Where is Martin?

Spit#65 · China

Where is Martin?

K

ameraden!

We worden wederom wakker op een tankstation ergens langs een immense Chinese snelweg. Onze gids Martin komt uit zijn tentje gekropen en we kijken tenenkrommend toe hoe hij met alle moeite zijn opvouwbare tent in elkaar probeert te vouwen. De man is een enigma. Onmogelijk te definiëren maar ik ga het toch proberen. Hij doet me denken aan een 49-jarige dromerige padvinder die nog steeds bij zijn moeder woont. ’s Ochtends loopt hij gehuld in een wit onderhemd met bijpassende witte sokjes die tot ver boven de sandalen worden opgetrokken met een gigantische kaart voor zich uitgestoken rondjes over de parkeerplaats terwijl hij met grote gebaren over zijn kin wrijft. Als een karikatuur van een klein kind dat speelt dat hij een reisgids is. En dat is precies hoe reizen met hem voelt, reizen met een klein kind.

De simpelste dingen, zoals het bestellen van eten, worden een frustrerende opgave. Brenda was heel resoluut, ze bestelde voor 9 man eten, betaalde en zette het direct in de Wie-Betaat-Wat-App, geen gezeur want daar is geen tijd voor en dat vond iedereen best. Martin laat ons in het gewis, kijk maar wat je bestelt, en van mobiele telefonie heeft hij al helemaal geen kaas gegeten. Ja maar, niks mis mee toch? Lekker zelf je eten bestellen, prima toch? Zeker, zo lang je Chinees kan lezen, zo niet, dan wordt het een grote loterij met als troostprijs een stukje gestoofde hond! “Martin can you order something for the group?” “Oh… uh… yes, yes, I only like noodles.” “Ok fine, order noodles.” “Oh, they don’t have noodles.” “Ok, what do they have?” “Uh… uh… I don’t know.” “Well can you ask them?” “Oh yes, yes, uh… ok. Uhmmmm… they have…”, en dan loopt er iemand de keuken uit met een groot bord noodles. “Hey Martin look they do have noodles… “ “Oh yes, uh ok. Wait.” En dan verdwijnt hij opeens de keuken in, zegt dat hij wat heeft besteld en loopt weg. Iedereen zit vol verbazing en frustratie om zich heen te kijken. Vervolgens krijgen we 1 bord noodles, terwijl we met z’n achten moe en hongerig om de ronde tafel zitten, en Martin weer nergens te bekennen is.

A

hjoh, waar maak je je druk om? Laat die man lekker. Tsja, natuurlijk, maar we zijn nogal afhankelijk van dit figuur. Voorbeeldje: Google Maps werkt niet in China. De Chinese overheid rommelt met je GPS waardoor Maps steeds denkt dat je ergens anders bent dan waar je daadwerkelijk bent. Daarnaast staan lang niet alle wegen in Maps, dat geldt ook voor sommige snelwegen. Daardoor zijn we afhankelijk van Martin zijn Chinese navigatie-app die wij niet kunnen lezen maar Martin, zo lijkt het, ook niet. Of, hij ligt weer te tukken achter in de auto, waardoor we regelmatig verkeerd rijden, iets wat ronduit irritant is wanneer je 6000 kilometer moet rijden. Maar het wordt ronduit gevaarlijk wanneer de beste man je de afrit van een snelweg laat OPRIJDEN. Vol verbazing zien we hoe Daeni een scherpe bocht naar links maakt en oog in oog komt met auto’s die de snelweg verlaten. Wij kunnen nog net op tijd rechts afzwaaien de snelweg op. Levensgevaarlijk. Daeni is woest. “I wanted to go rigth but he kept yelling to turn left!” Koekoek.

De communicatie verloopt ook ontzettend stroef. Na enig aandringen vanuit mijn kant, roept hij nu elke morgen en avond iedereen bij elkaar om een plan te maken voor de volgende dag. Waar gaan we heen? Hoe lang is het rijden? Waar kunnen we overnachten? Waar kunnen we boodschappen doen? Vragen waar hij geen antwoord op heeft, hij herhaalt gewoon wat wij zeggen of trekt zich langzaam terug uit het gesprek en verdwijnt. Het komt er eigenlijk op neer dat we alles zelf moeten uitzoeken, prima, dat zijn we gewend, geen probleem. Wat echter wel een probleem is, is dat we per wagen 2100 euro hebben betaald om ons door deze droeftoeter door China te loodsen, wat krijgen we daarvoor terug? Een blok aan ons been. WE WILLEN BRENDA TERUG!!

