4708 m

Spit#61 · China

4708 m

K

ameraden,

Waar waren we gebleven? Ohja! Het gekrakkraakrak-geluid wat onder de bus vandaan komt en klinkt alsof ieder moment de bus uit elkaar kan vallen. Een heerlijke situatie op dag 10 van onze China-crossing met nog zo’n 5000 km te gaan. Daeni en Urs denken dat het geluid wordt gebriceerd door de aandrijfas omdat onze kruiskoppelingen op zouden kunnen zijn. We rijden langs een garage in de hoop voor een easy-fix. Een mannetje gaat onder de wagen liggen, rammelt wat aan de aandrijfas en vertelt ons hetzelfde: kruiskoppelingen. Nee, die hebben ze hier niet, daar gaat de easy-fix. Oké, thanks voor nothing. We raadplegen ook de Dubbellucht Facebookgroep, een online vraagbaak voor Mercedes T1 eigenaren. Ook hier dezelfde conclusie: kruiskoppelingen!

Met een knoop in de maag rijden we naar het grasveld waar de rest van de karavaan kamp heeft opgeslagen. Operatie Google begint: welke kruiskoppelingen hebben wij, en waar kunnen we die in hemelsnaam bemachtigen? Het is 6 uur ’s avonds, iedereen is moe, maar zoekt online mee naar oplossingen. De spanning in de groep stijgt, want als wij niet verder kunnen, wat doet dat dan met de rest van de groep? We moeten samen blijven omdat we maar 1 gids hebben.

Met behulp van de Dubbellucht Facebookgroep komen we er uiteindelijk achter wat de dimensies van onze kruiskoppelingen zijn. Brenda gaat direct online op zoek en belt tegelijkertijd heel China af op zoek naar onze maat kruiskoppelingen. Dan brokkelt onze hoop stukje voor stukje af. Hier in de provincie: niks. Misschien in Chengdu, maar dat is nog 1000 kilometer door de bergen rijden. In Hong Kong hebben ze misschién de juiste maat, maar dan moeten ze met spoed worden ingevlogen, wat ten eerste drie dagen duurt en ten tweede met een flink prijskaartje gepaard gaat – ZUCHT. Oké en vanuit Nederland dan? Dan weten we in ieder geval zeker dat we de juist maat hebben. Na veel zoeken en rondvragen komen we tot de deprimerende conclusie dat deze optie drie weken zal duren. En dan moeten we al lang en breed het land hebben verlaten. En wij niet alleen, ook onze groepsleden..

We zitten helemaal vast, het is al donker, de sfeer en de temperatuur is inmiddels tot het nulpunt gedaald, en we gaan met een zwaar kutgevoel naar bed. De volgende ochtend komt Daeni, onze Zwitserse reisgenoot, naar ons toe om nog een keer te vragen of we onze nipples wel eens hebben ingevet. Pardon? We mogen je graag Daeni maar we kennen je pas een week, dit gaat ons iets te snel. Oh, Olly’s nipples? Vetnippels. Maar Olly heeft geen nipples, toch? We gaan nog maar eens een keer onder de bus liggen, en dan… ziet Deani een piepklein nippeltje. Nondju! Hij zit bij de aandrijfas! Er blijken er ook nog twee bij onze voorwielen te zitten. Urs kijkt ons stomverbaasd aan: “you never grease your nipples?” We beginnen er van te blozen maar het antwoord is nee. Potverdorie, twee tellen later staat Urs voor ons met zijn grease gun. Tijd om ons Olly’s tepels eens goed in te vetten, iets wat we elke 1000 km hadden moeten doen.

