
rienden,
Het moment waar we zoveel bloed, zweet en tranen in hebben gestoken is eindelijk daar: de Chinese grens! We rijden langzaam de Laotiaanse jungle uit richting het grote boze China. De omgeving versterkt dit gevoel van onbehagen. Trucks rijden af en aan in een landschap dat rechtstreeks uit een Mad Max film lijkt te komen: een uitgestrekte bouwput van rood communistisch zand. We zijn nog in Laos maar alle borden langs de weg zijn al in het Chinees. De trucks denderen langs ons heen terwijl wij onze weg tussen de stofwolken proberen te vinden in dit niemandsland. Deze terracotta bouwput zal over een paar jaar een betonnen grensstad zijn gerund door de Chinezen. Na een uurtje zandhappen vinden we een parkeerplek 100 meter voor de grens, waar Urs en Rita de groep compleet maken. Want, vanaf nu reizen we verder als groep. Deze bestaat uit niemand minder dan:
- Wij, met Olly, die internationaal door het leven gaat als ‘the Turtle’; - Onze Duitse vrienden Alex en Laura in hun VW T4 - beter bekend als 'Hopper'; - De Zwitser Daeni en zijn Thaise vriendin Lek in hun Landrover Defender, een merk dat bekend en berucht is omdat ze altijd panne hebben; - En als laatste: het Zwitserse stel Urs en Rita. Urs reist al 18 jaar de wereld rond in zijn omgebouwde 6x6 Pinzgauer, genaamd Pinzy of de Blauwe Tank.
Letterlijk en figuurlijk een bont gezelschap, waar we de komende vier weken lief en leed mee gaan delen. En dat begint met ons favoriete spelletje: grensovergangen! De Laos-zijde van de grens is een appeltje en een eitje, zoals dat in principe altijd het geval is wanneer we een land verlaat: nobody cares, opgeruimd staat netjes. Maar dan beginnen de handjes te zweten, want we komen nu aan bij de Chinese zijde van de grens. En dan doemt een groot grijs gebouw voor onze neus op. Voor de ingang van dit imposante gebouw staat een klein meisje wild naar ons te zwaaien, ze draagt een trainingsjack om haar middel, sportschoenen, petje en beugel: het is Brenda, onze gids van amper 24 jaar oud!
e begroeten elkaar hartelijk en gaan gelijk over tot de orde van de dag: de grote oversteek! Met als kritiek punt: het feit dat ik geen Laos exit stamp heb in het paspoort waar mijn Chinese visum in zit, waar dus de entry stamp in zal gaan. Maar voor het zover is moeten eerst een ander obstakel tackelen: het geautomatiseerde toegangshekje tot het gebouw zelf. Want opeens staan we in een hypermodern gebouw met shiney lampjes en poortjes en ORDNUNG! Het toegangshekje lijkt veel op een NS-chip hekje maar dan tien keer zo bot en afschrikwekkender. Het deurtje rijkt van top tot teen en er hangen zeker zes camera’s. Oké dat is overdreven, maar reken maar dat het indrukwekkend was. We sluiten achteraan in de rij, ik voorop, de mensen voor mij worden één voor één binnengelaten. Dan is het mijn beurt, ik zie mijn eigen gezicht op een computerscherm verschijnen met een groene balk die van boven naar beneden glijdt om aan te geven dat mijn gezicht wordt gescand. Maar er gebeurt niks. Een strenge douanemevrouw komt op me af en sommeert me een paar passen naar achter te zetten. Niks. Iets naar links dan. Nope. De vrouw begint in het Chinees te roepen. Brenda vertaalt: “the camera doesn’t recognize you, you are too white!” Geërgerd loopt de douanemevrouw naar het apparaat, trekt een kastje open, drukt een knop in en opent handmatig het poortje. Lekkere binnenkomer, all eye’s on the white guys!
