A Mongolian Exodus

Spit#76 · Mongolië

A Mongolian Exodus

L

ieve volgelingen,

Er breekt een nieuw hoofdstuk aan! We deppen de tranen en richten onze blik op de eindeloze horizon, klaar voor een knotsgek spiksplinternieuw avontuur. Maar we zijn nog niet helemaal vrij en blij, want voordat we aan onze 10 daagse, 1800 kilometer lange, dwars door de Gobiwoestijn trekkende exodus kunnen beginnen, moeten we allereerst onze boete gaan betalen bij de Mongoolse immigratiedienst. Hopelijk krijgen we in ruil voor die boete een tiendaags exit visum. Zo niet? Tsja… uh… geen idee, dan hebben we waarschijnlijk een groot probleem.

Een kleine betegelde ruimte met kille, flikkerende tl-verlichting waarin twee ‘banken’ met plastic zitvlak staan. Zo ziet een doorsnee wachtkamer er in zo’n beetje elke land buiten Europa uit, voeg daar nog een extreem luid tikkende klok aan toe en je hebt het ideale recept om je nagels tot aan de nagelriem op te vreten. Maar wij blijven er koeltjes onder, alhoewel, diep, diep in je maag, eerder ergens onder je maag, brandt een klein balletje adrenaline: wat als? Wat als die lul van het informatieloket waar we zo’n 9 weken geleden waren maar wat uit z’n nek zat te zwatsen? Wat als de regelgeving in de afgelopen 9 weken is veranderd? De ervaring leert dat het niet uitmaakt, we hebben geen invloed op de uitkomst van deze situatie, we moeten dit moment ondergaan, het beste ervan hopen en rustig blijven.

We worden door een strenge man met bizar grote politiepet naar binnen gesommeerd. Oh shit, er zit een vrouw achter de balie. Vrouwen zijn veel te precies, zitten boven op de regeltjes en maken nooit een uitzondering. Liever een luie man, die je achteloos wegwuift zodat hij verder kan in zijn sportkatern dan een overijverige vrouw maar helaas, het is een vrouw. Ze kijkt streng, spreekt staccato Engels en maakt geen oogcontact. We schuiven onze paspoorten over het bureau, buigen beleefd het hoofd en praten enkel wanneer ons wat wordt gevraagd. Met harde slagen ramt ze ons verhaal in de computer waardoor de stiltes die zo nu en dan vallen nog sterker geaccentueerd worden.

Dan schuift ze twee papiertjes terug het bureau over, go pay your fine at the bank, it’s just around the corner. Yes, thank you, ok, thank you, yes! We staan snel op en rennen nog net niet naar de deur, bang dat ze zich bedenkt. Buiten slaken we een zucht van verlichting YES! Ok, het was dus geen bullshit, nu kunnen we ontspannen. We moeten een boete van zo’n 300 euro betalen, dat is omgerekend zo’n 6 miljoen Tugrik. Een beste stapel geld kan ik u vertellen. Bij de bank krijgen we een betalingsbevestiging waarmee we terug naar de bitse vrouw gaan die ondertussen ook wat is ontdooid. We krijgen allebei een nieuw visa stempel in ons paspoort met daarop de exit datum die precies 10 dagen van vandaag af ligt.

O

n your mark? R-r-r-r-ready….. POF! En daar gaan ze, in hun witte turbo monster scheuren ze plankgas richting de… hey, ho, ze nemen een verkeerde afslag, ohjeej, ze stoppen voor een Kashmir winkel! Ja lieve mensen, we gaan nog even shoppen, de dag is ook al bijna voorbij want zo’n immigration bezoekje duurt toch al gauw een halve dag. Dus betreden we de meest chique winkel van Ulaanbaatar. Mijn hemel nooit gedacht dat je van geitenwol, want dat is het, zo’n haute couture kan maken. En de prijskaartjes liegen er dan ook niet om. Het stik er van de arrogante Russen, flamboyante Amerikanen en imperiale Japanners. Je moet zelfs een plastic zak over je hoofd trekken om deze truien te passen.