We pompen het nippeltje bij de aandrijfas goed vol. Er gaat aardig wat in. Na vijf minuten pompen zien we opeens hoe het roodkleurige vet uit een gaatje van een rubber spuit - een rubber waar het vet in hoort te blijven zitten. Ahaaaa… Dit geeft de burger moed. We starten de wagen snel voor een testritje. Onze drie oren zijn wederom tot hun maximale vermogen gespitst.. We horen nog niks.. Oke die hobbels over, nee nog steeds niks! Het vermoeden van Daeni wordt bevestigd: het geluid kwam niet van de kruiskoppelingen maar vanuit de aandrijfas zelf, die niet goed is ingevet. En dat komt doordat het vet uit dat kleine gaatje wordt geslingerd wanneer de aandrijfas met 3000 omwentelingen per minuut tekeer gaat! Komt u maar door met de duct tape! En jawel hoor het gekraakrakklak verdwijnt als sneeuw voor de zon! We zijn enorm opgelucht, maar hebben nauwlijks tijd om het te vieren want onze groepsleden staan al rijklaar en zeer ongeduldig op ons te wachten. En er is inderdaad geen tijd te verliezen, want de komende twee dagen staat ons de lastigste etappe van deze expeditie, wat zeg ik, misschien zelfs van de gehele reis te wachten. We gaan nog hoger de bergen in, dicht langs de Tibetaanse hoogvlakte, een gebied met een gemiddelde hoogte van boven de 5000 meter! Gelukkig hoeven wij niet hoger dan 4700 meter – ahum ja, heel scherp, dat is INDERDAAD net zo hoog als de top van de Mont Blanc, koekoek!

D

e rit door de bergen is spectaculair, de weg volgt een azuur blauwe rivier met aan beide kanten van de weg grillige rotsformaties. Er zijn twee type wegen: of er ligt strak zwart asfalt of enkel stof en stenen, er is geen middenweg. Het is heerlijk om slingerend met de weg mee te zweven over het gladde asfalt. De stoffige zandweggetjes zijn een nachtmerrie, maar dragen wel bij aan een gevoel van avontuur, which is nice.

Maar dan begint het getik onder de auto weer, shit de duct tape heeft het niet gehouden. We draaien het volume van de radio omhoog en negeren het voorlopig maar even. We luisteren naar ons favoriete radioprogramma Spijkers Met Koppen en horen hoe Martijn Hellenius aan zijn column begint, zijn gekozen onderwerp? China! En laten we vandaag nou net aan de beurt zijn om onze gids Brenda achterin de auto te hebben zitten. De strekking van de column gaat over de toenemende macht van China maar dat, volgens hem, Chinezen helemaal niet intimiderend zijn. En deze stelling zet hij kracht bij aan de hand van een super racistisch kinderliedje uit grootmoeders tijd:

Klein Chineesje – ching, chang, chong Waar ga je naar toe met je ding, dang, dong Ik ga spelen Op mijn xylofoontje Hele mooie wijsjes Ding, dang, dong

En het blijft zo maar doorgaan, we verschieten allebei van kleur. Kut, hoeveel krijgt Brenda hier van mee? Want ja China spreken wij uit als Sjiena en in ’t Engels klinkt het meer als Tdsjeina dus er is nog hoop. Wanneer we omkijken zien we dat ze weer druk in de weer is met de elektrische vliegenmepper om zoveel mogelijk muggen te elektrocuteren. Pas wanneer de column Xi Jiping benoemt, de huidige supreme leader, kijkt ze op en vraagt: “is this about China?” Yup zeggen we lachend, en daar laten we het maar bij. “Here try this” zegt ze, en geeft ons een glibberige, rode soort van trekdrop-achtige sliert. “Is this spicy?” Vragen we behoedzaam. “No, no spicy.” We nemen allebei een hap en staan gelijk helemaal in de fik, ik begin spontaan te niezen en Mirte d’r oogjes vullen zich met tranen. Mijn god, als je dit niet spicy bent wat voor duivels eten eet je verder dan nog? Het antwoord: Hot Pot. En we moeten ons er maar vast op voorbereiden zegt ze, want in Chengdu staat Hot Pot op het menu. We houden ons hart vast.