En dan de grootste horde: Immigration. Wederom ben ik haantje de voorste, onder het motto: je kunt het maar gehad hebben. Ik ga voor een super high-tech balie staan, ik overhandig mijn paspoort en zie hoe het geblader begint. Minutenlang bladert de beste man heen en weer door mijn paspoort. Dan roept hij zijn meerdere. Fuck daar gaan we dan. Zijn meerdere loopt na een tijdje weer weg. Maar het geblader gaat verder. De rij achter me wordt ongeduldig, een Laotiaan dringt voor en de groep reageert geïrriteerd. De douanemeneer tegenover me komt er niet uit. Dan wordt de meerdere er nogmaals bijgehaald, faaaak. En ja hoor, daar istie dan: “where’s exit stamp Laos?” Ik trek mijn tweede paspoort uit de broekzak en laat hem de exit stamp zien. Nog meer discussie. Ik houd me er buiten, wacht rustig af maar mijn hart klopt in de keel. Kom op man, laat me gewoon binnen. En dan hoor ik opeens in het Nederlands een computer tegen me praten: ‘Leg uw rechterduim op de glasplaat voor u.’ Sorry, wat?! Een kastje voor me licht groen op en ik snap dat ze mijn vingerafdrukken willen afnemen. Oké. Ik leg mijn duim op het kastje. ‘Leg uw linker duim op de glasplaat voor u’. Holy shit, deze computer praat in het Nederlands tegen me.. Omdat ze mijn paspoort hebben gescand… en dat betekent dat ik naar binnen mag! En inderdaad, na het scannen van de vingertjes mag ik doorlopen! Hiephoi!
De rest van de groep volgt nadat de voorgedrongen Laotiaan door de douanemeneer wordt teruggestuurd naar het begin van de rij. Maar dan hebben ook Lek en Daeni een probleem, het visumnummer in hun paspoort komt niet overeen met het visumnummer in het systeem. Nondeju. We worden allemaal staande gehouden, behalve de vrouwen, die moeten doorlopen terwijl de mannen achterblijven om de auto’s de grens over te rijden. Dit is geen vorm van seksisme, het toeval wil dat elke auto op naam van de man staat, wat weer wel seksisme is, toch? Goed, we zitten te wachten en ik verveel me erg snel dus begin door wat foldertjes te bladeren en ben volledig gefascineerd. Ik kan er geen kloot van begrijpen maar de Chinese tekens dansen als kleine kunstwerkjes voor mijn ogen. Wie de fuck heeft dit ooit bedacht en wie de fuck kan dit lezen en waarom denken mensen al ruim 5000 jaar dat dit de beste manier van communiceren is? Hetzelfde geldt overigens voor het eten van rijst of erger nog noodle soep met stokjes, maar daarover later meer.
Dan komt Brenda op me afgelopen, ze trekt het foldertje uit mijn handen en fluistert: “this is a folder about drugs! Put it away! You don’t have any drugs in the car right?” “Uh no..” “Okay, good, if you have drugs in China, you die.” Ok dan! Niet veel later krijgen we het goede nieuws dat de ambassade een fout heeft gemaakt en dat Daeni en Lek door mogen lopen. Wow, een Chinese overheidsinstantie die haar fouten toegeeft, interessant!
Ik begeef me weer naar Olly, tijd voor de eveneens gevreesde Custom check. Horror verhalen van auto’s die compleet binnenstebuiten worden gekeerd spoken door mijn hoofd. Allereerst worden we over een weegbrug gedirigeerd, dan krijgen we een plastic pasje uitgedeeld en moeten we in een polonaise van vrachtwagens verder rijden naar een bitse Chinees. Daar gaan we. ‘Deur openen!’, denk ik op te maken uit zijn Chinees of eerder uit zijn wilde handgebaren naar de deur. Hij steekt zijn kop naar binnen, kijkt naar links, kijkt naar rechts, kijkt naar mij, lacht en steekt een duim omhoog. Die Chinezen zijn misschien zo slecht nog niet.
