
olgelingen!
Na enkel een uurtje in de lucht, landen we alweer in Phnom Penh. Knikkende knietjes, zweetdruppels kriebelen zigzaggend over mijn rug, mijn hartslag voel ik tot in de tenen en de keel is gortdroog: het is erop of eronder in de real life soap genaamd ‘het Chinese visum’. KLAK-KLAK, de norse douanebeambte op het vliegveld stempelt mijn kersverse, maagdelijk witte, tweede paspoort in met een Cambodjaanse stempel! YES! Met een schorre stem mompel ik een bedankje en haast me snel weg van de balie. Aan de overkant, op zo’n 5 meter van me vandaan staat Mirte te zweten. De douanebeambte vraagt haar: “Mmh new passport?” “Uh… yes!” Stamelt ze. Oh kut… KLAK-KLAK, “welcome to Cambodia!” Pfoeeeee! Great succes! We zijn nog steeds in de running voor ons Chinees visum.
e rest van de dag brengen we door in bed temidden van een pittoresk Phnom Penh's hotelletje. We moeten ons opladen voor morgen; D-day, of beter: C-day (China begint met een C, snapte?). En die energie kunnen we goed gebruiken, want het wordt een knotsgekke dag. Het begint al helemaal kut. Wanneer we op onze fietsjes bij de Chinese ambassade aankomen staat er een gigantische rij voor de deur. In de brandende hitte staan we te wachten totdat de ambassade wordt geopend. Wanneer de deur openzwaait, ruimen zeker 3 wachtende Chinezen het veld , het is dringen geblazen. Het recht van de sterkste zegeviert. Gelukkig ben ik veel groter dan al die kleine Aziaten en wurm ik me zonder al te veel problemen naar voren, om erachter te komen dat je geen énkele bezitting, buiten uiteraard je visumaanvraag, mee naar binnen mag nemen. Ál je spullen moet je in een kluisje achterlaten. Oké… De kluisjes staan buiten, náást de ingang, en dus náást de enorme rij van dringende mensen. Maar waar zijn de sleutels? Ja die haal je natuurlijk bínnen. Maar dan moet je weer naar buiten voor het kluisje? Yup! Maar dan wordt het een grote chaos toch? Yup!
De mensen die zich zojuist als eersten naar binnen hebben ge-elleboogd, ellebogen zich nu weer een weg naar buiten om hun spullen in een kluisje te deponeren om zich vervolgens al ellebogend weer een weg naar binnen te beuken. Koekoek! Wanneer ik aan de beurt ben, zijn de kluissleutels opper-de-pop! Lekker dan. Change of plans! Ik ga met onze documenten naar binnen om alvast een kaartje te trekken en Mirte blijft met al onze spullen wachten op kluissleutel. Ik beuk nog een paar Chinezen aan de kant en dan sta ik binnen. Een penetrante geur van pis verwelkomt me, nondeju, kan iemand de wc even schoonmaken of op zijn minst de deur dichtdoen? De beveiligster boeit het niet, aan haar gezicht te zien boeit niks haar ooit meer. Ze haalt de metaaldetector achteloos langs mijn benen en ik mag naar binnen.
innen is het een compleet GEKKENHUIS! We hebben er helaas geen foto’s van omdat we niks mee naar binnen mochten nemen, en we snappen nu waarom. Oké, stel je voor, een ruimte van 15 bij 15 meter, 3 balies links, 3 balies voor je, een muur zonder ramen rechts en in het midden staan vijf rijen met stoelen die compleet gevuld zijn met Chinezen. Bij de balies aan de linkerkant staat het 6 rijen dik, de mensen die achteraan staan klimmen nog net niet over hun voorgangers heen, maar ze proberen het wel. Alsof je naar een zombie-Apocalyps kijkt. De mensen die niet kunnen zitten, staan rond de stoelen of tegen de muren. Ik schat dat er ruim 200 man binnen zijn. De airco doet zijn best maar het is stervens warm. En dat ruik je! Ik maakte me vanochtend nog zorgen dat ik geen lange broek bij me had omdat ik graag netjes voor de dag wilde komen , maar de Chinezen lijken totaal geen ontzag te hebben voor welke vorm van autoriteit dan ook. Ze sloffen van balie naar balie op hun Adidas slippers, in een wife-beater met korte broek terwijl ze op vol volume naar elkaar lopen te schreeuwen terwijl de intercom daar in het Chinees doorheen tettert. Jup, het is een takke herrie van heb ik jou daar.
