
ein Bein Ho!
En nu even HE-LE-MAAL NIKS! Geen ambassades, geen cultureel geneuzel, geen poltiebureau’s, geen gekke offroad weggetjes, gewoon even niks voordat we weer naar Ulaanbaatar moeten voor ons Russisch transit visa. Daarom besluiten we met onze DF’s (Deutsche Freunden) naar het Terelj park te rijden, een stukje ongerepte natuur, net boven Ulaanbaatar. Maar om daar te komen moeten we toch een stukje offroad. We doorkruisen twee rivieren, een diepe plas, een modderbad en dat alles terwijl we laaghangende takken ontwijken. Eén keer komen we vast te zitten, dikke paniek maar gelukkig kan Olly nog in z’n achteruit en na drie keer snel vooruit en achteruit te rijden, schommelen we onszelf uit de modderkuil!
Pfoeeeh! De adrenaline giert nog door de aderen maar nondeju, het was ’t waard! We staan aan een idyllisch riviertje in het groene gras, het zonnetje schijnt en de vogeltjes fluiten! RUST! JAWHOL! Heerlijk! Niks meer aan doen. Maar dan verschijnt de eerste Toyota Prius, en de tweede, en de derde! De laag bij de grond hangende autootjes worden compleet uitgewoond door hun Mongoolse eigenaren. De arme Priusjes worden in Japan met zoveel zorg behandeld dat ze, wanneer ze aan hun tweede leven in Mongolië beginnen, er uit zien alsof ze zo de showroom komen uitgereden. Om vervolgens als offroad vehicle binnen een jaar compleet geruïneerd te worden! Want er rijden maar liefst drie Priusjes lek precies achter onze plek gedurende ons driedaags verblijf.
e rust wordt dus ietwat verstoord door Prius gerelateerde zandstormen. Maar het is nou eenmaal nog steeds Nadaam vakantie, dus trekken ook de mensen uit Ulaanbaatar de natuur in. Nog een klein minpuntje is de buurman, die niet veel later na onze aankomst zijn tent pontificaal naast ons Olly’ke heeft geparkeerd. Al vroeg in de ochtend worden we gewekt door kreunende geluiden… En nee, het betreft niet het befaamde throat singing, alhoewel het er wel erg op lijkt, morguh! Dan stopt er opeens een Prius, de bestuurder stapt uit, trekt een gigantische vis uit zijn achterbak en biedt ons deze aan! Kijk! Mongoolse gastvrijheid bestaat dus toch! We bedanken de man en er valt een ongemakkelijke stilte. Uh…? De man blijft ons stoïcijns aanstaren. Oh volgens mij wil hij er wat voor terug, ok, ok. De Duitsers hebben nog wat Old Monk whisky uit India, maar er zit nog aardig wat in de fles, dat is ook weer zonde. Dus besluiten we de man een glas te geven, alstublieft meneer. Hij slaat het goedje met een ferme beweging achterover en kruipt zo weer achter het stuur. Tuurlijk!
Niet veel later stopt er weer een Prius! De man is boos, op ons, maar waarom? Hij wijst wild naar de vis, en raakt met zijn ene hand zijn andere onderarm aan… huh? Hij lijkt te zeggen dat de vis te groot is en dat we deze terug moeten gooien in het water. Maar de vis is al dood meneer, en wij hebben ‘m niet eens gevangen! Geen excuusjes! Hij pakt zijn telefoon erbij en begint foto’s van ons en onze nummerborden te maken. Are we in trouble? Lekker dan! Dus die ene gastvrije Mongool, dumpte gewoon een illegaal gevangen vis bij ons en kreeg daar nog iets voor terug ook! Lekker dan! Ja later! We gaan dat ding gewoon opvreten, bekijk ’t maar! Laura, Mirte en Alex beginnen de vis schoon te maken terwijl ik aan een ander avontuur begin.
