
ieve volgelingen!
Daar gaan we weer! We zijn zojuist de Kazachse grens gepasseerd, een nieuw land, een nieuwe cultuur, een nieuwe way of life. We hebben er zin in, klaar om ons onder te dompelen in alles wat Kazachstan te bieden heeft. We lezen over fantastische natuurparken, met bergen, oerbossen en kraakheldere rivieren en natuurlijk over Almaty, de culturele hoofdstad van Kazachstan. Let’s go!
Oh… maar wacht. Nee, ja, ok, Almaty ligt in het Zuiden van Kazachstan. Hoe ver is dat rijden? 1200 kilometer?! Ok, nee laat maar. De natuurparken waar liggen die? Wat!? Ook allemaal in het zuiden? Je-zus! Daar hebben we geen tijd voor, we moeten naar Nur Sultan om wederom een Russisch transitvisum te fixen en daarnaast zit de Siberische winter ons op de hielen dus het westen is de kant die we op willen.
Maar geen probleem, wat heeft het noorden van Kazachstan ons te bieden? Nou mensen, heel kort gezegd, enkel drama en ellende. De website die bovenaan onze google search staat draagt de url: www.dark-tourism.com. Dus… Nucleaire testen, barbaarse goelags, verlaten steden, Siberische steppen en het Dostojewski museum! Ah Dostojewski, een Russische schrijver uit de realistische school die schreef over… de ellende van het volk, bekend om zijn klassiekers P*oor Folk*, *Notes from Underground* en *Crime and Punishment* – allemaal boeken die wij nog nooit hebben gelezen maar een stuk gezelliger klinken dan de nucleaire holocaust dus daar gaan we!
et museum blijkt een voormalige residentie te zijn waar Dostojewski een aantal boeken heeft geschreven. Het huis staat tjokvol oud meubilair, wat schrijfgerei en een berg prullaria. Om het geheel wat meer sjeu te geven staan er afgekeurde H&M mannequins in verschillende poses, beplakt met nepbaarden en groezelige brilletjes. Het heeft iets armoedigs maar geeft desondanks toch een kriebel, het besef dat hier een man in de ijskoude Siberische winters met zijn pen de strijd aanging tegen de misstanden van het Tsaristische bewind – en dat bijna 200 jaar geleden. De geschiedenis blijft ons fascineren in haar ongrijpbaarheid.
Maar het Dostojewski museum is niet het enige museum, Semey barst van de musea. Ze kosten vervolgens ook geen drol, voor een halve euro ben je binnen. Flora, fauna, de oertijd, onbekende revoluties, opstanden, de opkomst en ondergang van de dinosauriërs, alles komt aan bod! Vaak zijn we de enige bezoekers en wordt het licht per zaal voor ons aan en ook weer uit gedaan – take that global warming! En alles is fantastisch gelabeld en vertaald naar het Engels, alhoewel we twijfelen aan de accuraatheid. Een hele alinea aan Kazachse tekst wordt daaronder simpelweg vertaald met het woord: ‘stone’ . En bij een opgezette eend staat netjes een bordje met daarop het woord: duck. Seems legit. Maar alle gekheid op een stokje – er zijn musea, ze worden goed onderhouden, gesubsidieerde toegangsprijzen en de geschiedenis wordt er in leven gehouden. Daar kun je enkel respect voor hebben, dus petje af!
En zo slenteren we verder door het grijze Semey, de lucht is grijs, de flats zijn grijs, de wegen zijn een mix van modder en sneeuw maar toch heeft deze stad zijn charme, of krijgen we dat idee doordat we te lang in de gobi woestijn zijn geweest en geen idee meer hebben hoe een stad er hoort uit te zien? Sommige bewoners kleuren hun huisjes deels in felle kleuren, ze steken mooi af tegen de gitzwarte pluimen die de kolencentrale even verderop uitkotst. Maar toch, sommige gebouwen verraden vergane gloriedagen. Statige panden waar de verf van de pilaren afbladdert.