B

renda is een toffe chick, maar niet echt een gids. Ja, ze kent onze 30-daagse itinerary, en ja met haar Chinese Google Maps weet ze ons de route te vertellen, maar ze weet niet veel te vertellen over de geschiedenis van China of de plekken die we bezoeken. Ze is meer onze vertaalster, babysitter en degene die ons door de politie checkpoints loodst, dus eigenlijk dingen die we normaal zelf doen. MAAR, ze heeft een superpower die wij zeker niet hebben: ze kan alles wat ons hartje begeert voor ons bestellen via de Chinese Ebay, waar alles spotgoedkoop is! WOOHOO! Gewoon dingen vanaf een scherm bestellen in plaats van zes markten af te struinen op zoek naar de juiste spullen.

Dus! Op ons lijstje staan: sneeuwkettingen (voor de wintermaanden/bergen in centraal Azië), een oplader voor onze elektrische tandenborstel die wie in Cambodja hebben laten liggen, een nieuwe jerrycan omdat er eentje lekt, en een klepje voor de GoPro dat was afgebroken. Geen enkel probleem! Ook de rest van de groep maakt dankbaar gebruik van deze service, van zandladders tot aircompressors, het wordt allemaal door Brenda besteld en naar haar huis in Chengdu vestuurd, de stad waar we over twee weken zullen zijn!

Ondertussen tuffen we steeds dieper, en dus hoger, de bergen in. De gewelfde daken maken plaats voor hoekige huizen met dikke muren, grote ramen en daken die lijken op die van een kasteel. De huizen zijn wit maar de kozijnen zijn beschilderd in prachtige kleurrijke patronen. Het is onze eerste kennismaking met de Tibetaanse cultuur. Langs de weg doemen boeddhistische tempels op, we zien de kleurrijke gebedsvlaggen die wapperen in de harde wind, en die sterk afsteken tegen de groene terrasvelden waar graan wordt verbouwd. Wanneer we door de dorpjes rijden kijkt iedereen ons zwaaiend en lachend na. Het is werkelijk ongelofelijk mooi, zowel de natuur als de mensen.

W

e zijn al zeker zeven uur aan het rijden wanneer de hitte ons parten begint te spelen. We zitten al zeker op 2800 meter maar het is hier bloedheet. Dan horen we Daeni over de walkie-talkie: “shall we stop and go for a swim?” Geniaal idee! We stoppen ergens langs de kant van de weg en nemen een plons in de ijskoude rivier. Het geeft een heerlijk gevoel, niet alleen de koelte van de rivier maar vooral die van vrijheid. De beslissing kunnen maken om hier te stoppen om even te zwemmen, wetende dat je alles bij je hebt om je weer af te drogen en om te kleden. Ons eigen huis met heel ons hebben en houden is altijd binnen handbereik. En dan het besef dat we met datzelfde huisje op wielen in CHINA zijn! Wow, iets wat een jaar geleden nog een idee was op een flipover, een droom, een *what if* waarin grote twijfels en honderden vraagtekens verscholen lagen, is nu waarheid geworden. Te gek voor woorden.

Dat gevoel van vrijheid duurt voor ons in China niet lang, want we moeten DOOR! Het is nog zeker een paar uur rijden voordat we bij onze bestemming zullen aankomen. En met ons Olly duurt het allemaal nog even wat langer. Het arme beessie moet onze 3.2 ton aan zooi een steile berg opslepen met zijn 68 paardenkrachtjes, waarvan er door de jaren heen aardig wat zijn weggelopen. We tuffen en puffen kruipend de berg op en zien hoe de temperatuur van de motor langzaam tot over de 100 graden klimt. We moeten vier keer stoppen om Olly op adem te laten komen en af te koelen met ijskoud rivierwater, en nu zijn we onderweg naar een dorp wat ‘maar’ op 3200 meter ligt… Morgen staat onze Everest van 4700 meter op het programma! S.L.I.K. We kunnen ons niet voorstellen dat we vanaf hier nog anderhalve kilometer de hoogte in moeten...