et is tijd om de nieuwe zonnepanelen uit China te instaleren! Het dak heb ik deels in China, deels hier compleet geschuurd en vet vrij gemaakt. De volgende stap is het lijmen van de zwarte steunen. Die moeten precies even ver van elkaar staan zodat de panelen er precies tussen passen, en laat mij nou precies niet goed zijn in dingen precies doen… Het zweet breekt me uit maar ik wil mezelf niet laten kennen. Ik moet en zal ’t zelf doen! Na een dagje ploeteren lijkt het dan toch te lukken… Alle vier de steunen zijn aan het dak bevestigd middels kit en de panelen passen er nog tussen! Ik schroef de panelen vast aan de steunen en sluit ze aan. GREAT SUCCES! Nu nog hopen dat ze op de terugweg blijven zitten waar ze zitten…
Op zo'n mooi plekje kan een kampvuur natuurlijk niet ontbreken, en zo kunnen we ook het bewijs van onze illegale vangst te doen laten verdwijnen. En het smaakt verdomd goed! Vooral de zelfgemaakte mosterdhoningsaus! Wanneer we zitten na te genieten komt de libidorijke buurman aangezet met wat extra brandhout. Kijk, wat aardig! Hij komt er even bijzitten en met handen en voeten communiceren we een beetje, dan wijst hij naar Alex z’n drankje. Ahjah, de man wil ook wat te drinken, prima, tuurlijk, geen probleem! Hij neemt een slok en fleurt helemaal op, ja dat lustie wel. Nou nog een beetje dan, alstublieft! En hij gaat weer. Om een uurtje later met nog meer brandhout terug te komen. Met grote ogen wacht hij ongeduldig op zijn beloning. Nou vooruit dan, omdat je zo’n goedlachse vent bent maar wanneer hij even later weer komt aankakken is het mooi geweest. Nee vriend, je hebt genoeg gehad. Beteuterd druipt hij af om die avond niet meer terug te komen. Mongoolse gastvrijheid is een quid pro quo!
e driedaagse vakantie is voorbij gevlogen, tijd om weer terug te keren naar de depressieve betonnen jungle van Ullaanbaatar, waar de roadrage je naar de keel grijpt wanneer je weer eens door diezelfde Priusjes wordt afgesneden en klem gereden. Alhoewel het dit keer meevalt, sterker nog, het is erg rustig op straat. We kunnen zelfs voor de deur van Russische ambassade parkeren. Nice! Schijnbaar is Nadaam nog niet helemaal afgelopen of zit iedereen nog ergens buiten Ulaanbaatar vast in de modder. Prima! Ok, nu alleen nog even onze aanvraagformulieren uitprinten. Fak, alle printshops zijn dicht, iedereen is nog met vakantie. We lopen de hele straat door op zoek naar een printshop. Niks! Er is een winkel open waar ze printers verkopen maar daar printen ze niks. Ik geef de moed al op maar Laura en Mirte niet, ze lopen naar binnen en komen even later met een vrouwtje naar buiten.
Het vrouwtje neemt ons mee naar een appartementenblok maar Alex is nog aan de overkant van een drukke straat. Ik wenk hem om hierheen te komen maar Laura, Mirte en het vrouwtje slaan de hoek al om, ik blijf op de hoek staan zodat Alex ons niet kwijt raakt, en zie hoe Mirte, Laura en het vrouwtje het gebouw in verdwijnen. Wanneer Alex het voor elkaar heeft gekregen om de weg over te steken staan we voor een dichte deur waar onze vrouwen net met een vreemde door zijn verdwenen. Lekker dan. En nu? Keihard op de deur beuken natuurlijk! Geen gehoor. Dan komt er een groepje mannen met dozen aangelopen, ze openen de deur, wij wachten op een afstandje en wanneer ze binnen zijn, steken we nog net onze voet tussen de deur. Gaan we! De mannen blijken ook bij het vrouwtje te horen en zo is de groep weer compleet.
Al onze documenten worden uiterst secuur door het vrouwtje uitgeprint en wat blijkt? Ze hoeft er niks voor terug! Nondepie! Na een hoop ‘baithlaha’ te hebben gezegd, een random keelklank die schijnbaar ‘dankjewel’ betekent, rennen we naar de Russische ambassade die van 10 tot 12 dienst doet onder het motto ‘liever lui dan moe’. Het invullen van de formulieren was nogal stressvol want de regels zijn alsvolgt: voor een transit visa moet je de snelste route kiezen tussen het land van vertrek en aankomst, per 500 af te leggen kilometers krijg je 1 transit dag met een maximum van 10 dagen. Ok… dus onze route bedraagt 1500 kilometer dat zou dan op drie dagen uitkomen maar in die drie dagen moet je ook 2 grenzen oversteken, dus we hopen op iets meer dagen. Tel daarbij de kans op autopech op… In ons geval zou dat alleen al een verdubbelaar moeten zijn. We zetten in op 7 dagen met als excuus dat onze wagen erg traag is (wat niet echt een excuus is) en dat we in Rusland een garage moeten aandoen voor onderhoud (wat waarschijnlijk geen excuus zal zijn).