Het ik-trek-een-kaartje-en-wacht-op-mijn-beurt-systeem lijken ze ook niet te snappen. Ze lopen in een rechte lijn naar de balie en proberen daar hun paspoort door het luikje te proppen. Een Cambodjaanse beveiliger wijst ze telkens met het geduld van een buddha op het kaartjes-systeem, de verdwaasde Chinees draait zich vervolgens om, haalt een kaartje en rent weer naar de balie om zijn paspoort er nogmaals doorheen te proppen. Wederom wijst de Cambodjaan hem op het kaartjessysteem, maar nog lijkt de Chinees het niet te snappen. Ongeduldig blijven ze voor het loket hangen, terwijl er nog zeker 30 mensen voor hen aan de beurt zijn. We zien het vol ongeloof aan, mijn hemel, willen we überhaupt nog wel naar China? Wat is dit voor complete waanzin?!
Wanneer mijn nummertje bijna aan de beurt is, ga ik alvast klaar staan om wat Chinezen aan de kant te beuken, want we hebben al gezien dat, als je niet snel bent, je beurt voorbij gaat. Dan ben ik aan de beurt, Mirte komt net op tijd binnen om me te vergezellen aan de balie. Maar bij het naar binnen gaan heeft ze een nummertje in haar handen gedrukt gekregen. Dit nummertje heeft ze in haar hand wanneer ze naast me komt staan. “Which number do you have?” Vraag de baliemedewerker nors aan Mirte. “Uh… 154 but oh no, I don’t need this number, I’m with him.” Ik druk onze beide aanvragen door het doorgeefluik met nummertje 45 maar krijg die van Mirte bruut teruggeduwd. "No you wait for your number." We kijken achter ons en zien de Chinese hel in volle gekte tekeer gaan. NO. FUCKING. WAY. “It’s okay”, zeg ik en prop de aanvraag van Mirte weer door het luikje. “NO! You go away”, gebaart hij naar Mirte. NONDEJUUUUU! Er zijn nog 100 wachtende voor u… Een ogenblik geduld alstublieft.
an begint de man te bladeren door mijn papierwinkel. Die papierwinkel bestaat uit een aanvraagformulier van vijf A4’tjes, een verklaring van de Chinese touroperator, een uitgebreid reisschema van 30 dagen, nep hotelboekingen voor 30 dagen en 2 nep vliegtickets. Eén van Bangkok naar Kunming en een van Beijing naar Amsterdam. Zonder tickets: geen visa. Gelukkig heeft onze Chinese touroperator ons dus aan die valse tickets geholpen. Alles is tiptop in orde, we hebben alles driedubbel gecheckt. Maar deze inventieve Chinees vindt alsnóg een stok om mee te slaan: “You in Phnom Penh. How do you go to Bangkok?” Met de bus, maar dat is pas over vier weken, leggen we uit. “I need bus tickets!” verzint-ie. Ugh… We vragen nog: “why does it matter hów we get to Bangkok?” “NO WHY!” (dat zei hij niet maar voor het drama-effect van de blog is het geoorloofd). Ik krijg de papierwinkel weer terug geschoven, we kunnen pas terug komen als we een busticket naar Bangkok hebben.
Oh. Mijn. God. De adrenaline schiet door mijn lichaam, ik sta helemaal te shaken, we zijn helemaal uitgeput van de twee uur in de *embassy from hell*, en het idee dat we hier weer naar terug moeten, en dit hele circus weer opnieuw moeten doen… Ik kan wel janken. En als dít de vriendelijkheid is waarmee we worden ontvangen, nou ik kan de uitkomst wel raden. Wat kost het om de bus te verschepen naar Japan? We staan buiten nog even uit te briezen. Wat nu? Moeten we alvast een busticket naar Bangkok boeken? Nee, want we gaan eerst nog met de familie vakantie vieren in Siem Reap dus we gaan helemaal niet vanaf Phnom Penh naar Bangkok, én onze terugreis naar Bangkok willen we nu nog helemaal niet vastleggen. KUT! KUT! KUT!