Maar zover is het nog niet, want na 11 uur rijden komen we uitgeput aan in een klein Tibetaans dorpje dat bekend staat om haar hot springs! Bingo! We parkeren onze wagens voor de deur van een familie die van klei en stenen verschillende baden hebben gebouwd. Ze zetten de kraan open en we dompelen we ons zuchtend onder in het heerlijke warme water. Maar dan horen we onze maagjes knorren. Shiiiiit, we zitten net zo lekker, geen zin om te koken. Niet getreurd want precies op dat moment rijdt er een auto met daarop een speaker gemonteerd. Hij roept wat in het Chinees en Brenda komt gelijk in actie. “This guy is selling food!” Het is de Chinese variant op het broodje bapao en is niets minder dan een geschenk uit de hemel!

E

n terwijl we lekker in bad aan het eten zijn, delen we typische overlander-verhalen met elkaar over visa-stress, garage bezoeken en de mooiste plekken die we hebben bezocht. We bedanken Daeni voor zijn scherpe analyse van ons gekrakraak-probleem. Als hij er niet was geweest, hadden we moeten wachten op kruiskoppelingen die ons probleem niet zouden verhelpen en hadden we ergens drie weken vastgezeten! Op rustige toon, met een zwaar Zwitsers accent reageert Urs droogjes: “I’ve been stuck in Malaysia for two years.” Say what?! Iedereen schiet spontaan in de lach. “Yes first my engine completely broke down so I had to rebuild it and when I was finished, Thailand closed it's borders so I was again stuck in Malaysia. But I didn't worry, Malaysia is a beautiful country.” Tsja, een wijze les, situaties creëren geen problemen, mensen creëren problemen. Op de vraag of hij het reizen na 18 jaar nog niet beu is, antwoord hij net zo droog: “I think working for 18 years is really boring.” Touché.

Daeni vertelt over zijn auto-ongeluk, hoe hij en Lek over de kop zijn geslagen in Nepal en twee dagen langs de kant van de weg moesten bivakkeren in hun daktent die niet meer op het dak zat maar naast de auto op de grond lag. Het duurde ruim drie maanden voordat ze weer op pad konden, in die drie maanden hebben ze vrienden voor het leven gemaakt bij de garage waar ze verbleven. Ieder nadeel heb z’n voordeel. En dan zitten wij te zeuren over onze aandrijfas. “Trust your car”, zegt Deani, “it took you all this way, you will be fine and if not, you fix it.”

En met die mentaliteit staan we de volgende ochtend om half 7 op. Tijd om Olly te fixen! We vullen de olie bij, checken de koelvloeistof, checken de v-snaren, vullen de jerrycan vol ijskoud water om de radiator onderweg af te kunnen koelen, en downloaden na 14 maanden de handleiding van de Mercedes 307D maar eens. Ok, dit is het standaard riedeltje, nu het echte werk: het fixen van het rubberlek waardoor al het smeervet uit de aandrijfas wegsijpelt. Bij de rivier waar de vorige dag waren gestopt om af te koelen vonden we een binnenband. We snijden de band in een lange reep, wikkelen deze om het gescheurde rubber en wikkelen het geheel in met elektriciteitstape! We lenen Urs z’n grease gun en voilá! Zo goed als nieuw, tijd voor de etappe die ons naar ongekende hoogte zal brengen: 4708 meter om precies te zijn!