Ben ik al klaar? Neen! Want Martin is boven alles een Chinees van de oude stempel, oftewel enorm indirect. Hij kan geen ‘nee’ zeggen, sterker nog, hij kan überhaupt geen slecht nieuws verkondigen. Dus op het moment dat de groep hoopt te kunnen splitten omdat de één links wil en de ander rechts, vragen we hem of dit toegestaan is? We zien hem wit weg trekken. Zo’n gesprek begint altijd met het de volgende zin: “there are three ways to explain this. One…” en dat is het begin van een tergend lange monoloog die na zo’n tien minuten nog verre bij een conclusie is. “Yes or no Martin?” “Uhm… well… the thing is…” “MARTIN! YES OR NO?” “Okay, okay, uhm I don’t know.” “MY GOD!!! So the answer is no?” “Uh, yes!”

W

e leggen hem uit dat hij wat directer moet zijn, dat het oké is om nee te zeggen, wij willen gewoon een duidelijk antwoord hebben. Met dit vage gedoe komen we nergens. Hij legt vervolgens uit dat het heel lastig voor hem is directe antwoorden te geven, dat dit niet de Chinese manier van communiceren is maar, belooft hij plechtig: “I will be more direct.” Waardoor nu elk tergend lange monoloog voortaan met de woorden: “Please, let me be direct…” begint en vervolgens alles behalve direct is.

De man haalt het bloed onder onze nagels vandaan maar hij is te aardig om lang boos op te blijven en dat maakt hem des te irritanter. 50 jaar aan Chinese omgangsvormen kunnen we er niet in een paar dagen uitslaan, wat ook begrijpelijk is. Daarnaast rijdt en loopt iedereen op z’n tandvlees dus het tolerantieniveau van de groep ligt ook ver beneden peil. Je kunt gewoon totaal niet op hem rekenen, niet omdat hij niet betrouwbaar is maar omdat hij letterlijk hopeloos onkundig is, terwijl je ziet dat hij zijn uiterste best doet. Het heeft daardoor net zoveel zin als boos te worden op een labrador puppy die je hele huis heeft onder gescheten; het is een grote puinhoop maar het beestje doet het niet expres. Een blik in die ogen en je bent het alweer vergeten. Want mijn hemel wat is deze vent aandoenlijk, zo heeft hij dus die superkracht om te kunnen verdwijnen. Opeens ben je hem kwijt, is hij nergens meer te bekennen en vervolgens spot je hem 200 meter verderop in de bosjes, gewapend met kaart en al alsof hij op zoek is naar een lang vergeten Chinese schat. Het is zo erg dat niemand meer durft wild te poepen of plassen, bang dat de beste man opeens voor je neus de bosjes uit wandelt.

Goed, dus focussen we ons weer op wat we zelf moeten doen. Bovenaan het lijstje staat het schoonmaken van de watertank. Daar komt de afgelopen tijd zo’n rioollucht uit dat we ons weer in India wanen. In Chengdu hebben we een chloorachtig-goedje gekocht dat de klus wel moet klaren. Gelukkig kun je op elk tankstation water bijvullen, dus dat komt goed uit. Eerst de tank maar eens openen om alles goed uit te spoelen. Met al m’n kracht hang ik aan de rode schroefdop, maar er zit slechts een klein beetje beweging in. Wat blijkt: ik heb de tankdop zojuist nog strakker vastgedraaid en er zit geen beweging meer in. Joe.

G

elukkig komt er iemand aan gelopen met een speciaal daarvoor ontworpen tang en zo krijgen we de dop na veel moeite alsnog opengedraaid. Remember: Lefty Loosy, righty tighty! We gooien eerst een liter chemische meuk in de tank en proberen de tank dan bij te vullen maar het water komt met Mach3 uit de slang gespoten. In een snelle beweging probeer ik de slang in het bijvulgat te proppen maar de slang is net zo groot als het gat waardoor er een vacuüm ontstaat; er kan geen lucht uit en daardoor geen water in. Dan wordt de druk zo groot dat de slang er wordt afgeblazen en iedereen in een omtrek van 15 meter zojuist heeft gedoucht! Lekker!