at ook opvalt is dat de Kazachen geen haast lijken te hebben met het verwijderen van de Sovjet relieken die nog overal te vinden zijn in deze stad. Een grote, felrode Sovjet ster straalt op de toren van een brandweerkazerne, de eeuwige vlam voor de onbekende soldaat brand nog en overal zijn herdenkingsplaten en groteske Sovjet beeldwerken te vinden. Vreemd als je bedenkt wat voor een ellende de Sovjets, vooral in deze regio, hebben toegebracht. Er is namelijk ook een afgrijselijk, haast monsterlijk museum met misvormde foetussen die de verwoestende gevolgen illustreren van de radioactieve neerslag die over Semey neerdaalde ten tijde van de nucleaire testen om Semipalatinsk – beter bekend als het Polygon.
Ja we kunnen er niet meer omheen, vooral niet nadat we een memorial passeren waarin een vrouw gebogen over haar pasgeboren kind zit terwijl 25 meter boven haar een gigantische atoom splijt – omgeven door de vorm een paddenstoelwolk. Dat komt wel even binnen. Net als de gruwelijk feiten: tussen 1949 en 1989 zijn er door het Sovjet regime maar liefst 456 nucleaire testen uitgevoerd, waarvan 340 ondergrondse en 116 atmosferische, bizar! Dit resulteerde in misvormingen, miskramen, kanker en allerlei andere verschrikkelijke aandoeningen. En daar waren de Sovjets zich meer dan van bewust, sterker nog, ze moedigde de bevolking aan om hun kuddes te laten grazen op de steppen, het grondwater te gebruiken als drinkwater en uit hun moestuintjes te eten. Hetzelfde grondwater dat tot op de dag van vandaag nog steeds wordt afgeraden te drinken. Eh… shit. Net nog 90 liter opgepompt bij de lokale waterput. Joe!
Wanneer we op een dag terugkomen bij Olly vinden we een briefje onder de voorruit. Ah shit een boete! Nee toch? Nee geen boete, wacht eens, ik kan dit lezen, dit is Nederlands! Groetjes Hester en Laurens. En hun telefoonnummer. Gezelligheid! We nemen contact met ze op, drinken samen een kop koffie en de klik is er. Kan ook niet anders, mensen die zo gek zijn om in november in Kazachstan te overlanden, delen toch een gedeelde vorm van mutitas idiotica. Hester en Laurens zijn met hun Landcruiser een aantal maanden geleden Oostwaarts vertrokken vanuit Nederland. En ze spreken een aardig woordje Russisch! Hendig!
e besluiten samen om naar Chagan te gaan, een spookstad waar het personeel van de nucleaire testsites woonden. Ik wil ook graag langs het Polygon zelf maar zowel Hester als Laurens raden dit ten zeerste af omdat de straling daar nog steeds best heftig is. Het gebied ligt vol met plutonium, dat diep onder grond is begraven. En er schijnt een “atomic lake” van 500 meter in doorsnee en 80 meter diep te zijn, gecreëerd door een thermonucleaire bom van 140 kiloton aan plutonium. Hmmm… ok laat dan maar, we hebben al genoeg grondwater gedronken vandaag.
Maar het feit dat ik er niet ben geweest knaagt nog steeds want het Polygon ziet er uit alsof het gebouwd is als het headquarters voor de grootste schurk op aarde. Een betonnen haaievin die tientallen meters boven de uitgestrekte steppen rijkt. Met aan de top een brede galerij waaruit de Sovjet commandanten in hun met onderscheidingen bedekte legerjassen met behulp van verrekijkers naar de immense paddenstoelenwolken tuurden en zich vast moesten houden voor de schokgolf die hen pas minuten na de explosie bereikten. Hoe evil wil je het hebben? Bizar!