Gelukkig hebben we een winterdonatie ontvangen van de Spit familie waardoor er nog net twee truien af kunnen. Dus trekken deze twee sloebers de ene na de andere trui over hun koppies. En met sloebers bedoel ik ook echt sloebers. Drie maanden, wat zeg ik, de hele reis maak ik me totaal niet druk over hoe ik erbij loop. De drie potjes gel die vanuit Nederland zijn meegenomen staan onaangebroken in de kast. Maar in zo’n winkel voel je je weer even terug in de ‘beschaafde’ wereld, en als ik door die ogen nog eens naar de joggingbroek die ik aan heb kijk, dan kun je niet anders dan concluderen dat deze toch echt wel heel fucking ranzig is. En die baard begint ook al goed om zich heen te slaan. De verwarring in de ogen van het personeel speelt dan ook boekdelen, hey blanke tatta’s die erbij lopen als zwervers, moeten we ze nu wel of niet extra in de gaten houden?

Ons boeit het niet, ondertussen hebben we al zoveel truien aangetrokken dat telkens wanneer we de ijzeren knop van de paskamer aanraken een fixe schok te verduren krijgen. We zijn zo statisch geladen dat we half Tilburg Noord kunnen voorzien van elektriciteit. Uiteindelijk vinden we twee parels van Kasjmier truien, die werkelijk prachtig zijn en nog in de aanbieding ook! Ja mensen als je ooit naar Mongolië afreist, ga dan zeker langs bij een van de vele Kasjmier winkels, je weet niet wat je ziet. Het winkelpersoneel slaakt ondertussen een zucht van opluchting; de twee zwervers hebben zojuist in cash dollars hun truien betaald.

Hey maar waar gaan ze naar toe dan? Oh die grote bus is van hun, ah ok. Maar waarom rijden ze niet weg dan? Ja wij gaan nergens heen mensen, vanavond slapen we voor het eerst sinds drie maanden weer eens op een parkeerterrein, op het parkeerterrein van de Kasjmier winkel wel te verstaan. Maar eerst koken we nog een heerlijk maal voor onszelf, iets wat we ook al lang niet meer hebben gedaan. We zijn weer op pad! We zijn door het dolle heen maar ook een beetje nerveus, want morgen, morgen gaat het echt weer beginnen. Dus hup naar bed, dan is het sneller ochtend!

E

n inderdaad, kijk eens aan, het is alweer ochtend! GAS EROP!!! Met piepende bandjes scheuren we goudgeelrode vuurbal die ons onderdompelt in een warme ochtendgloed tegemoet! Als we ons na een paar uur hebben weten te ontworstelen aan de buitenwijken van Ulaanbaatar wordt het opeens rustig. Doodse stilte. Op de nieuwe 5 cilinder turbo dieselmotor na dan. MOPMOP!!! Het landschap is wijds, enorm wijds, zover het oog kan kijken is er niks! Helemaal NIKS! Gras, gras en nog eens gras. En zand. Heel veel zand. Met hier en daar een yurd. Of een herder, soms te paard, meestal op de motor, vergezeld door zijn kudde schaapjes of geitjes die stoïcijns naar het witte monster wat luids voorbij komt gescheurd staan te staren.