D

e rit start dus op 3200 meter, dat ligt net iets onder onze vorige record van 3300 meter in Iran, waar Olly al een bijna-dood-ervaring had. Onze hoop ligt bij de Chinese engineers, tot nu toe hebben ze hun werk in de bergen goed gedaan: ze laten de weg rustig omhoog slingeren zonder hoge hellingspercentages. Op deze weg is dat ook zo, en zo zigzaggen we hoger en hoger. Maar al snel loopt de temperatuur tot in de 100 graden, want we stijgen misschien niet zo stijl, we stijgen wel constant, zonder een moment van rust. Dus stoppen we maar weer eens om koel water over de radiator te gooien, en nog maar een keer, en nog een keer, totdat de jerrycan met water aardig leeg begint te raken en we overschakelen op drinkwater. Nu beginnen we ons toch grote zorgen te maken.

De temperatuur kruipt op tot gevaarlijke hoogten, de meter zit ver boven de 100 graden, tegen het rode aan. SHIT, dat is echt niet oké. Wanneer de motor te warm wordt scheurt je koppakking, een rubber plaat die de motor en de koelvloeistof die door je motor lopen uit elkaar loopt. Wanneer deze begint te lekken loopt er koelvloeistof in de motor waardoor er witte rook uit je uitlaat komt. Hey… kijk, witte rook uit de uitlaat, of is het meer blauw? Laten we hopen van niet want blauwe rook duidt op olie die in je verbrandingskamers lekt en dan heb je een heel groot probleem. En zo zitten we te zweten in de auto.

Net wanneer de motor echt in het rood dreigt te komen zien we een rivier waar we onze jerrycan met water kunnen vullen en Olly haar verdiende ijsbad kunnen geven. We halen opgelucht adem wanneer we de temperatuur weer zien zakken, maar de witte en zwarte rook uit de uitlaat gaan niet weg. Geen tijd om ons druk te maken, we moeten door en langzaam kruipen we hoger en hoger, de wegen worden slechter en slechter en de lucht wordt ijler en ijler. We rijden helemaal achteraan in de groep, Daeni rijdt voorop in zijn 4x4, gevolgd door Duitsers in hun Volkswagen t4 en daarachter zitten Urs en Rita met hun 6x6 tank.

M

aar dan, op zo’n 300 meter van de top, zien we de blauwe tank van Urs en Rita staan. We stoppen om te vragen wat er aan de hand is. "Problems with the fuelpump", zegt Urs droogjes. "Can we help?" "No I’ve done this a couple of times, give me two hours and we will see you at the top." Okay. Tsja, daar kunnen we je inderdaad niet mee helpen, dus kruipen we verder en slaan ons een weg door de gigantische stofwolken van de vrachtwagens die over deze erbarmelijke weg denderen. Kijk! Flitsende lichten, het zijn de Duitsers die met hun koplampen seinen dat we er bijna zijn! Holy shit, we zijn er bijna! De temperatuur zit nog steeds tegen de 100 graden maar daar kijken we al lang niet meer van op. Meter voor meter kruipen we omhoog en dan bereiken we ons hoogste punt ooit! Niet alleen met de auto, maar überhaupt zijn we in ons leven nog nooit zo hoog geweest. Maar jullie hebben toch in de Himalaya gewandeld met die witte toppen? Ja mensen, ons hoogste punt daar was 3200 meter, SNAPTE! En dit recrod van 4708 zal de komende jaren waarschijnlijk niet verbroken zal worden, want zo’n zenuwslopend avontuur zullen we niet snel meer aangaan. Maar voor nu is het high fives all around! We fucking did it!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!! We genieten van het prachtige uitzicht en trakteren onszelf op een welverdiende, zelfgemaakte noodle soep en wachten rustig op Urs en Rita. Wat geen enkel probleem is want we hebben ons huisje altijd bij ons, zelfs op 4708 meter hoogte!

W

anneer de blauwe tank zo’n anderhalf uur later te top bereikt, vervolgen we onze weg naar Litang. De geboorteplaats van de zevende Dalai Lama. De weg leidt ons door spectaculaire landschappen, uitgestrekte grasvelden bezaaid met grote stenen alsof ze uit de lucht zijn komen vallen en gigantische meren en dat alles op zo’n hoogte. We wanen ons in een andere wereld, een wereld die - godzijdank voor Olly - nu vooral bergafwaarts gaat.

