh… Urgh… En de afslag naar de McDonalds is ook al afgesloten! FUUUUUUU!!!! Maar ik geef niet op, we moeten er 3 kilometer voor omrijden maar uiteindelijk zinken mijn tanden zich in een welverdiende BigMac!

Oké en nu? Once again, back to the drawing board! We pluizen AirBnB nogmaals uit en vinden uiteindelijk een appartement. Ok, even diep adem halen, slap yourself together, terug die autosauna in, nog even volhouden! Ons doorzettingsvermogen wordt beloond, ons appartement voor de komende week bevindt zich net buiten Hua-Hin, een badplaats waar de Thaise koninklijke familie haar strandvakanties viert, kan niet missen dus! We vertoeven op de 19e verdieping met een prachtig uitzicht over zee. Voor de deur ligt een zwembad en tien stappen verder bevindt zich een kraakheldere zee. AAAAHW YIZZZ, welcome to paradise! We ploffen neer op de bank en besluiten er niet meer vanaf te komen.

M

aar nee! Kom van die bank af! Het is SONGKRAN! A.k.a. Asian New Year, beter bekend als The Water Festival. In Azië vieren ze op die manier het begin van de lente en het regenseizoen, een nieuw jaar is aangebroken. Dat doen ze door tempels te bezoeken, water over boeddhabeeldjes te gooien en door met de hele familie bij elkaar te komen. Maar het wordt pas echt leuk wanneer iedereen de straten op gaat, gewapend met een supersoaker en emmers vol water! Hele steden veranderen in een gigantisch watergevecht. Dat moeten we meemaken! We hebben twee grote supersoakers aangeschaft and are ready for battle! BRING. IT. OOOOOON!

S

angkron was echt fucking vet! En wij zijn helemaal uitgeteld! Tijd voor ons zomerslaapje, tijd om even op adem te komen. We brengen de dagen door met Netflix, het schrijven van blogs, het bewerken van foto’s, zwemmen in de zee of in het zwembad. C’est tout, c’est ca! We delen de flat met pensionadolosaurussen van over de hele wereld. Een opgewekte Amerikaan vertelt ons ongevraagd dat dit de plek is waar hij zal sterven, het is zijn paradijs op aarde en de drie maanden dat hij in Amerika zit om zijn familie te bezoeken, denkt hij enkel aan zijn eigen Paradijs.

W

anneer we terugkeren van een heerlijke maaltijd op een van de vele night markets, blijkt dat we Olly stomtoevallig voor een Nederlands café hebben geparkeerd. De eigenaar nodigt ons uit om wat te komen drinken en serveert ons een… FRIKANDEL! Nou, mensen, tranen van geluk, eeuwige dankbaarheid en oneindig veel liefde. Maar de twee Nederlanders boeien ons niet zo, wat een gezeur: ‘uh… de Thaise Baht staat heel slecht’, klagen ze. Slecht? Het gaat toch goed met de Thaise economie? Ja! Dat is nou net het probleem! Kreeg je vroeger voor 1 euro nog 54 Baht, nu is dat nog maar 35. Meneer zijn AOW is opeens 33% minder waard geworden. Ja hallo, maar zo werkt het niet!

We zijn dus op een punt gekomen waarop goedkope ‘hide aways’, zich, mede door het toerisme, uit de armoede hebben weten trekken. Eindelijk de economische welvaart wat we ‘arme landen’ gunnen, maar nu lopen we te klagen dat onze hide away zo duur is geworden. En dan is het nog maar de vraag wíe hier nou precies van profiteert, want heel veel barretjes en restaurantjes worden gerund door barrangs, a.k.a. de witte man. Het is een perverse vorm van kolonialisme; economisch kolonialisme! Overal zie je hippe tentjes om de Barrang, die veel geld heeft neergeteld om ver van huis te geraken, zich toch thuis te laten voelen… Koekoek! Tel daar de hordes blanke mannen met Thaise vrouwen bij op en het plaatje is compleet.

Wij banen ons een weg door de hippe tentjes, op weg naar de Thaise immigratiedienst, tijd om ons Thaise visa alvast te verlengen zodat we daarmee het Temporary Import Document voor Olly straks in Bangkok kunnen verlengen. Appeltje, eitje, maar toch klopt ons hart in de keel. De vrouw achter de balie geeft geen duidelijk antwoord op de vraag of we met deze verlenging het land uit kunnen (naar Cambodja) en weer terugkeren. Ugh… weer een los eindje. Maar ons visum is zonder problemen verlengd. We kunnen voor nu even ontspannen en ons opmaken voor de volgende operatie Visum China in Bangkok, het verlengen van de TIP en het Mongolië visum.