We appen onze Chinese touroperator, die er ook helemaal niks meer van snapt. Ze belooft ons dat ze ook een nepticket van Phnom Penh naar Bangkok zal boeken. En dan begint het wachten. Over een paar uur sluit de ambassade al, en als we het vandaag niet aangevraagd krijgen, dan moeten we morgen terug. En als we morgen terug moeten, kunnen we ons visum (als we dat al krijgen) pas ná het weekend, op maandag ophalen. Terwijl de gehele familie Marchand op dinsdag al landt in Siem Reap… UNDER PRESSURE!
Maar dan appt Brenda, ons Chinese contactpersoon, dat de neptickets in de mail zitten. Gelukkig zit er een reisbureau tegenover ons koffietentje waar we de vliegtickets mogen uitprinten. Als een stel kamikazepiloten zigzaggen we ons een weg door het gekrioel van honderden motors, scooters en tuktuks om nog een poging te wagen. Gelukkig heeft Mirte met gevaar voor eigen leven de kluissleutel meegejat, zodat we onze spullen gelijk kunnen opbergen en zo door kunnen lopen. De wachtruimte is nog steeds bom en bom vol, het lawaai is nog steeds oorverdovend en de zweetlucht nog even penetrant. En dan begint het lange wachten, twee en een half uur om precies te zijn. ZONDER TELEFOON! Een wredere marteltechniek kan ik niet bedenken!
Uiteindelijk staan we weer oog in oog met onze Nemesis. Hij bladert wel 10 keer door onze aanvraag, op zoek naar een foutje, een kleine fuck up is genoeg om ons weg te sturen maar hij vindt niks! MWUHAHA! We win! Maar toch niet, want alle mensen vóór ons kregen gelijk een pick-up-slip, een papiertje met daarop een nummer en de datum dat je je visum kan komen ophalen, behalve wij. Hij sommeert ons weer te gaan zitten. Huh? We snappen er helemaal niks van. We blijven een beetje bij de balie hangen maar dan wijst hij boos en resoluut naar de stoelen, zitten met je bek!
En zo blijven we nog anderhalf uur braaf wachten, we proberen de gekte om ons heen te negeren, we staren maar wat voor ons uit, het zweet druipt van onze lijven maar fuck it, we laten ons niet gek maken. En dan heeft hij er genoeg van, we worden naar de balie gesommeerd en krijgen onze pick-up-slip, over vier dagen terugkomen. En nu oprotten! Pffff… Wat de fak was dat? Wanneer we weer buiten staan zijn we helemaal uitgeteld. We slepen ons naar het hotel, naar ons bed en vallen in een diepe slaap.
De komende drie dagen brengen we door in de twilight zone. We schuilen in de airco van onze hotelkamer en komen enkel naar buiten om een hapje te eten. Telkens nemen we onszelf voor om iets te ondernemen, om Phnom Penh verder te ontdekken, maar zodra we een voet buiten zetten voelen we ons futloos en vermoeid, dus snel terug naar de hotelkamer! Het kan gewoon niet anders en dat maakt ook niet uit maar het is wel een beetje jammer want Mirte heeft anderhalf jaar in Cambodja gewoond en wil mij graag Phnom Penh laten zien. Maar de energie is er niet dus jammer-de-pammer!
Wat ons wel opvalt is dat Phnom Penh enorm veel Westerse eetgelegenheden kent, hippe tentjes die qua interieur en prijs niet onder doen aan een hipster toko in Amsterdam. Op straat stikt het van de Lexus SUV’s, BMW’s, Bently’s en Porsche Cayenne’s. We zien zelfs een Rolls Royce en Lamborghini Aventator S die je een slordige 450.000 euro kost (bron: P. Scholten). Morguh! Die Cambodjanen zijn nondeju goed aan het boeren hier-o, doe maar duur! Maar de vriendelijke hotelmedewerker van ons hotel laat ons weten dat het niet de Cambodjanen zijn die in deze patserbakken rijden maar… Chinezen! NONDEJU! Ik begin in deze blog een rode draad te bespeuren!