En zo rijden we na lange, lange tijd weer achter de heerlijke kont van een Landcruiser aan. Het aanzicht ontroerd ons, met weemoed denken we terug aan onze avonturen in Iran met Feico en Saskia, Pakistan waar we met Pien en Paul doorheen zijn gecrosst, en India waar we Mies en Renee mochten volgen. Allen reden in Landcruisers, allen mooie mensen! En wat zijn we ver gekomen, sterker nog, het gevoel dat we bijna thuis zijn groeit met de dag.
Chagan is inderdaad een vervallen stad, de hele boel ligt in puin. Maar als je goed kijkt, vind je alsnog tekenen van het verleden. Zo vindt Laurens een briefkaart tussen de afgebrokkelde muren. En ik ontdek een muurschildering van wat lijkt op roodkapje en de boze wolf. Al het personeel van het vliegveld woonde in Chagan, en dat waren er aardig wat gezien het aantal flatgebouwen dat hier in de middle of nowhere aan het vergaan is. Vanaf dat vliegveld stegen de bommenwerpers op die 150 kilometer verderop werden gedropt, in de buurt van het Polygon. Dus je kan stellen dat de Sovjet-arbeider hetzelfde lot onderging als de Kazachse burger.
Het geeft een griezelig gevoel, zo’n verlaten stad. Het is haast niet voor te stellen dat hier mensen hebben gewoond, hier op de steppe waar het in de zomer zinderend heet wordt en het kwik gedurende de winters tot -35 zakt, met als doel nucleaire bommen te testen. Wie geeft zich daar vrijwillig voor op? Bestond zoiets als “vrijwillig” wel tijdens het Sovjet regime? Alles voor het “moederland”, het “grotere goed”, termen waar wij in het Westen om moeten lachen. Beide kanten doorgeschoten in hun visie van vrijheid – vechten voor de gezamenlijke heilstaat of het individualistische kapitalisme. Met als resultaat een creatie die beide met de grond gelijk kon en kan maken. Wie heeft de grootste? Dat waren de Russen, met Tsar Bomba, 27000 kg aan ellende.
e rijden snel verder want die -35 komt steeds dichterbij. Op naar Pavlodar, het hart van de Kazachse industrie ten tijden van de USRR, dat belooft nog wat. We worden verwelkomt door Lenin en zijn kameraden, ze kijken ons trots en uitdagend aan vanaf hun sokkels die super random in een parkje naast een parkeerterrein ligt. Morguh! Tijd voor wat huishoudelijke taken: water, diesel, blogs bij werken, foto’s bewerken, boodschappen, wasjes draaien, kit scoren zodat we het zonnepaneel weer vast kunnen lijmen en, natuurlijk, op zoek naar een garage! We hebben nog steeds een klein olie lek maar echt minimaal, maar toch een lek dus let’s go!
We vinden een garage, uiteraard wordt er geen woord Engels gesproken maar de man ziet er betrouwbaar uit en de garage is niet al te goor. Met veel wijzen en gebaren krijgen we uiteindelijk ons probleem uitgelegd. Tsja, dat rubberen ringetje lekt, ja, waar vind je dat? En dan loopt de beste man weg. Hopelijk op zoek naar zo’n ringetje maar we weten het niet zeker. Wat we wel zeker weten is dat we zijn garage mogen gebruiken om het zonnepaneel weer te installeren. Dat begint met de dankbare klus om de oude lijmresten, voor de zoveelste keer, van het dak weg te krabben. Gelukkig staat de kachel te loeien en verlies ik liters zweet.
Het lukt me wederom om het zonnepaneel vast te lijmen, tenminste, dat hoop je dan maar. Alles lijkt weer te werken dus nu wat potten en pannen vol met water op het paneel zodat de lijm goed kan drogen. Dan komt onze mechanic weer terug van de markt, hij denkt het juiste ringetje te hebben gevonden en gaat aan de slag. Wachten… wachten, wachten, wachten. De garagedagen, we zijn ze ondertussen we gewend maar het effect op je gemoedstoestand is telkens dezelfde: gaarheid. Sloomheid. Apathie. En vermoeidheid, de ideale mix voor sterke drank. Dus wanneer we een fles zelfgestookt vergif krijgen aangeboden, zeggen we daar geen nee tegen. De fles krijgen we om te vieren dat het olie lek is verholpen! Kijk, klasse!