Onze conclusie: de tank zit vol. FOUT! Dus uiteindelijk zit er 1 liter chemische meuk op ongeveer 5 liter water in plaats van 90 liter water. En dat ruik je! Wanneer we het kraantje openzetten, wanen we ons bij de dierenarts. Een steriele chemische lucht vult ons huisje, en het water schuimt wit. Achjah, het is in ieder geval schoon, maar ik zou er niet mee willen douchen. De volgende dag legen we de tank weer en vullen hem opnieuw waardoor het probleem is verholpen. Het duurde even, maar mission accomplished!

Klaar om te gaan! We hebben zojuist, terwijl Martin gehurkt op de stoeprand voor zich uit zat te dromen, als groep besloten om de snelweg te verlaten om wat meer van ‘het echte China’ te zien. And off we go. Maar we blijven maar op die verdomde snelweg rijden, waar is de walkie talkie? “This is Turtle, why aren’t we getting off the highway?” Wat blijkt, Martin had de memo natuurlijk niet meegekregen en navigeert ons vrolijk verder over de snelweg. Goed, uiteindelijk rijden we de snelweg af en vervolgen onze weg over de landweggetjes. Iets wat een totale hel blijkt te zijn omdat we een gebied vol koolmijnen inrijden. Links en rechts worden we ingehaald door lege vrachtwagens, terwijl afgeladen trucks vol kolen en zwarte stofstormen op ons af denderen. Ugh. “Shall we go back to the highway?” Yes please. Dan zegt Martin: “yes this area is not nice to drive, it’s full of coalmines.” Ja dat had je wel wat eerder kunnen vertellen vriend.

D

e snelweg is weer een knap staaltje engineering, we slingeren dwars door bergen en over rivieren. Het uitzicht is werkelijk prachtig en tegelijkertijd beangstigend. Want de rivieren zijn door de hevige regenval buiten hun oevers getreden en kolken met een gigantische kracht onder het viaduct door. Dan lezen we in het Chinese nieuws dat ten noorden van Chengdu 45 doden zijn gevallen door de hevige regenval van de laatste dagen, complete wegen zijn weggespoeld en Martin laat ons foto’s zien van huizen die half zijn weggeslagen. Oeps. Snel wegwezen hier.

Wanneer we in Xi’an aankomen heeft Martin geen idee waar we kunnen overnachten, erg fijn om na 9 uur rijden je eigen slaapplek te moeten vinden terwijl er al zo weinig tijd is om iets van China te kunnen zien. Uiteindelijk vinden we een plekje op een parkeerplaats bij een soort van Chinese Jaarbeurs. Xi’an is tot het jaar 1239 de hoofdstad van China geweest, totdat de Mongolen kwamen, de hele boel kort en klein sloegen, het huidige Beijing oprichtte en tot hoofdstad uitriepen! Serieus? Ja de Mongolen zijn echt enorme bazen, maar daar komen we over een paar weken uitgebreid op terug. Verder is Xi’an de stad waar in 221 v.Chr. keizer Qin Shi Huangdi het als eerste voor elkaar kreeg om alle concurrerende Chinese staten te verenigen (lees: te verslaan en af te slachten) onder de Qin dynastie .

Diezelfde keizer staat ook bekend om zijn megalomane bouwwerken. Zo startte hij de bouw van de Chinese muur om de barbaren van de steppe tegen te houden en bouwde hij een gigantisch mausoleum voor zichzelf, beter bekend als het ultraberoemde-UNESCO-world-heritage-8th-or-7th-ligt-er-aan-welk-lijstje-boven-komt-op-Google-man-made-world-wonder-wie-kent-‘m-niet Terracotta-leger! En wie moest dat allemaal betalen? Het volk! Dacht 't niet, dacht 't volk, en brachten de keizer uiteindelijk ten val. Dat luidde dan weer de start van de Han-dynastie in die ruim vier eeuwen duurde! Nice! Oké, we hebben er weer zin, laten we Xi’an ontdekken!