Kippenvel mensen, van top tot teen, een gelukzalig gevoel wat lastig valt uit te leggen. We hebben er weer zin in, barsten van de energie. It’s a new day, it’s a new dawn and I’m feeeheeeeling gooooood! Radiootje aan, prachtige natuur om je heen, prachtige vrouw naast je en het avontuur dat lonkt! Wat wil een mens nog meer? Lekker eten, als t kan! Ook dat is check! Een dag ziet er ongeveer zo uit: we staan rond een uur of 8 op, gelijk de verwarming aan en Nicole voor een kopje thee. Kasjmir trui aan, dito sokjes en muts op. Ons ontbijtje bestaat uit havermout met lang houdbare melk, rozijnen, een appeltje en wat kaneel voor de smaak. Dan koffie in de thermoskan zodat we om 9u gas kunnen geven. Even de ruit ijsvrij krabben en dan zijn we good to go! We rijden zo’n 4u, luisteren naar muziek of podcasts, proppen ons vol met koekjes die we wegspoelen met eerdergenoemde koffie. Dan is het tijd voor de lunch. Gegrilde botterhammetjes met mayo, komkommer, tomaat, uit, augurk, kaas en ei. A.k.a. de Eggburger! Beetje mosterd erbij. Man! Dan ben je gelijk klaar voor etappe twee! Twee uurtjes rijden, dan tanken, koffie, snickers en weer door totdat het begint te schemeren en het tijd is om een slaapplekje te zoeken. En de volgende dag? Doe je het precies weer zo, en dat de voor de komende 14 dagen totdat we in Kazachstan zijn. Zo, jullie zijn weer op de hoogte.

E

n het gaat allemaal wonderbaarlijk goed, de motor doet z’n werk, we gaan als een raket! Alles werkt zoals het ooit was bedacht. De verwarming houdt ons warm. De boiler wordt loeiheet zodat we allebei warm kunnen douchen. YES! Maar dan… dan maakt het prachtig geasfalteerde wegdek plaats voor zand. Zand en stof, heel veel stof. De ramen moeten dicht, maar oepserdefloeps er komt toch nog zand binnen, wat blijkt? De onderkant van de bestuurdersdeur is doorgeroest en staat nu wagenwijd open voor het gewillige Gobi-zand. Want ja mensen, we zijn aangekomen in de beruchte Gobi-woestijn!

Het kaarsrechte asfalt houdt op en vertakt gelijk in 16 verschillende richtingen. Ehm… ok. Google Maps komt er ook niet uit en doet net alsof hij opeens geen GPS signaal meer heeft, ja lekker makkelijk vriend. Gelukkig hebben we Maps.Me die wel raad weet, met nauwkeurige precisie leidt hij ons dwars door de woestijn. Wanneer ik een verkeerd pad kies, wordt me dat gelijk duidelijk. Dan gaat het stuur om, beuken we door het gras naar de haast parallelle maar net iets meer naar het Westen of Oosten buigende paadje zodat we weer goed zitten.

Het zand wordt steeds muller en muller, shit! Maar gelukkig heb we onze lowgear! En die zetten we dan ook maar gelijk aan. Helaas zit ik een beetje te slapen en laat ik daarbij de schakelaar doorbranden, shit. Als t lichtje wit is moet ik gelijk los laten maar dat deed ik dus niet. Ugh. We staan nu gelukkig al wel in low gear maar 4x2 wordt lastig, maakt niet uit, probleem voor later.

D

e rest van de dag voelt als uit een groot level uit het rally spel Colin Mcrae, dat ik als twaalfjarige achter de computer speelde. Slippend stuiven we door het zand, vier ogen gefixeerd op de weg, zoekend naar gaten en stenen die roet in het eten kunnen gooien. Maar daardoor letten we even iets minder op de navigatie, en ja hoor, we zijn een beetje verdwaald. En ik overdrijf niet als ik zeg dat dat best spannend is. Vergelijk het met ronddobberen in een roeibootje op de oceaan met alleen maar water om je heen. Er is verder niemand, helemaal niemand om aan te vragen waar je heen moet. Slik… en nu? Fuck. Ok de navigatie zegt dat we ergens in een grijs vlak zitten waar de legenda geen duiding aan geeft. Fuck. Fuck. Fuck.