ijken wat er gebeurt… maar de vrouw achter de balie kijkt niet op of om. Sterker nog, ze is erg vriendelijk, onze paspoorten worden ingenomen, we krijgen een briefje waarmee we naar de bank moeten om alvast te betalen en kunnen over vier dagen terug komen om ons visum op te halen. Nou, stress om niks! Tijd voor koffie!
We nemen afscheid van onze DF’s die we aan het einde van de week weer zullen zien om het Russisch visa op te halen. Wij besluiten om in Ulaanbaatar te blijven om Olly een grote beurt te geven, na 13000 kilometer is het tijd voor verse olie! Maar eerst moeten we onze watertank bijvullen, er schijnen genoeg waterpunten te zijn waar dat kan. Maar we kunnen er geen vinden! Redelijk gefrustreerd door het knotsgekke en asociale rijgedrag van onze medeweggebruikers nemen we een radicale beslissing: we gaan naar een overlander-spot. Een soort campingplek waar Overlanders bij elkaar komen, waar je kan douchen, kleren wassen maar schijnbaar ook water bijvullen en ze hebben een garage! Nou vooruit dan maar, ook al gaat het tegen onze principes in dat we moeten betalen om te overnachten in een land waar je letterlijk overal je auto neer kan zetten om het je thuis te noemen.
o komen we terecht bij de ‘overlanding hotspot’ Riverpoint, en we zijn zeker niet de enige. Er staat een 70 jarige Italiaanse vrouw die al 10 jaar op pad is en druk in de weer is om haar landcruiser weer waterdicht te maken. Een Fransman met zijn Britse vriendin die ook in een oude Mercedes bus op pad zijn, een Duits sprekend Italiaans stel in een Landrover en een Duits stel in een, hoe kan het ook anders, gigantische truck waar we geen woord mee hebben gewisseld. We staan druk met elkaar te praten over grensovergangen, autopech en de toekomstig te nemen routes wanneer Renee, de vermoedelijke, uit Oostenrijk afkomstige, eigenaar komt aangelopen.
Het is gelijk gedaan met de lol, dat ligt niet zozeer aan Renee zelf maar eerder aan zijn zojuist genoemde prijs per nacht: 25 dollar. We beginnen hartelijk te lachen en keren hem gelijk de rug toe, toedeloe koekwaus! Hij krabbelt gelijk terug, “uh yeah we can talk about the price later, let me first show you the showers.” Ok, dan. En de douches zien er inderdaad uit zoals je ze op een ACSI camping tegenkomt: picobello! Er is gratis drinkwater en een garage, dus ja… nou voor 13 dollar is het prima. Nog steeds achterlijk veel, voor een plek die riverpoint heet waar de rivier 20 meter buiten het hek ligt waar we gratis kunnen gaan staan maar goed. Die douche ziet er wel heerlijk uit!
Renee heeft echter wel een voorwaarde. Hij begint, nadat we de 13 dollar deal al hebben gesloten, uit het niets, een verhaal te vertellen over hoe hij ooit eerder al korting aan een stel had gegeven om er vervolgens achter te komen dat ze in de douchecabine hadden gescheten. Uh… wat? Ja en toen had ik alsnog heel veel werk aan deze mensen terwijl ik ze korting had gegeven. Ok, Renee, we horen je, niet in de douche schijten, staat genoteerd maar betekent dat dan dat we voor 25 dollar wel onder de douche mogen schijten? Want in dat geval wil ik terugkomen op onze eerder gemaakte deal als dat nog kan? Verder komt er nog een raar verhaal wanneer hij in de kantine uitlegt dat we alles zelf mogen pakken maar wel netjes moeten noteren op een blaadje om aan het eind van ons verblijf netjes af te rekenen. Ja geen probleem Renee, komt goed. Vervolgens begint hij weer een verhaal over mensen die zonder te betalen weg probeerden te komen en hoe hij ze heldhaftig had tegengehouden om ze alsnog te laten betalen. Ok, Renee, you badass, na dit verhaal zullen we het niet meer in ons hoofd halen om zomaar weg te gaan, thanks for the heads up! Koekoek.