Ik rij door, weer een hek, nog een slagboom, dan een loket, wat wil je? Oh dat plastic pasje, ja tuurlijk joh, alsjeblieft. Geen idee waar dat goed voor was maar de slagboom opent zich en we bevinden ons zowaar in China, en daar staat Mirte al te wachten! Yes, we did it! We zijn nu officieel in China!!! Nou ja, bijna dan want we moeten nog naar een kantoor voor een medische keuring en naar een overheidsgarage voor Olly’s mechanische keuring, waar we eveneens ons Chinees kenteken en rijbewijs hopen te ontvangen.
aar voor het zover is, eerst een hapje eten! Een Chinees restaurant werkt in China compleet anders dan een Chinees restaurant in Nederland. In Nederland roep je een aantal willekeurige nummers en krijg je vervolgens een keur aan voedsel dat een geen enkele Chinees in China ooit heeft geproefd. Hier worden naar een gigantische koeling geleid die tot de nok toe is gevuld met groenten en vlees. De man van het restaurant wijst willekeurig wat dingen aan met de vraag of we dat willen. Uh ja, ja, ja en ja geen idee maar doe maar. We wachten vervolgens aan een grote ronde tafel met een grote ronde draaischijf in het midden vol spanning af wat de pot gaat schaften. Een kwartiertje later wordt het ene na het andere bord met eten op de draaischijf geplaatst tezamen met een grote bak rijst.
Voor m’n neus ligt een pakket van kommetjes, gewikkeld in plastic. Elk kommetje heeft zijn eigen functie. Eentje is voor rijst, de ander om thee uit te drinken, weer een ander om alcohol uit te drinken en een voor je soep. Met al het eten op de draaischijf, ontvouwt zich een het spel om het lekkerste bord eten. Het doel is om aan de glazen schijf te draaien om je favoriete gerecht voor je neus te krijgen, maar je medetafelgenoten streven hebben hetzelfde doel. Zo ontvouwt zich een waar Wie Is De Mol spel, met als grootste handicap: de stokjes! Want zodra ik eindelijk mijn favoriete gerecht voor m’n neus heb, moet ik het eten overscheppen in mijn eigen bakje, met FUCKING stokjes!
Ik had mijn zinnen gezet op het tomaat-ei-prutje. Na lang draaien heb ik ‘m eindelijk voor mijn neus. Nu is het zaak om zo snel mogelijk en zo veel mogelijk van dit hemelse voer in mijn bakje te pielen voordat er weer iemand aan de draaischijf begint te trekken. Ik probeer zoveel mogelijk ei en tomaat naar binnen te lepelen maar de stokjes schieten steeds overdwars over elkaar heen waardoor ik niet verder kom dan een klein korreltje ei, de rest pleurt weer terug in de schaal die ik al snel weer zie verdwijnen op de ronddraaiende schijf.
Die stokjes, wat een crime! Die dingen slaan de hele tijd dubbel waardoor er steeds slechts een enkele rijstkorrel overblijft wanneer de stokjes eindelijk mijn mond bereiken. NONDEJU! Welke idioot denkt bij rijst, hey dit is ideaal om met twee super dunne kleine houten stokjes te gaan eten. En wanneer dat niet helemaal lekker gaat, dan als oplossing ziet dat de rijst meer moet plakken zodat het makkelijker op te scheppen is IN PLAATS VAN DIE FUCKING KUTSTOKJES TE VERVANGEN!
oed, mijn tomaat-ei-prutje-zorgen verdwijnen als sneeuw voor de zon wanneer Brenda ons allemaal een walkie-talkie geeft. YES! Walkie-talkies zijn super cool, ik gebruikte ze al sinds kinds af aan met mijn broertje, maar toen hadden we geen enkele reden om ze te gebruiken omdat we 6 jaar oud waren. Nu is er eindelijk een legitieme reden om dit bad ass apparaat te mogen gebruiken! De hele groep is uitzinnig en kan niet wachten ze te gebruiken. En daar is een goede reden voor want het bereik in China is niet overal even goed en als het wel goed is, is het alsnog niet goed. Want de Chinese overheid blokkeert het internet voor zo’n beetje alle apps die wij gewend zijn te gebruiken: WhatsApp, GoogleMaps, YouTube, Facebook en eigenlijk alles wat met Google te maken heeft. Maar dan gebruik je toch een VPN? Zeker! Doen we ook, maar de VPN zorgt ervoor dat de verbinding dermate traag wordt dat het zijn doel compleet mist.