Buiten begint het al te schemeren en we haasten ons met Olly naar Hester en Laurens, die een goede kampeerspot hebben gevonden waar het kampvuur al brand. Vanavond eten we kip, rechtstreeks van eerder genoemd kampvuur! Heerlijk.
e volgende dag ontdekken we Pavlodar dat net zo grijs en deprimerend oogt als elke andere stad in Noord Kazachstan. De enige twee gebouwen die eruit springen zijn de futuristisch ogende Moskee en de met goud bekladde orthodoxe kerk. Tuurlijk. Verharde wegen ho maar, maar een gigantische gouden koepel? Doe maar zes! Bij de moskee worden we zeer vriendelijk ontvangen, Mirte ontvangt een hoofddoek en ik een cilindervorming petje, die we bij vertrek mogen houden. We wanen ons weer even in Iran, prachtige mozaïeken, gigantische kroonluchters, prachtige kleuren en complexe motieven in strakke symmetrie. Netjes! Ja want in Kazachstan wonen, op Azerbeidzjan na, de meeste Moslims in Europa.
Maar de Orthodoxe Christenen mogen dan in de minderheid zijn, ze bewegen hemel en aarde opdat elke vierkante centimeter van hun kerk ofwel is bekleed door iets van goud of een portret van een heilige. En dat zijn er veel meer dan je zou denken, voor elke scheet die je laat is een of andere heilige verantwoordelijk. Dus je kan je voorstellen dat het aardig volhangt in een orthodoxe kerk, alsof je de kamer van een pubermeisje binnenstapt die alle posters van zowel de Hitkrant als de BreakOut aan haar muur heeft hangen. En alles wat daar hangt of staat wordt weer vrolijk afgelebberd door jong en oud, zelfs de muren en pilaren worden gekust alsof het de liefde van het leven betreft.
Achjah het blijft iets geks, al je zuur verdiende centjes overhandigen aan een stel mannen in jurken die er dure spulletjes voor kochten waar je zelf slechts op zondag naar mag kijken. Maar waar verdienen al deze mensen hun zuur verdiende centjes? Onder andere in de open kolenmijn van Ekibastuz, met 13 biljoen ton aan kolen op 62 vierkante kilometer, een van de grootste open mijnen ter wereld. Koekoek! Onze mondjes vallen tot op de knietjes wanneer we de kolenput met onze eigen ogen aanschouwen. Mijn hemel wat een immense, oneindige vlakte aan kuilen, zo diep dat je de bodem niet eens kan zien! Het doet me denken aan hoe het niemandsland er tijdens de Eerste Wereldoorlog moet hebben uitgezien. Desolaat en verdorven.
aar wat doe je met al die kolen? Juist! Die stook je op een twee gigantische kolencentrales die ieder 4000 Megawatt aan stroom kunnen genereren. En als je dan toch bezig bent, dan bouw je voor die kolencentrale de hoogste schoorsteen ter wereld zodat je al die CO2 zo snel mogelijk bij die kut-ozonlaag weet te krijgen. 419.7 meter. Zo hoog. Zo mooi. Achjah, die mensen moeten ook centjes verdienen. Die willen ook een mooie tv!
En daarom rijden we schaamteloos door in ons diesel gestookte busje, op weg naar Nur Sultan, een megalomane stad vernoemd naar de vorige president door diezelfde president. Ja een knap staaltje egocentrisme gemixt met een flinke scheut narcisme! Daar gaan we tevens vechten voor onze Russische visa’s, op bezoek bij AZ, ja de voetbalclub, en vergapen we ons aan nog meer goud bekladde pracht en praal!
Tot snel!
HOTO
ALBUM
KAZACHSTAN