Ok, we blijven dit pad dan maar volgen. Dat was geen goed idee. Het zand wordt muller en muller, ik moet enorm veel gas geven om stapsgewijs vooruit te komen, de motor raakt weer oververhit, paniek! OMDRAAIEN, OMDRAAIEN, roept Mirte, we moeten terug, we hebben ergens een foute afslag genomen. Ik gooi het stuur om maar daardoor komen de wielen haaks te staan en zakken we langzaam nog verder weg in het zand. Oh nee, nee, nee, de adrenaline spuit door de aderen, de hartslag zit tegen het plafond, en dan komen we tot stilstand. Niet nadenken, BAM, in zn achteruit, BAM in zn vooruit, BAM, weer in zn achteruit, VOORUIT, ACHTERUIT, en HOP we hebben weer wat momentum waardoor we uit ons eigen gegraven graf komen, GAS, GAS, GAS, slippend en spinnend trekt Olly zich met een enorm gebrul langzaam uit het drijfzand. DAAR, DAAR, DAAR, wijst Mirte schreeuwend, GRAS, HET GRAS OP! Ik stuur rustig bij, want lesje geleerd, en zo kruipen we het grasplukje op waardoor we weer op adem kunnen komen. Mirte ziet helemaal rood en ik volgens mij ook. Pohhh, wat een adrenaline, we zitten allebei te trillen als rietjes. Dat ging nog maar net goed, je moet er niet aan denken om hier vast te komen zitten. En tegelijkertijd realiseren we ons dat dit hoogstwaarschijnlijk het einde van de oude motor was geweest, dit hadt Olly 1.0 niet meer getrokken. Mijn hemel, wat een geluk dat we bij de familie Knight terecht zijn gekomen.

We rijden een heel stuk terug, de navigatie wordt weer wakker, jep net het verkeerde paadje gekozen. Maar alles, alles kan hier een weg zijn, het is alsof je op een 16baans weg rijdt waarbij iedere baan net een tikkeltje meer naar het noorden of zuiden wijst. Niet te doen. En zo rijden we nog een hele dag rond. Voor mij is het als een computerspel, lekker gassen en slippen terwijl Mirte zichzelf en haar hart vasthoudt. Maar kijk eens, daar! Ja daar! Dat zwarte stipje, zou het… ja! Het is de asfalt weg waar we al twee dagen naar op zoek zijn! YES! Gaan we! Ohnee… shit. We zitten nog steeds in low gear, dat houdt in dat we niet harder kunnen dan 40 kilometer per uur. En zo kruipen we over een perfect geasfalteerde weg… Ugh! Ik probeer het nog te fixen maar we hebben geen schakelaar meer. Dus bellen we Justin, hij legt me uit hoe ik het motortje los kan koppelen zodat ik de transmissie handmatig in 2x4 kan zetten. Na een beetje aankloten, lukt het me uiteindelijk en scheuren we weer met 85 kilometer per uur dwars door het uitgestrekte, prachtige Mongolië.

D

e volgende ochtend zijn we getuige van een werkelijk adembenemend uitzicht. Meine gute gote wat is deze aardbol toch bizar mooi! We wrijven het slaap uit de oogjes, zetten de lipjes aan de thermoskan gevuld met koffie en geven gas. Hobbel, hobbel, het dorp uit, KRRAAAAAAK! WOW! Wat was dat? Vanuit mn ooghoek zie ik iets in de achteruitkijkspiegel door de lucht vliegen. En dan zie ik een elektriciteitspaal die omvalt. OH SHIT! Een van de zonnepanelen is achter een laaghangende elektriciteitskabel blijven hangen en heeft niet alleen het zonnepaneel van het dak gerukt maar ook de paal waar de kabel aan hangt tegen de vlakte gewerkt. Oh fuck. Mirte springt de bus uit en rent naar het zonnepaneel, pakt hem op en rent, met zonnepaneel en al terug naar Olly. HIER, HIER, SNEL, WEGWEZEN HIER, ik heb echt geen zin in gezeik daar hebben we geen tijd voor, de tijd tikt! En zo scheuren we in een stofwolk van paniek het dorp uit. Met tussen ons in een zonnepaneel, dat daar tot aan Kazachstan zal staan, want in Rusland hebben we ook maar drie dagen dus geen tijd. Wegwezen hier!