n de Chinese Big Brother heeft nog meer verrassingen in petto. Wanneer onze gids Brenda simkaarten voor ons koopt zie ik dat ze haar ID-kaart geeft aan de verkoper. De verkoper scant haar ID-kaart met zijn mobiele telefoon, de app herkent de ID-kaart en opent een face scanner waarmee de verkoper Brenda’s gezicht scant om te verifiëren dat de ID-kaart overeenkomt met de koper. What. The. Fuck. Wanneer we rijden worden we continue geflitst, huh? We rijden niet te hard, er gebeurt niks, maar telkens weer FLITS, FLITS. Waarom? Elke auto wordt geflitst en in een database opgeslagen, de Chinese overheid kan over vier weken onze exacte route napluizen. En dan zijn er nog de honderdenduizendenmiljoenen camera’s die overal hangen. En dan niet een of twee, maar gelijk een stuk of 10 bij elkaar, in elke gewenste richting. Morguh
r is echter een klein probleempje, de Chinese computers herkennen, net als mijn blanke kop, ons Nederlandse kenteken niet. En daarom moeten we naar een keuringsstation waar onzen Olly aan een grondige controle wordt onderworpen. Eigenlijk komt het er vooral op neer dat er een gozer achter het stuur gaat zitten, hard optrekt en dan vol op de rem gaat staan om te zien hoe het met de remmen is gesteld. Vervolgens komt er nog een of andere super sonische robot die checkt of de koplampen genoeg licht geven. Maar we slagen niet met vlag en wimpel, er is twijfel over de remmen en we moeten nog een keer. Volgens mij wil de beste man gewoon nog een keer in het witte beest scheuren want daarna is opeens alles prima! Dus we verdienen onze Chinese kentekenplaat en Chinese rijbewijzen! Ze geloven ons op onze drie blauwe ogen dat we voorbeeldige chauffeurs zijn want we hoeven onze kunde niet tentoon te spreiden.
an de overkant van het keurstation zit een bandenboer waar we gelijk maar even de nieuwe sloffen van Olly laten installeren die eerder die dag, zoals beloofd, bij de grens op ons lagen te wachten. Doorpakken!! En gelijk door! Naar de health check. Die bestaat uit:
- drie kwartier wachten - wat is je lengte? - Hier een handtekening.
En zo worden we allemaal kerngezond verklaard, toch fijn om te weten dat alles goed met ons gaat!
n dan, dan kan het China avontuur eindelijk van start gaan! Hiephoi! Wat zullen we eens gaan doen? Uhm… Autorijden! Ja, goed idee want de te rijden route kronkelt zich een weg van Zuid-China helemaal naar het noordelijkste deel van China, een tocht van maar liefst 6000 kilometer. Dat is dus gemiddeld 200 kilometer per dag. 30 dagen lang! En we willen ook nog wat zien en doen dus sommige dagen rijden we 600 kilometer om zo een dagje vrij te kunnen nemen. Dus geen getreuzel, gas op die Olly!
En de wegen zijn werkelijk prachtig. We kunnen kiezen uit de snelweg waar je gruwelijk veel tol voor moet betalen, maar dan rijd jewel op een driebaansweg met perfect asfalt, dwars door de bergen. En met dwars bedoel ik letterlijk dwars DOOR de bergen. Er wordt geen enkele concessie gemaakt met moedernatuur, de weg gaat rechtdoor, ongeacht wat er op haar pad komt. Of de gratis binnendoor weggetjes, die eveneens prachtig geasfalteerd zijn maar een iets minder directe route nemen. En omdat we nog niet écht een notie hebben van hoe groot China is, kiezen we voor de laatste optie! Oh wacht maar voordat het zover is moeten we nog even langs een accu-boer, want Daeni heeft een nieuwe huishoudaccu nodig. Ok, snel dan maar daarna moeten we echt meters gaan maken!
k, daar gaan we! Wat valt er onderweg allemaal op? Als eerste de bouwstijl van de huizen. De daken hebben een glooiende helling die eindigt in uitstekende punten. Deze bouwstijl is in zuidoost Azië enkel weggelegd voor paleizen en tempels maar hier kan Jan Modaal er prima onder wonen. De huizen zijn grijs-blauwig en de daken zijn vaak helemaal blauw want waarom zouden daken oranje moeten zijn? Precies! En wat ook opvalt is dat sommige huizen badkamertegels aan de buitenkant hebben hangen. Interessant, waarom zou je enkel je badkamer gemakkelijk schoon willens maken als je ook je hele huis op die manier vol met Antikal kan sprayen? Slimme jongens die Chinezen. De huizen hebben prachtige felle kleuren die mooi afsteken tegen de groene jungle en rijstvelden.