Wanneer we aankomen in Litang gaan we op zoek naar een slaapplek, Brenda kent een goede spot bij een sky burial plek net buiten de stad. Een wattes? Gaan we mensen in de lucht begraven? Na India zijn we ondertussen wat gewend maar wat is een sky burial? Ik denk aan een grote brandstapel op de top van een berg maar het antwoord is veel macaberder. Ze begraven hier de doden niet, ze zetten ze ook niet in de fik, nee, ze voeren ze aan de gieren. Wat? Jup, je leest het goed. En we hebben geluk want de sky burials vinden alleen op maandag, woensdag en vrijdag plaats en morgen is het vrijdag. Joepie...!

M

aar we verdwalen en rijden zo een doodlopende straat in. Gelukkig schiet een monnik ons te hulp, hij biedt aan ons naar de sky burial plek te loodsen. We volgen zijn auto door de smalle straten van Litang, slaan een paar keer links en rechts af en dan staan we aan de voet van een groene glooiende heuvel, een heuvel op 4300 meter hoogte, waar honderden dan wel duizenden gebedsvlaggen zijn gespannen. Hier vinden de sky burials plaats. We kijken een beetje onwennig om ons heen. Gaan we hier serieus slapen?

De monnik voelt ons ongemak aan en nodigt ons uit voor een rondleiding. We volgen hem de heuvel op en het is Daeni die het eerste stukje menselijk bot vindt. Dan vindt hij iets wat ooit een prothese moet zijn geweest: een stuk staal dat in een stuk bot is geschroefd. Het veld ligt vol met botresten en grote stenen. De grote stenen worden gebruikt op de overgebleven botten op te verpulveren en te mixen met etensresten zodat de gieren het beter kunnen verteren. Als we nog wat beter kijken zien we overal veren liggen, waarschijnlijk afkomstig van gieren die om het meest malse stukje vlees vechten.

D

at is nog niet alles. Er liggen overal messen, bijlen en zagen. De monnik vindt het de normaalste gang van zaken, deze messen liggen hier zodat mensen die hun overleden komen... ja hoe zeg je dat… voeren aan de gieren kunnen gebruiken. Het is een heel raar idee, waarom doen mensen dit? Even verder op zien we een soort van barbeque plek staan, ik durf het bijna niet te vragen maar wat gebeurt daar? Daar verbranden ze de kleren van de overledenen. Ohjah tuurlijk. Stomme vraag.

Wanneer we ons omdraaien om terug naar de auto’s te lopen zien we dat de gieren ons zijn gevolgd. Hoog in de lucht cirkelen zeker tien gieren. Ze moeten ons hebben zien aankomen rijden, en auto’s die hier komen betekent maar een ding: etenstijd! Het is een lugubere gedachten. Vooral omdat we hier blijven slapen. Lek, de Thaise vriendin van Daeni, ziet het helemaal niet zitten. In de Thaise cultuur gelooft men in het bestaan van geesten, en ook Brenda is huiverig om hier kamp op te slaan. Maar iedereen is moe en het begint al donker te worden dus zit er niks anders op dan hier te overnachten.

Rondom de auto’s liggen overal botten. Naast Olly ligt een bijl op de grond die ik op pak om weg te gooien maar wanneer ik hem oppak gutst er bloed uit het handvat, verschrikt laat ik het uit m’n handen vallen. Holy shit, is dit menselijk bloed?? We houden onszelf voor dat het roestwater is... Iedereen trekt zich snel terug in zijn of haar auto en met een zwaar hart bereiden we ons voor op wat de volgende ochtend ons zal brengen…

P

HOTO

ALBUM

4708M

Genoten van dit verhaal?

Wij brengen ze nu naar buiten.

Maak kennis met Time Travel Tours →