M

aar eerst vieren we voor de tweede keer op deze reis Mirte’s verjaardag! De vorige keer waren we in Pisa, Italië, en nu wordt haar kinderfeestje gehouden in het WATERPRETPARK in Hua Hin. Oké, ik was de enige die op haar feestje is op komen dagen, ik kreeg geen zakje snoep mee, maar ik word als alles goed gaat over een paar maandjes wel thuisgebracht! Hoe het feestje was? Daar hebben we beelden van!

N

a alle waterpret in Hua Hin is het tijd voor de activatie van Operatie China Visum. Maandagochtend gaan we vroeg naar het visumbureau. Om kwart over 8 staat er al een dikke rij wachtende voor ons… Shit. De linker rij is voor de express-visa en de rechter voor de normale, 4 dagen wachten, goedkopere visa, rechts it is! Dan gaan de luiken omhoog, iedereen springt ongeduldig op, mensen beginnen voor te dringen en er begint zich zowaar een rij in het midden te vormen! Ho-eens even! Ik wil er bijna iets van zeggen totdat de bewakers de middelste rij als eerste binnenlaat en we zien hoe ze plaats nemen achter hun balie… Pfiiiieuw, daar ging het al bijna mis!

Oké, ACT NORMAL! We moeten niet opvallen, rustig aan! We gaan het dit keer proberen met nep vliegtickets en hotelreserveringen, geregeld door onze Chinese touroperator. Op die manier gaan ze in ieder geval geen lastige vragen stellen over het reizen met eigen vervoer. Verder hebben we alle formulieren op orde, kwestie van inleveren en wegwezen. Maar dan komen we erachter dat we bij dit visumbureau twee in plaats van één pasfoto nodig hebben. Kut, we hebben er maar één. Ah nee… Moeten we nou helemaal terug met de taxi en dan weer terug en dan weer helemaal achteraan in deze gigantische rij aansluiten? Nope! Want er is pasfotohokje à 7 euro per foto. FUCK IT! Snel op de foto. Het hokje staat echt midden in de wachtkamer dus je ziet mensen kijken: amateurs!

Dan nog meer paniek, waar is ons nummertje gebleven? Argh, Het plan ‘trek-geen-aandacht’ mislukt grandioos, twee geërgerde Nederlanders, die nog net niet op hun knieën door de wachtkamer op zoek zijn naar hun nummertje… Ja dat valt op! Mirte beschuldigt me dat ik niet goed op onze spullen let, ik beschuldig Mirte van het feit dat ze me belangrijke spullen laat vasthouden! Moeten we alsnog een nieuwe nummertje trekken en achteraan sluiten. NONDEJU!

Dan zijn we aan de beurt, met knikkende knietjes schuifelen we naar het loket. De vrouw achter de balie bladert achteloos door onze aanvraag en omcirkelt het een en ander. Dan laat ze ons een brief schrijven waarin we aangeven dat we enkel voor toeristische doeleinden China bezoeken en genoeg geld hebben om dit te bekostigen… Oké. Vervolgens vraagt ze waarom we in Pakistan zijn geweest. Kut.. Toerisme is ons antwoord. Dan deelt ze ons mede dat we morgen of overmorgen waarschijnlijk een belletje krijgen van de ambassade om uit te leggen waarom we een Pakistan visum in ons paspoort hebben… Fuck. Oke, maar dat kunnen we dan aan de telefoon uitleggen, prima!

En dan staan we weer buiten, onze hartjes kloppen nog na in de keel. Het is zo spannend, er hangt aardig wat van af én trouwens, Lars staat overmorgen voor de deur! We besluiten een ijskoffie te drinken om even bij te komen. Hey, kijk ons eerste nummertje zit gewoon in de portemonnee, Koekoek!

F

ast forward en daar is Lakei Lars, die in de traditie van Pakezel Pim ook een koffer vol auto-onderdelen heeft meegenomen! En natuurlijk ons tweede paspoort! Remember Plan B als we geen visum in ons eerste paspoort krijgen, dan gaan we het in Phnom Penh proberen met een leeg paspoort. Hiephoi! Het is tijd voor wat verse kokosnoten en fruit shakes! Het is moeilijk uit te leggen hoe fijn het is na zo lang weg te zijn weer een vertrouwd gezicht te zien, BANGKOK HERE WE COME! Maar-eh we moeten eerst even naar de dokterspost. Want Lakei Lars heeft 4 weken geleden zijn sleutelbeen gebroken toen hij met 50 kilometer per uur over de kop ging met zijn racefiets en dat litteken ziet er niet goed uit… Het zal wel meevallen maar beter toch iemand even naar laten kijken.