Verder valt op dat de rijstvelden direct naast de huizen zijn aangelegd, waar in de rest van zuidoost Azië de dorpjes en rijstvelden strikt gescheiden worden gehouden. Dit maakt dat het woon-werk verkeer drastisch afneemt, en dat merk je op de weg. Het is niet perse druk op de weg. En er wordt niet zo hard gereden. Sterker nog, er wordt enorm langzaam gereden, wat eveneens tot gevaarlijke situaties kan leiden. Daarnaast zijn er Chinezen die zich wel aan de snelheidslimiet houden en ons graag inhalen en het maakt ze niet uit wanneer of waar. Het liefst in een blinde bocht of wanneer je een helling op rijdt en je geen zicht hebt op het tegenliggende verkeer. De bijna-dood-ervaringen vliegen ons wederom om de oren. Ik heb zoveel meer waardering voor het leven gekregen en daarvoor ben ik een hoop Chinezen dankbaar.
an al dat rijden moet je natuurlijk ontzettend kakken en dat doen we het liefst bij tankstations. Daar zijn de openbare toiletten van uitstekende kwaliteit komen hier bovendien met een aangename verrassing. Ze zijn zo openbaar dat zelfs de Romeinen er van zouden blozen. Je loopt naar binnen en het enige wat je ziet is een verhoogde, betegelde geul die van links naar rechts loopt en als je geluk hebt stroomt er water doorheen. Kwestie van hurken en ontspannen. Alhoewel dat laatste nogal lastig is wanneer je de ruimte deelt met drie Chinezen zonder enige vorm van privacy. Het wordt helemaal fijn wanneer de kak van je buurman jouw eigen kakje aantikt en meeneemt op een episch avontuur. Wat het geheel nog leuker maakt is dat je geen idee hebt of je een mannen of vrouwen wc binnenwandelt aangezien alles in het Chinees staat geschreven. Ik kan u vertellen dat ik menig Chinees vrouwenhart een stukje sneller heb doen laten slaan, van schrik, dat wel.
Na een aantal uur rijden op deze eerste dag in China begint het donker te worden. De weg blijft maar doorslingeren door de dichtbegroeide jungle, waar gaan we in godsnaam slapen? Maar dan verschijnt er een blokkendoos naast de kant van de weg waar een Chinese familie woont, er is genoeg plek om vier wagens te parkeren en Brenda stapt eropaf met de vraag of het geen probleem is. Het is geen probleem, de Chinese familie staat een beetje verbaasd toe te kijken hoe vier wagens zich parkeren. Eentje begint gelijk met het uitklappen van een daktent terwijl de anderen druk in de weer zijn met campingstoelen, tafels en benzinebranders. Voor ze er erg in hebben staat het kampement in al haar glorie uitgestald.
We vragen Brenda of Chinezen weten wat kamperen is? “Chinese people don’t have time for camping, they only have two weeks holiday in a year so they spend it useful.” En wat vinden ze dan van ons kampeergedrag? “They don’t know the concept of camping, they just find it really weird that you are here.” Tsja, zo heb ik er eigenlijk nog nooit over nagedacht. Het wordt die avond aangenaam koud, zo koud dat we onze vestjes aantrekken en ons afvragen wanneer we dat voor het laatst deden? Goede vraag, geen idee, waarschijnlijk in Kathmandu? Nog een goede vraag: waar slaapt Brenda eigenlijk? Brenda slaapt in haar eigen tentje en dat zal ze elke nacht doen, onze gids is een echte bad ass. Dat heeft ze al bewezen door ons heelhuids door deze dag te loodsen, nog 29 te gaan!
HOTO
ALBUM
LAOS