En ook Mirte’s kapper bevestigt dit (ze durfde het aan om in Phnom Penh naar de kapper te gaan en was zeer tevreden over het resultaat waardoor het achtste wereldwonder een feit is!). Volgens hem hebben de Chinezen meer dan 40 casino’s gebouwd in Sihanoukville, een Cambodjaanse badplaats. Mooi toch? Fijn dat er zoveel geld in de Cambodjaanse economie wordt gepompt door het Chinese toerisme! FOUT! De Chinezen kopen grote stukken land, bouwen daar gigantische hotels, restaurants en casino’s en vliegen de Chinezen in grote groepen richting Cambodja. Daar slapen ze in het Chinese hotel, eten in het Chinese restaurant en gokken ’s avond in het Chinese casino. Maar het brengt de Cambodjanen wel werkgelegenheid… toch? Nope! Het personeel wordt eveneens in China geronseld waardoor de geldstromen binnen de eigen familie blijven.
Het klinkt mij als een vorm van moderne oorlogsvoering, we veroveren je land niet doormiddel van wapens, nee we kopen het gewoon onder je reet vandaan en drukken je langzaam je eigen land uit. Want veel Cambodjanen zijn teruggekeerd naar het platteland, de grondprijzen in de toeristische gebieden zijn onbetaalbaar geworden. En zo word je toerist in eigen land. China heeft zo ondertussen al meerdere plekken in Cambodja opgekocht. Koekoek.
n dan is het vrijdag. Vandaag krijgen we antwoord op de prangende vraag: wordt het China of Japan? Iets in mij hoopt stiekem op Japan, fuck die gekke Chinezen, ik ben er nu al klaar mee. We hebben de route naar de ambassade uit ons hoofd geleerd en laten al onze spullen in de hotelkamer achter zodat we geen kluisje nodig hebben. We drukken ons een weg door de mensenmassa, maar omdat we niet weer buiten in de brandende zon wilden wachten zijn we wat later vertrokken, en daarvoor moeten we boeten: er zijn nog 55 wachtenden voor u.De Chinese manie tettert drie uur lang in vol ornaat vrolijk om ons heen verder. Het is wederom bom en bom vol, stikheet en de decibellen vliegen je door de oren. Rustig blijven ademen, voor je uit kijken, de tijd tikt in slow motion door maar we komen er wel. We delen de ruimte met nog twee Westerse mannen, die eveneens vol ongeloof aanzien hoe de Chinezen proberen voor te dringen, hoe ze met elkaar onderhandelen en hun pickup slip aan mensen geven die eerder aan de beurt zijn dan zijzelf, waardoor we nog langer moeten wachten. Je kan zeggen wat je wilt, maar dat communisme zorgt wel voor een gezellige groepsdynamiek.
De twee Westerse mannen zijn eerder aan de beurt dan wij, en beiden druipen zonder visum af. Mirte vangt op dat onze boze Chinees tegen hem zegt: “wrong copy!” En dan realiseren we ons dat er nog altijd de mogelijkheid is dat ons visum kan worden afgewezen op een ‘vormfout’, dat we de aanvraagprocedure opnieuw moeten starten, en dus nóg langer in Phnom Penh moeten blijven, en de aankomst van de familie Marchand in Siem Reap moeten missen. De spanning stijgt. Nog 3 wachtende voor ons, nog 2, nog 1. Met een knoop in de maag, knikkende knieën en een wazig gevoel slepen we onszelf naar de balie, leveren we onze pick-up-slip in en… Krijgen nog een papiertje. “You have to pay at the cashier.” Oke! Dat klinkt goed! Maar het is nog niet zeker…
We leveren ons bonnetje in bij de cashier; “30 dollar!”, schreeuwt ze (om boven het kabaal van de gekte om ons heen uit te komen), en de moed zakt ons weer in de schoenen. Het zou 60 dollar moeten zijn: 2x 30. Oh mijn goede ongenadige god, betekent dit dat slechts één van ons twee een visum heeft gekregen?! Zijn de Chinezen werkelijk zo wreed? “Uh… I mean 60 dollah, solly!” YAAAAAAAAY! Klinkt het bij ons intern, want aan de buitenkant laten we niks merken, het zou nogal verdacht zijn om compleet uit je dak te gaan voor een visum, maar zodra we buiten staan, vallen we elkaar in de armen. WE FUCKING DID IT! Kut, dat betekent dus dat we niet naar Japan gaan. NONDEJUUUU! Oh wacht, nee, dit is positief!