Maar eerst bier! Uh… Ja, ik ben even gestopt met drinken, sorry maat, maar anders lukt het me nooit om te stoppen met roken. Na een paar biertjes en colaatjes en heel wat heerlijk slap geouwehoer is het tijd om naar de dokter te gaan op Khoa San Road, voor wie dat niet kennen: het is de backpackers-party-straat, waar kotsende tieners over elkaar struikelen en proppers kartonnen bordjes in je gezicht tetsen met teksten als ‘CHEAP BEER’, ‘LAUGHING GAS’ en ‘PING PONG SHOW’ dus de sfeer zit er gelijk in.

Maar die slaat al snel om wanneer de dokter ons vertelt dat het ernstiger is dan we denken. Fuck. Lars moet gelijk aan de antibiotica en de wond moet dagelijks worden schoongemaakt. Nondeju! Dat betekent dat we elke dag moeten terugkomen. Faaaak! We vragen een second opinion aan Dokter Prince, onze vriend in Nederland die tussen al studentenfeesten door wel een universitaire studie heeft weten af te ronden. En ook hij klinkt niet heel erg positief, zijn advies: even bellen met de chirurg in Nederland. Jezus… Oké nou die bellen we morgen wel.

W

ant vanavond gaan we naar een Muay Thai wedstrijd! Boksende Aziaten, altijd mooi! Maar het is meer dan boksen - er mag ook worden getrapt, knietjes zijn geen probleem en van een goede elleboogstoot zijn ze ook niet vies! Vet! In het stadion hangt een fantastische sfeer, elke keer wanneer er een hard knietje wordt uitgedeeld schreeuwt het hele stadion iets wat klinkt als KNEEEE! Makes sense! Op de tribune naast ons gaat het helemaal los, mannetjes zwaaien met bankbiljetten naar elkaar en steken verschillende vingercombinaties de lucht in, daar wordt lekker gewed. Wij zitten op de blanke-kneuzen-tribune waar niet wordt gewed dus starten we ons eigen gokbureau: de eerste twee rondes kunnen we inventariseren wat voor vlees we in de kuip hebben en daarna wordt het er ingezet. 50 Baht per persoon, 1.50 euro, keiharde monnies mensen!

Aan de puntentelling van de jury is geen touw vast te knopen, de eerste twee rondes zijn altijd een beetje tam en in de laatste ronde wordt soms helemaal niet gevochten. Beide boksers dansen dan wat om elkaar heen en juichen naar het publiek alsof ze ervan overtuigd zijn dat de buit binnen is. Maar ronde 3 en 4 zijn keihard, dan gaat ze er vol op! De hele zaal gaat uit z’n plaat en dat op een woensdagavond, wat een sfeer. Wanneer er iemand knock-out wordt geslagen ontploft het stadion, holy shit, de eerste keer dat ik zoiets live meemaak, BAMMM en hij valt als een plank om. Fuck, 50 Baht verloren!

E

r zijn ondertussen al twee dagen verstreken en we hebben nog geen belletje van de Chinese ambassade gehad! Pfoeh wat een opluchting. Lars ligt nog te tukken wanneer wij in alle vroegte vol goede moed naar het visumbureau vertrekken. Binnen no time zijn we aan de beurt, Mirte gaat voor het loket zitten omdat ik toch niks versta met m’n dove kop. Maar ik ben erg goed in gebarentaal dus ik snap gelijk wat de vrouw bedoelt wanneer ze hevig met haar hoofd schud. Wat nee? ‘No reason, embassy never gives a reason.’ Fuuuuuuuuuck! Het alsof we net een harde klap in onze magen hebben gekregen, als versuft staan we weer buiten. Oké, rustig blijven, focus, wat moeten we nu doen?

Ja we moeten naar Phnom Penh om het daar nog een te proberen met ons tweede paspoort die Lars heeft meegenomen. Oké. Dan moeten we nu eerst het Temporary Import Document voor Olly verlengen zodat Olly nog een maandje in Thailand mag blijven. Dus we springen in een taxi, de chauffeuse snapt niet waar we heen moeten. ‘Gewoon Google Maps volgen’, zeggen we, zo moeilijk is dat toch niet. Vervolgens neemt ze een bocht te krap en rijdt met een harde knal van de stoep af terwijl ze Thaise paniekkreetjes uitslaat: ‘aiii ieeeee oeeeiiiii no no no.’ Vervolgens blijft ze bij de tolpoortjes om de snelweg op te mogen stilstaan om de weg te vragen aan de ticket medewerker. Wat doe je?! Je moet gewoon Google Maps volgen MUTS! Vervolgens begint de ticket medewerker allemaal vragen aan ons te stellen. WAT?! JEZUS, wij vertellen je wel waar je heen moet!! Nondeju! De rest van de rit blijft de chauffeuse onverklaarbare kreetjes uitslaan. Oh mijn god, dit is hoe we eindigen, op de snelweg in Bangkok met deze idioot. Mon dieux!