Gelukkig krijgen we ook nog goed nieuws, Paul belt, hij heeft samen met Justin wat extra schakelaars en nog twee 4x4 motortjes gekocht, mocht die er ooit mee op houden. Ze geven het pakketje mee aan een buschauffeur die over twee dagen in Ulgii moet zijn. Over twee dagen?! Hoe dan? Wij zijn al 6 dagen onderweg! Uh, yeah they drive in shifts and they never stop. Ok. Leip. Maar wat fijn dat we reserveonderdelen krijgen. Ja mensen zelfs als we al lang uit het oog zijn verdwenen staan ze nog steeds voor ons klaar. Ongelofelijk!

O

h en mensen, had ik al verteld hoe ongelofelijk mindblowing mooi is? Helemaal wanneer in de verte opeens het Altai gebergte van zich laat zien. WAUW! Immens, overal sneeuw, paarden en kamelen. Kamelen?! Ja mensen, wij schrokken er ook een beetje van maar de lome slome kauwende beestjes staan daar gewoon midden op de weg een beetje stoïcijns naar je te staren van: wah mot juh? Ze hebben wel een lekker wintervachtje aan dus goed, zal wel. Wij maken wat foto’s en rijden snel door naar Ulgii. Het laatste stadje voordat we de laatste etappe naar de grens zullen maken! JA mensen, potverdorie, we zijn er al bijna, wie had dat gedacht? Met enkel een slip momentje in de Gobi, een doorgebrande schakelaar en een zonnepaneel minder. Geen slechte score, andere overlanders hebben het er slechter vanaf gebracht. En dat met een nieuwe motor. Koekoek!

W

e rijden Ulgii binnen, collecteren ons pakketje bij het busstation, scoren wat boodschappen in de meest gore supermarkt die we ooit hebben gezien, rijden snel langs de waterpomp om de watertank te vullen en gaan dan op zoek naar diesel voor ons Olleke. Hey, kijk daar, die gast verkoopt net wat goedkopere diesel, CHILL! Maar hoezo staat hier verder niemand te tanken? Meh, het zal wal! Kijk ons even goedkoop diesel tanken dan, haha sukkels! Nog nalachend rijden we naar een mooi plekje wat verder de berg op, met een prachtig uitzicht op de bergen en het kleine krakkemikkige dorpje dat in haar schoot ligt. We rollen ons weer op in warme dekentjes en gaan lekker tukken.

Midden in de nacht worden we gewekt door een Chinese vrouwenstem, what the fuck is dit dan? Holy shit, de vrouwenstem komt uit het kastje waarmee we de verwarming bedienen. Dan begint ook Mirte haar telefoon wild te piepen, wat zegtie? Too cold, charge now. Oh nee! Het is inderdaad ijs en ijskoud, shit, de kachel is ermee opgehouden. En wat blijkt? Die loopt op diesel. En wat blijkt nog meer? Dat er zoiets is als zomer- en winterdiesel. De een bevriest pas bij -50 en de ander bij -15, drie keer raden van welke variant wij zojuist 70 liter spotgoedkoop in onze tank hebben gegoten? Juist ja, daarom was het daar dus niet druk, de beste man was zijn zomerdiesel voor dumpprijzen aan het weggeven. NONDEJUUUU!!! We kruipen nog wat dichter tegen elkaar aan, dit fixen we morgen wel.

E

n de morgen komt! Als twee ijspegels rollen we uit bed. Ok wat nu!? Uh… laten we Olly starten! Een hoop gepruttel en getril, nope, die slaat niet aan. Dan herinner ik me dat Justin vertelde hoe hij hun auto’s in de winter ook vaak met een gasbrander moeten opwarmen voordat hij deze kan starten. Ok, haal Nicole er maar bij! We zetten onze benzinebrander onder Olly z’n dieselleidingen en daarna onder de oliepan terwijl we haar beschermen tegen de gure wind. Ondertussen staan we zelf helemaal te verkleumen, langzaam raken we het gevoel in voeten en vingers kwijt. Argh! Nog een keer proberen, nope, niks. Nog een keer, nee! De wind is te guur, alle hitte wordt weggewaaid want we staan boven op een berg.