n zo valt er een enorme last van onze schouders en dat effect voelen we direct. We kunnen de buitenwereld weer aan, tijd om op pad te gaan. Wat zullen we eens gaan doen? Oh jah! Laten we naar het S21 museum gaan, een van de meest gruwelijke martelgevangenissen tijdens het Khmer Rouge tijdperk in Cambodja. Want ja mensen, Cambodja kent een gruwelijke en redelijk recente geschiedenis. Op 17 april, de geboortedag van Mirte, 1975, niet het geboortejaar van Mirte, neemt de Khmer Rouge onder leiding van Pol Pot, Phnom Penh in. De hele stad wordt onder valse voorwendselen geëvacueerd, de Amerikanen zouden eraan komen, over drie dagen zou iedereen weer terug kunnen keren maar in werkelijkheid wordt de hele bevolking afgevoerd naar het platteland en zullen ze de komende vier jaar niet meer terugkeren. En dan heb je nog geluk, want diegenen die als ‘intellectueel’ werden bestempeld, kwamen voor een executiepeloton te staan. Maar niet voordat je grondig werd ondervraagd, lees: gemarteld.
Die martelingen vonden onder andere plaats in S21, een voormalig schoolgebouw omgetoverd tot een hel. Het ging er zo gruwelijk aan toe dat mensen zelfmoord pleegden door een pen hun eigen nek te steken, zichzelf in brand staken met een olielamp, of uit het raam te sprongen. Daarom zijn de balustrades behangen met prikkeldraad. Doormiddel van een audiotour word je door het museum geleid. De verhalen, de details, het menselijk leed, het is onbeschrijfelijk, het vliegt ons naar de keel. Op deze plek kwamen duizenden mannen, vrouwen en zelfs kinderen tot een pijnlijke en nodeloze dood. De foto’s en verhalen raken me tot het diepste van mijn hart, het is misselijkmakend en onbegrijpelijk hoe mensen in staat zijn om andere mensen zo inhumaan te behandelen en te laten lijden.
us hoe kan het dat de Khmer Rouge aan de macht kwam? Nou door, hoe kan het ook anders, inmenging van het Westen. Ohjeej, wat hebben de Britten nou weer geflikt? Nee, nee, we hebben het over de moderne geschiedenis, Amerika heeft het stokje van de Britten ondertussen overgenomen. Want de Amerikanen zijn in oorlog met Vietnam, en Vietnam wordt gesteund door China. Vanuit China worden de wapens naar Zuid-Vietnam gesmokkeld via de legendarische Ho-Chi-Minh route, deze loopt langs de grens van Cambodja. Not so fun fact: tijdens de Vietnam oorlog zijn er meer bommen op Cambodja gevallen dan álle bommen die gedurende de gehele Tweede Wereldoorlog zijn gedropt. HOLY-FUCKING-SHIT! En die bommen vermoorden mensen, en die mensen hebben kinderen, en die kinderen worden gebrainwasht door de Khmer Rouge. En volgens mij was daar vrij weinig voor nodig. Want stel je voor dat je iedereen die je lief hebt verliest, en iemand komt naar je toe, het is de schuld van de Amerikanen, het Westen, het kapitalisme, alle intellectuelen werken samen met het Westen, dood aan het kapitalisme, dood aan de intellectuelen! China maakte dankbaar gebruik van dit sentiment, Cambodja werd gezien als een potentiele communistische kweekvijver en China begon daarom ook wapens aan de Khmer Rouge te leveren.