Gelukkig gaat het bij Customs een stuk sneller, na een uurtje wachten en een aantal documenten te hebben ingevuld, is de TIP van Olly met een maand verlengd! Gelukkig, er kunnen ook nog dingen gewoon goed gaan! Wat nu? Mongolië visum aanvrage? Tsja, might as well! Maar wacht even, stel we krijgen ons Chinese visum in Phnom Penh niet, wat dan? Dan zijn we 120 dollar lichter en kunnen we alsnog niet naar Mongolië… Oké, dat moeten we dus pas regelen wanneer we Olly over een maand weer ophalen, en we zeker weten of we door China kunnen. Check! Wat next? Vliegtickets boeken… Oh nee misschien eerst even wachten op het belletje van Lars z’n chirurg.

W

anneer we rond 12 uur bij het hotel aankomen is Lars net wakker geworden en vertellen we hem het goede nieuws: we gaan naar Cambodjaaaa! Ons vakantieplan voor Thailand kan zo de prullenbak in, maar eigenlijk maakt het geen flikker uit wat we doen, want wat we het liefste doen is slap ouwehoeren en discussiëren, eindeloos discussiëren. En dat doen we dan ook, het levert gelijk een paar prachtige Amsterdamse Larsiaanse uitspraken op:

*- “Trappen is zwaarder dan schoppen.” - “Kijk, ik weet nu wel, dat KL voor KLM staat.” - “Als ie vast zit, zit ie vast.” - “Een betere wereld begint bij anderen, want die zijn met meer.” - “Ik heb ook geen gelijk, maar ik wil gewoon dat ’t verandert”*

Maar de mooiste is toch wel deze: “*Ik vind Tygo (zijn zoontje) 100 keer interessanter dan de rest van de wereld.”*

En dan gaat Lars z’n telefoon, het is zijn chirurg uit Nederland. We luisteren gespannen mee. Oh… Dat klinkt niet goed, Lars z’n gezicht vertrekt, hij staat op en loopt weg. Kut… En inderdaad, de chirurg sommeert hem gelijk naar huis te komen. Een Aziatische infectie kan grote problemen veroorzaken vooral wanneer deze in het bot slaat, je loopt het risico dat de Nederlandse antibiotica dan niet aanslaat. Faaaak. Kunnen we niet 8 dagen smokkelen? Boeiuh! Nope, de chirurg was erg duidelijk, this ain’t no joke, naar huis met je donder.

En dan gaat het snel, er wordt gebeld met de verzekering, er worden documenten heen en weer gestuurd met doktershandtekeningen en voor je het weet is de vlucht naar huis geboekt. Over 12 uur nemen we alweer afscheid; hello, goodbye! Nondeju… Maar zelf moeten we ook naar het vliegveld, halsoverkop boeken we een vlucht naar Phnom Penh.

H

et plan is om met deze onze tweede paspoorten te vliegen, in de hoop een Cambodjaanse stempel in ons paspoort te krijgen zodat we met een bijna leeg paspoort ons China visum kunnen aanvragen. Pfff, het plan valt of staat met het krijgen van deze stempel, want met een compleet leeg paspoort aankomen op een ambassade in het buitenland is natuurlijk erg verdacht. Hoe bent u Cambodja ingekomen meneer? Eh… Het plan is dus niet waterdicht, maar er is geen andere optie. Daarnaast is er ook nog de angst dat de Chinezen een database bijhouden van alle aanvragen die zijn afgewezen, in dat geval zien ze dat we in Bangkok zijn afgewezen en dan gaat het feest alsnog niet door…

En terwijl we dit allemaal aan het uitpluizen zijn, moeten we ook op zoek naar een parkeerplek voor Olly want die gaat niet mee in het vliegtuig hè mensen… nee. Maar waar parkeer je zo’n bus? We zoeken ons helemaal scheel, de prijzen zijn belachelijk hoog, voor 3 weken parkeren bij het vliegveld betaal je meer dan 200 euro, dat is meer dan 8 euro per dag! Koekoek! Bij grote parkeerplaatsen in de buurt is het niet toegestaan om overnacht te parkeren en om Olly nou gewoon ergens langs de kant van de weg te parkeren zien we ook niet zitten. Maar dan vinden we een parkeerplaats voor long term parking in de buurt van het vliegveld voor ‘maar’ 4 euro per dag: hey-a-ooh lettsa gooo!