Dus gooien we Olly van de handrem terwijl Mirte begint te duwen. Ja hoor daar gaan we, in z’n vrije versnelling zo van de berg af. En terwijl ik Mirte in m'n achteruitkijkspiegel mee zie rennen, maouvreer ik de bus richting het dorpje en parkeer hem achter een muurtje waar we uit de wind staan. Ok, nog een keer proberen. Na een half uur hebben we eindelijk succes! Yes, de motor start hortend en stotend en komt langzaam tot leven. Pfeeew! Na een tijdje kunnen we ook de kachel weer aanzetten en genieten van een heerlijk ontbijtje. Wat we niet weten is dat dit het voorgerecht is van wat nog komen gaat.

D

e wegen zijn namelijk spekglad, gelukkig is het nog maar 250 kilometer naar de grens. Alleen hadden we er niet op gerekend daar een hele dag over te doen. We glibberen en glijden op onze all-terrain 16 inch banden maar het maakt niet uit, want we rijden en we gaan het sowieso halen. Dus rustig aan, geen haast, en genieten van het wonderbaarlijke winterwonderland. De wolken zijn net zo wit als de sneeuw waardoor de horizon verdwijnt en hemel en aarde samensmelten tot een hemels paradijs. We stoppen een aantal keer om het landschap goed in ons op te nemen, om de verse sneeuw onder onze voeten te horen kraken en de gure wind tegen onze wangetjes te voelen. Wauw wat is het hier mooi en wat moeten we hier snel weg want dit ruige klimaat is niet gemaakt voor een oude diesel.

En inderdaad wanneer de volgende ochtend wakker worden op een parkeerplaats direct naast de grens, herhaalt zich het ochtendritueel van de dag ervoor. Nicole moet weer onder de oliepan om de boel te ontdooien. Maar dit keer gaat het een stuk sneller omdat we weten wat we moeten doen. Nog steeds geen pretje. Vooral het krabben van de voorruit is een nachtmerrie. Het ijs vormt zich niet buiten maar binnen op de voorruit. En niet een beetje, nee een dik plakkaat aan ijs. Je moet minstens 5x hard over het ijs schaven voordat je bij de ruit komt, wanneer je dat is gelukt moet je dat gaat gaan vergroten door als een malle op het ijs in te hakken. Wanneer je weer een klein stukje voorruit hebt weten te veroveren moet je snel terug naar het begin om te voorkomen dat dat stukje voorruit niet opnieuw bevriest, net zo lang totdat je de hele voorruit hebt gehad. Vooral het laatste deel is lastig omdat je dan de hele ruit nog een keer moet doen, om te voorkomen dat deze weer bevriest. Krankenhaus!

D

e grens is een beruchte grens, we lezen slechte verhalen op het internet van mensen die wel 7 tot 12 uur hebben moeten wachten. Ohnee. Dat overleven we niet, daar is het veel te koud voor. Maar het valt allemaal reuze mee, want het is juist die kou die ervoor zorgt dat alleen idioten de weg op gaan! Joe, present! De ogen van de douanebeambte lichten nog even op wanneer hij mijn oude visum ziet, maar voordat hij in woede uitbarst bladert hij nog snel een bladzijde verder om te zien dat we een verlenging hebben gekregen. Haast teleurgesteld laat hij zich weer in zijn stoel zakken. Met een handgebaar wordt ik gesommeerd door te lopen. Mirte mag ook door en ook de autopapieren zijn in orde. We glibberen over het spekgladde beton terug naar Olly, starten de motor en rijden zo richting de Russische grens…

P

HOTO

ALBUM

MONGOLIE

Genoten van dit verhaal?

Wij brengen ze nu naar buiten.

Maak kennis met Time Travel Tours →