Goed, de toon is gezet, na een dagje relaxen gaan we vol goede moed aan de slag met Olly’s grote beurt. Het wordt nu onderhand tijd dat we dat zelf kunnen! We vervangen de oliefilter, dieselfilter, verversen de olie, maken de luchtfilter schoon en voorzien deze van nieuwe olie. Olie in je luchtfilter? Ja mensen deze werkt op olie! De olie van de stuurbekrachtiging wordt, met behulp van de Franse buurman, eveneens vervangen. We zitten helemaal onder de olie maar dat draagt alleen maar bij aan onze awesomeness. We zien de respectvolle blikken van onze Italiaanse buren die nog maar een paar maanden onder weg zijn en om eerlijk te zijn voelen we ons als ware mechanics.
aar er is een probleem waar we niet mee uit de voeten kunnen. De motor raakt nu zelfs in het heuvelachtige landschap van Mongolië al oververhit en dat is shit. Want in de hoge bergen snappen we dat, maar deze heuvels… nee dat is niet ok! Na een grondige inspectie zien we wat roest op de radiator, hmmm zou dat het zijn? We vragen de mechanic van Riverpoint genaamd Chinzo om advies. Tsja, die moet gefixt worden, ik ken wel een mannetje die dat kan, kost je 150 euro. Sorry wat?! Voor 120 euro koop ik een nieuwe in Nederland, gaatie lekker? Hij geeft ons nog wel het advies om alle steentjes en vliegjes tussen de koelingsribbels uit te steken met de oliepeilstok. En aangezien we op YouTube en filmpje hebben gezien waar ze hetzelfde deden met de binnenkant van de radiator (waar de koelvloeistof in zit), dachten we dat dat wel een goed idee zou zijn.
Dus gaat Mirte vol goede moed aan de slag, ribbeltje voor ribbeltje wordt met de peilstok uitgestoken. Een monnikenwerk maar het is voor een goed doel! Ondertussen ga ik de cabine schoonmaken, deze zit onder het stof, zand, modder en andere gorigheid waardoor het dashboard er maar flets bij ligt. Na een uurtje goed soppen trek ik mijn geheime wapen uit de kast: dashboard cleaner! Voor 1 euro in China gekocht, wie niet waagt, wie niet wint! Ik spuit de hele cabine onder… met dasboard cleaner en mijn lieve hemel, WOW! Maar dan echt wow! Het fletse dashboard heeft haar zwarte glimmende look weer terug, alsof de wagen zo uit de showroom komt gereden. Nondeju!
ijd om te gaan, we laten de oplichters van River Point achter ons en gaan op zoek naar een echte garage waar ze onze radiator kunnen fixen voor een iets schappelijkere prijs. Maar ja… waar vinden we die? Google Maps erbij, men type ‘garage’, klik zoek! Hmmm… een hoop Mongoolse teksten, een paar garages met slechte reviews, maar dan! Op nog geen 300 meter van River Point zit een garage met de naam ‘JK Mechanics’, een review van 5 sterren door ene Jessica: ‘best garage in town’. Ok, daar wordt in ieder geval Engels gesproken, erop af!
Nog geen minuut later rijden we het terrein op van JK Mechanic, er staat een gigantisch huis op een groot stuk terrein met aan de zijkant een garage, die er eerder uitziet als een normale garage dan een mechanic garage. Er staat een hele rits auto’s geparkeerd waar zeker 8 kinderen al gillend en zigzaggend tussendoor rennen. Het is een mix van blanke en Mongoolse kinderen, ok… We worden begroet door de mechanic genaamd Justin, een blanke man die enorm mank loopt, wat is er met hem aan de hand? Vervolgens zit er een blanke vrouw op de trap naar de voordeur die zich voorstelt als Jessica, zou dit dan Justin’s vrouw zijn? En die kinderen, hun kinderen? Maar van wie zijn dan al die Mongoolse kinderen? En Jessica lijkt wel erg veel op Justin, dat is raar.