Lars vliegt van Suvarnabhumi airport wat compleet aan de andere kant van Bangkok ligt ten opzichte van Don Muang, het vliegveld waarvan wij vliegen maar we willen elke minuut uit deze toch al korte reis persen, en daarom besluit hij mee te gaan op ons parkeerplek-avontuur om vervolgens een taxi dwars door Bangkok te pakken. Hatsaaaa, zo doen vrienden dat! Vol goede moed scheuren we door de concrete jungle, navigeren is een ware kunstvorm en daar heeft Google Maps niks aan veranderd want de overpasses, afslagen, kronkellende wegen die van alle kanten over en onder je krioelen doen Google Maps compleet op tilt slaan waardoor je bent aangewezen op je eigen intuïtie en die is vaak FOUT! Maar na wat verkeerde afslagen, U-turns en extra rondjes om de kerk zakt de moed ons als een baksteen in de schoenen: de long term parking heeft een maximale doorrijhoogte van 2.20m! Daar passen we nooit in. FUCK! En nu?

We proberen nog af te dingen bij de duurdere parking, Lars voorop, maar ook zijn soepele Amsterdamse onderhandel-skills kaatsen af op het emotieloze gezicht van de parkeerwachter. Na nog wat speurwerk spotten we twee potentiele parkeerplaatsen, niet goedkoop maar goedkoper dan de afzetterij bij het vliegveld. Maar je raadt het al, onze witte kolos past niet in die kleine Aziatische mini-parkeerplekjes, omdat mensen het hier belangrijk vinden om hun auto overdekt te parkeren. NONDEJUUUUUUU! Plan E dan, op 20 minuten rijden zit een evenementen/shoppingcentrum, daar zijn gigantische parkeerplaatsen, en zonder hoogtelimiet! Het is onze laatste kans, het begint al donker te worden en Lars moet nog naar de andere kant van Bangkok om zijn vlucht te halen.

Y

ES! Gigantische parkeerweides lachen ons toe, een zee aan ruimte, wat een geluk, tranen van blijdschap. Mogen we hier ook ’s nachts parkeren? NEE! Ga terug naar start, u ontvangt geen 20.000 euro, doei! Succes. FAK! Gelukkig houdt Lars de moed erin, er schijnt nog een parking te zijn, P4, daar mag je wel overnacht parkeren… Dus we rapen ons laatste beetje energie bij elkaar en slepen ons naar P4. Veel ruimte, check! Gratis, check! Overnacht parkeren, check! Maar geen beveiliging. Hmmm… Tsja… Drie weken onbewaakt op een afgelegen verlaten parkeerterrein. SHIT! Ik geef het op, oh shit Lars moet zijn vlucht nog halen, terwijl ik een taxi voor hem regel, is Mirte een gesprek aangeknoopt met een Thaise jongen. Hij spreekt geen Engels, maar met Google Translate valt er wel te communiceren. ‘Is it safe here?’ willen we weten. Hmm… ‘No not so safe…’ rolt er uit Google Translate. Kut! ‘Do you know where it is safe?’ Ja P2, maar daar mag je ‘s nachts niet staan.. Grmpf..

Oh fak, Lars, je taxi is er! En tussen al het gestress en gehannes door, hijsen we Lars z’n koffers de taxi in en voor we het weten is hij weg. Een laatste omhelzing zat er nog net in maar het ging zo snel. Hello, goodbye! Pfff, maar geen tijd om dit te verwerken, het is pikkedonker, over 10 uur gaat onze vlucht en we hebben nog geen plek voor Olly! Maar dan zegt de Thaise jongen dat hij bij het Ibis hotel aan de overkant van de straat werkt, hij belt een vriend van hem die bij de parking van Ibis werkt en zegt ons dat we gratis en beveiligd voor drie weken achter het hotel kunnen parkeren.

YES! Wat een opluchting! En dan komen de tranen bij Mirte, als een strijder die haar laatste adem op het slagveld uitblaast, what de fak is gebeurt hier allemaal?! Maar geen tijd om hier over na te denken, we rijden het parkeerterrein van Ibis op, parkeren de auto, pakken onze spullen, kijken nog een keer achterom en nemen vluchtig afscheid van wederom een vriend. Doei Olly, doei Lars! 9 uur later zitten we in het vliegtuig naar Phnom Penh, op jacht naar een visum voor China…

P

HOTO

ALBUM

INLE LAKE

Genoten van dit verhaal?

Wij brengen ze nu naar buiten.

Maak kennis met Time Travel Tours →