M

artin gaat met ons mee, hij weet veel van de Chinese geschiedenis dus wie weet komt hij nog goed van pas! FOUT! We vertrouwen hem zelfs niet meer wanneer hij ons uitleg geeft bij welke metrohalte we moeten uitstappen, en dat is maar goed ook want hij zit er twee haltes naast. Ugh. Gelukkig regent het na drie dagen fulltime gemiezer nog steeds! Goed, Xi’an heeft net als elke andere Chinese stad een drumtower en een belltower. De drumtower werd gebruikt om alarm te slaan, de belltower werd gebruikt om mee te bellen. Nee ik heb geen idee, maar Martin ook niet en zo sloffen we door het grijze regenachtige Xi’an. We verbazen ons vooral over de luxueuze winkels om ons heen. Het historisch centrum bestaat uit een grote file van auto’s, de stad heeft geen ziel, maar volgens Martin is de Muslim Quarter een wijk waar we zeker naar toe moeten. Daar kun je authentiek eten en lekker shoppen, en, zoals u weet, de markt is vaak het meest interessante deel van een stad.

FOUT! De neon-borden schreeuwen je tegemoet, overal zie je de depressieve gezichten van oude vrouwtjes in klederdracht die mechanisch ‘traditionele gerechten’ in elkaar flansen terwijl hordes toeristen verveeld voorbij slenteren. Combineer dat met het getoeter van 100 elektrische scooters en je hebt de perfecte cocktail voor een migraine. Get us out of here! Maar… waar is Martin gebleven? Het is de Chinese Houdini wederom gelukt om compleet te verdwijnen. 10 minuten later en POEF daar is hij weer. Deze man heeft werkelijk zijn roeping gemist. Kom, we gaan terug en met z’n tweeën naar de KFC.

H

opelijk is het terracotta leger nog de moeite waard. Om de hordes toeristen voor te zijn, besluiten we de nacht door te brengen op de parkeerplaats zodat we de volgende dag vooraan in de rij kunnen aansluiten. En dat is maar goed ook, want die ochtend is het gelijk volle bak. Maar wanneer we eenmaal binnen zijn valt het gelukkig reuze mee. Oké mensen, waar kijken we naar? De Qin Shi Huangdi keizer heeft hier een compleet leger van gebakken klei gebouwd. Het leger bestaat uit meer dan 8000 soldaten, 130 strijdwagens en 520 paarden! En om het nog bizarderderder te maken: elke soldaat heeft een unieke gezichtsuitdrukking! Sommigen kijken strijdvaardig, anderen berustend, boos, blij of optimistisch.

Het leger is een exacte replica van hoe een leger er destijds uitzag, zo’n 1800 jaar geleden. Het terracotta leger vertelt historici veel over de formaties en tactieken die destijds werden gebruikt tijdens veldslagen. Er zijn officieren, voetsoldaten, boogschutters, paardrijders en soldaten die met paard en wagen ten strijde trokken. In totaal zijn er drie opgravingen gedaan, de grootste heeft een oppervlakte van 75 x 100 meter en bevat voornamelijk voetsoldaten. Ten westen daarvan is een kleiner gebied gevonden wat voornamelijk uit cavalerie bestaat. En daarachter is een laatste plaats gevonden waar officieren zijn gevonden, waarschijnlijk de operatiepost gedurende een veldslag.

H

et doel van dit gebakken klei leger was het beschermen van de keizer in het hiernamaals. Daarom werd het 7 meter diep onder grond begraven. Toen de keizer ten val kwam, werd de begraafplaats door de Han-Chinezen gevonden. De Han-Chinezen waren net zo bijgelovig en sloegen de hele boel kort en klein en staken de rest in de hens! 40 jaar aan arbeid, verricht door 700.000 man werd in een middagje met de grond gelijk gemaakt, alhoewel dat niet zo lastig was omdat het geheel zich al onder de grond bevond maar even goed zonde!

Het graf raakte in vergetelheid totdat een boerenfamilie in de jaren ‘70 tijdens het graven van een waterput het leger per toeval ontdekte. Tot op de dag van vandaag zijn archeologen bezig om de vernielde terracotta poppetjes aan elkaar te kleien om zo het leger in al haar glorie te herstellen. En dat zal nog zeker tientallen jaren duren. Ondertussen is het 10 uur geworden, de gevreesde touring cars hebben hun weg vanuit Xi’an gevonden en kotsen een tsunami aan Chinese toeristen uit. Godzijdank hebben we het leger in relatieve rust kunnen aanschouwen, nu is het de kunst om ons tegen de stroom in, al ellebogend een weg naar buiten te slaan.