Justin gaat gelijk aan de slag met onze radiator, eens even kijken, ja daar zit een kleine lek maar niks ernstigs, dat kunnen we makkelijk fixen. Het lijkt hem ook een goed idee om deze bijna 40 jaar oude radiator eens goed schoon te maken, dus laten we de hele bende er eens uithalen. Want het oververhitten van de motor kan ook door een weigerende thermostaat komen, dus hup aan de slag. Dan komen er twee Mongoolse jongens van begin 20 aangelopen, we staan compleet perplex als ze vloeiend Engels blijken te spreken. Op de verranda verschijnen Lizzy en Hannah, twee Mongools uitziende dames, die net als Jessica hun lange haren in een grote knot hebben zitten en lange jurken tot op de enkels dragen. Wat is hier aan de hand? Waar zijn we nu weer terecht gekomen?
e verwarring is compleet wanneer er opeens een Fransman om de hoek komt gelopen met fel oranje haar en bijpassende wilde oranje baard. Met een dik frans accent vraagt hij ons wat het probleem is. Huh!? Wie ben jij nou weer? Het begint een beetje tollen in ons hoofd, helemaal wanneer Mirte van het toilet terug komt en me vertelt dat het huis gigantisch is, met enorm veel kamers, het lijkt wel een weeshuis. En dat is het ook! Justin legt ons in de auto, op weg naar de Luxoil waar we koelvloeistof gaan kopen, alles haarfijn uit.
Jessica is zijn zus, ahjah, dat verklaart een hoop. Justin is getrouwd met Rhoda, een Mongoolse en ze hebben vijf kinderen, die dus half Mongools zijn. De vier blanke kinderen zijn van de Fransman die de dag voor onze komst met zijn camper bij JK Mechanics is gestrand. Ahaaah! Het verhaal gaat verder, want Justin vertelt hij zijn vader in de jaren 90, net na de onafhankelijkheid van Mongolie, als missionaris van de Weslian Church een weeshuis is gestart nadat hij ten ore was gekomen hoeveel Mongoolse kinderen in Ulaanbaatar een zwervend bestaan leidde. Justin woont samen met zijn zus Jessica en Joanna al 16 jaar in Mongolië, hun ouders wonen momenteel weer in Hongkong nadat 9 jaar geleden plots de vergunning voor het weeshuis werd ingetrokken. Huh? Maar waarom dan? Ze weten het zelf ook niet precies, maar ze denken dat de overheid hun geloof als sekte aanzag en daarom besloot de deuren te sluiten. De weeskinderen moesten hun thuis verlaten, werden uit elkaar gehaald en in andere weeshuizen geplaatst. Een enorme schok voor de kinderen, de familie en de vrijwilligers die er werkten.
Een aantal jaren later, wanneer de kinderen meerderjarig zijn besluiten sommigen van hen weer terug naar huis te keren. En zo wonen ze nu als een grote familie bij elkaar, bestaande uit Jessica, Joana, Justin en zijn vrouw Rhoda met hun vijf kinderen, Abby, Lizzy, Hannah, Paul, Daniel, Joshuah, Martha en Suzy. Check! Ok, duidelijk. Maar wat houdt de Weslian Church dan precies in? Volgens Justin zijn ze conservatief Christenen, vrouwen dragen lange jurken, hebben lang haar, ze kijken geen tv, drinken geen alcohol, roken niet, op zondag wordt er niet gewerkt want dan gaan ze naar de kerk en er wordt gebeden voor het eten.
Tsja, het Christelijke geloof, heel eerlijk hebben we er zelf niet zoveel mee, en we merken stiekem dat we enorme vooroordelen hebben. Want het christendom heeft eerlijk gezegd niet zo’n goede reputatie in het progressieve seculiere Nederland. En dat terwijl we op deze reis altijd heel erg open stonden voor alle andere religies. Onlangs nog voor een religie die zijn doden aan de vogels voert. Maar het Christendom, dat komt te dichtbij, daar zijn ‘wij’ zelf vanaf gestapt, wij zijn ketters. Tsja, dat maakt het ietwat ongemakkelijk.
Maar wat we op dat moment niet weten, is dat ons beeld over het Christendom zal gaan veranderen, dat Justin en de hele familie vrienden voor het leven gaan worden, sterker nog, misschien wel een beetje onze familie zullen worden. En dat er voor Olly een nog grotere verandering op de rol staat. We weten het dan nog niet, maar we zijn zojuist ver van onze eigen familie in Nederland toch een beetje thuis gekomen.
HOTO
ALBUM
NADAAM