De Khmer Rouge was hardcore communistisch. Het doel? Het verleden vernietigen en compleet opnieuw beginnen. De jaartelling werd teruggezet naar het jaar nul. Al het geld werd vernietigd, want wie heeft er geld nodig wanneer je alleen hoeft te eten? Dat eten moest de bevolking zelf verbouwen, terug naar de puur agrarische samenleving. Families uit de steden werden uit elkaar getrokken en naar verschillende dorpen op het platteland gestuurd. Waar ze zonder enige vorm van kennis rijst moesten verbouwen. Degenen die die kennis wel hadden, waren al lang als intellectueel bestempeld en uitgeroeid. De ene na de andere oogst mislukte omdat de kennis van irrigatie, pesticides en verkaveling met hun dood was verdwenen. Mensen leefden op twee kleine balletjes rijst per dag. Uit pure wanhoop begonnen mensen in het geheim insecten te eten, werd je betrapt dan betekende het je dood. Insecten werden gezien als bezit van het regime, ‘de organisatie’, ‘Angkar’, en stelen van het regime werd met de dood bestraft. En zo stierf een kwart van de Cambodjaanse bevolking, zo’n 3 miljoen mensen in nog geen vier jaar tijd.
et museum schetst verschillende hartverscheurende verhalen van mensen die vast komen te zitten in S21, hoe ze met zijn alle aan elkaar worden vast geketend in de klaslokalen, om vervolgens naar een ander gebouw te worden verplaatst waar ze aan een bed worden vastgeketend om ondervraagd te worden. De marteltechnieken zijn krankzinnig en ik zal ze jullie besparen. Eén verhaal gaat over twee Australiërs die bezig waren met een reis rond de wereld per zeilboot. Compleet afgesloten van de wereld en onwetend van het geweldsconflict, meren ze aan in Sihanoukkville, de al eerder genoemde Cambodjaanse kustplaats. Ze worden direct gearresteerd en beschuldigd van spionage voor de CIA. In het museum zijn hun gedwongen verklaringen te vinden, waarin ze toegeven te werken voor ‘Colonel Sanders’, wat de mascotte van Kentucky Fried Chicken is, en voor ‘Ellen’, de naam van een van hun moeders. Ook deze twee Australiërs liggen ergens op een van de vele killing fields begraven.
In 1979 kwam het Khmer Rouge bewind aan een einde door een inval van het Vietnamese leger. Phnom Penh was veranderd in een spookstad, net als ieder andere stad in Cambodja. De laatste 14 gevangenen van S21 zijn doodgeslagen omdat de Khmer Rouge bang was dat het geluid van kogelschoten de locatie van S21 zou verraden. Slechts zeven personen hebben de gruwelijkheden van S21 overleefd, omdat zij bepaalde skills hadden die het regime kon gebruiken, zoals timmerman of elektricien. De timmerman maakte de martelwerktuigen, de elektricien zorgde ervoor dat er altijd voldoende stroom was. S21 was de enige locatie in het land die 24 uur per dag over elektriciteit beschikte, zodat ze mensen te allen tijden onder stroom konden zetten om ze te laten getuigen en bekennen.
Het was nooit de bedoeling om mensen te laten sterven in S21, dat gebeurde bij de killing fields, net buiten de stad. Daar werden mensen gesommeerd om op het randje van een diepe kuil te gaan zitten zodat ze doormiddel van een knuppel zo het massagraf in werden geslagen. Vervolgens werd voor de zekerheid hun keel doorgesneden. Dit alles om kogels te besparen. In totaal waren er 347 killing fields verspreid over Cambodja.
et museum eindigt met het tentoonstellen van enkele schedels die rond het terrein van S21 zijn gevonden en foto’s van de killing fields waar duizenden schedels liggen opgestapeld. We waren eigenlijk nog van plan de killing fields net buiten Phnom Penh te bezoeken, maar we geloven het wel. Mijn hemel. Op de weg naar de uitgang slaat mijn hart even over, aan een tafeltje zit een oude Cambodjaan rustig te wachten tegenover een lege stoel. Voor hem staat een bordje: ‘Survivor of S21’. Holy shit. Zo recent is de geschiedenis, zo vers is de wond. Ik durf het niet aan om voor hem te gaan zitten, laat staan een portret van hem te maken, bang in tranen uit te barsten. Wat vraag je iemand die door zo’n hel heeft geleefd? Een foto van hem maken voelt eveneens respectloos, ramptoerisme in zijn puurste vorm. Nee, zo’n man verdiend veel meer, een podium, een documentaire, zodat zijn verhaal nooit zal worden vergeten.
PHOTO
ALBUM
PHNOM PENH