In de manie komen we Martin tegen. “Hey Martin we heard there’s a cinema here about the history of the terracatto army, do you know where it is?” “Uhm… let me see, I think, yes, uhmm… hmmm… it’s, yes, yes, yes I tell you, I will be direct, it’s outside of the museum.” “Uhm, thanks Martin.” We besluiten de andere kant op te gaan en dat is maar goed ook want Martin had ons de compleet verkeerde kant op gestuurd. En dit is iets wat we niet hadden willen missen! Naast een 360 graden bioscoop hebben ze ook een 3D simulator, WHUT! We wanen ons op een slagveld in het oude China, we kunnen 360 graden om ons heen zien hoe harten worden doorboord door speren en soldaten in een soepele beweging worden onthoofd! WOW! Vet!

T

ijd om te gaan! Terug naar de snelweg! Bij een tankstation stoppen we om een plan de campagne te maken. We hebben nu wat extra dagen over omdat we hebben besloten de bergen te ontwijken en direct naar Xi’an te rijden. Martin, enig idee wat er op weg naar Beijing te doen of te zien is? Nee? Fijn man! Top, bedankt! Echt super! We bedenken zelf wel wat. Zo schijnt er een berg te zijn die levensgevaarlijk is om te beklimmen en nog een berg waar hele dorpen tegen bergwanden zijn aangebouwd. VET! Let’s go!

Ennnnn.. We zijn we verdwaald. Het vrachtverkeer raast om ons heen, en in de chaos raken we elkaar kwijt. Shit! Het sturen van onze locatie heeft geen zin want Google Maps heeft ook geen idee waar we zijn. Martin roept wat over de walkie talkie om de schijn op te houden dat hij de situatie probeert te redden, maar in feite gebeurt er helemaal niks. Kutzooi. We besluiten naar het bergdrop te rijden en elkaar daar te zien, inshallah! Zodra we de stad uit zijn spotten we elkaar toevallig en besluiten te lunchen. Waar is Martin? Die is weer verdwenen dus neemt Alex de serveerster aan de hand mee en besteld eten door naar het eten van andere gasten te wijzen. Wat een held. Wanneer we klaar zijn om te gaan, krijgt Martin net zijn eten geserveerd. GODNONDEJU MARTIN!

Wanneer we bij het bergdorp aankomen, legt Martin ons doodleuk uit dat je er enkel kan komen door een kabelbaan á 30 euro per persoon te pakken. Ah. Dat weetie dan weer wel. Fijn. De vermoeidheid begint de groep parten te spelen, wat gaan we doen? Waar gaan we heen? Laten we een plekje in de natuur vinden. We zien een riviertje op de kaart en besluiten daar dan maar naar toe te rijden. Maar na een uur door graanvelden te rijden, zijn we wederom compleet de weg kwijt. Shit ey. Wat nu? Laten we een slaapplek vinden en morgen verder te gaan.

De volgende dag gaan we naar Pingyao, volgens Martin een échte traditionele oude stad, geen tourist town, nee een echte, “verrrry traditional”! Na wederom 6 uur rijden blijkt dat het historisch centrum enkel tegen betaling is te bezichtigen. Kosten? 25 euro per persoon, terwijl we maar een uur hebben voordat we door moeten. FAAAK! Oké dan dwalen we er wel een beetje omheen, en wat blijkt? Het lijkt exact op alle andere plaatsen waar we tot nu toe zijn geweest. Heeft de culturele revolutie dan echt alles gesloopt? De geschiedenis van China is in ieder geval een stuk interessanter op papier dan in ’t echt.

Zuchten en steunend slenteren we samen met onze Duitse matties terug naar onze bolides. Ugh. Blergh. Mergh. Wat zijn we moe, wat zijn we er klaar mee. Er wordt zelfs gesproken om de reis in te korten en eerder naar de Mongoolse grens te rijden. Want om in Beijing te komen moeten we nog een flink stuk naar het oosten. Maar nee, fuck dat, het doel was altijd om naar Beijing te rijden, we gaan niet opgeven met de finishlijn in zicht. We rapen onszelf bij elkaar, nog even doorzetten, we zijn er bijna! Maar nog niet he-le-maaaal. Kontje kaal.

P

HOTO

ALBUM

TERRA-

COTTA

Genoten van dit verhaal?

Wij brengen ze nu naar buiten.

Maak kennis met Time Travel Tours →