
PIT#79 – Sultans & Schooiers
We zijn in Astana… eh nee, ik bedoel, we zijn in Nur Sultan. Ja het is nog even wennen want dit jaar, het jaar 2019, heeft het voltallige Kazachse parlement besloten om de naam van de hoofdstad te veranderen van Astana in de naam van Nursultan Nazarbayev. Dat is toevallig ook de naam van de President van Kazakhstan tussen 1990 en 2019. Ok… apart. Dat is alsof we Amsterdam veranderen in Markerdam of gewoon Mark. Goor.
En wat doe je als er een stad naar je is vernoemd? Juist, dan bouw je een gigantische toren met daarbovenop een gouden bal die lijkt op een wereldbol en in die wereldbol plaats je een sokkel met daarop een goudplakkaat met daarin weer je handafdruk. Nice flex Nurrie! Deze megalomane narcistische egotrip heeft er wel toe geleid dat we een mooi uitzicht hebben over Asta… eh Nur Sultan. Een super moderne stad die in rap tempo uit de grond wordt geramd, wolkenkrabbers, paleizen, het parlement, de regering, het hoger gerechtshof, alle big ballers zijn te vinden in deze metropool midden op de uitgestrekte kale steppe van het Kazachse niemandsland.
us struinen we door de straten met onze hoofden in de nek, vergapen ons aan al het glitterende goud en leggen braaf onze handjes in de hand van Ome Nurrie. Maar wat is hier aan de hand? Joelende Nederlanders in rode shirtjes? Wat blijkt, AZ speelt tegen FC Astana (die hebben de memo nog niet ontvangen) in de Europa League. Gelukkig zijn er nog kaarten! Dus die avond zitten we in het gigantische stadion van FC Astana om onze Nederlandse kompanen naar een overwinning te scanderen. Maar we moeten wel oppassen want we zitten tussen de Astana fans, levensgevaarlijk!
We zijn omsingeld door 13 jarige jongens die ons vol verbazing aangapen. Dan komen de telefoons tevoorschijn, via Google translate wordt de ene na de andere moeilijke vraag op ons afgestuurd. Waarom zitten jullie niet in het AZ vak? Wie is de beste spits van AZ? Wie zijn jullie? Uh… Van Basten, Gullit, Cruijf… ik weet niks van voetbal jongens. Maar de sfeer zit er lekker in. AZ vernedert FC Astana met 5-0, na de 3-0 juichen de jongens met ons mee. Ach, anders valt er hier nooit wat te juichen dus dan maar zo. Maar een paar weken later, zien we op tv hoe FC Astana thuis met 2-1 van Manchester United wint. De jongens moeten door het dak van vreugde zijn gegaan!
We slapen die avond uiteraard op de parkeerplaats van het stadion, waar we ons klaar maken voor weer een visumaanvraag. De laatste visumaanvraag wel te verstaan! Nog eentje, een Russisch transit visa, niet de makkelijkste. En we willen het liefst 20 dagen krijgen zodat we langs Moskou kunnen, een stad die niet op de route ligt maar hoog op het verlanglijstje staat. Maar zo werkt een transitvisum niet, je moet opgeven naar welke grenspost je van plan bent te rijden en dan bepaalt de Russische ambassade hoeveel dagen je daarvoor krijgt. Altijd te weinig, vooral als je een bus hebt die maar 80 kan en al helemaal als alle wegen zijn bevroren. Dus we besluiten een leugentje de wereld in te helpen, we gaan niet naar Oekraïne maar naar de Finse grens, die ligt een stuk Noordelijker, op papier meer kilometers, waardoor we hopelijk alsnog 20 dagen krijgen.
e Russische ambassade is van 4 tot 6 open, dus het is er druk. We lopen met ons stapeltje papieren, die we na uren zoeken hebben kunnen printen bij de gaarste printshop ter wereld, en ploffen neer in een soort afgesloten, glazen bushalte die voor het ambassadegebouw staat. De sfeer in zo’n hokje voelt alsof iedereen constant zijn adem inhoudt en zo min mogelijk geluid probeert te maken terwijl de tijd op de klok achteruit lijkt te gaan. Leuk is anders. Dan mogen we naar binnen, daar wacht ons een nog langere rij en slechts één loket dat open is.
Alles gaat mega traag, en nu lijkt de tijd opeens harder weg te tikken, we kennen de verhalen van mensen die bijna aan de beurt waren, maar 6 uur is 6 uur, good luck tomorrow! Een vrouw staal al zeker een half uur bij het loket, de man voor ons in de rij hopt zenuwachtig van het ene op het ander been. Dan draait hij zich om, maakt oogcontact en rolt zijn ogen waarna hij zegt: this is Russia you never know what happens. Ha-ha… De man in de loket vertoont rare trekjes met zijn wenkbrauwen, hij komt nogal schichtig over en loopt steeds weg om pas veel later weer terug te komen.
Om 10 voor 6 zijn we aan de beurt, godzijdank, maar het begint al gelijk slecht. Onze zorgverzekeringspapieren zijn niet in orde, blijkbaar staat er niet op in welk land de verzekering geldig is. The Netherlands – uh… Holland… please. "Ah drugs and hookers, yes, I’m a climber so I’ve never been there, you have no mountains. Maybe I go there when I’m old." Aldus de Russische ambassademedewerker. We staan er wat schamperig bij te lachen en knikken enthousiast en de beste man krabbelt Netherlands op de papieren en hoppa de aanvraag belandt op een grote stapel papieren. Tot over drie dagen, maar wel eerste betalen en dan maar afwachten óf en wat voor visum je krijgt.
We trakteren onszelf op een overheerlijk Georgisch diner. Een cuisine vol kaas, bladerdeeg en gezonde vetten. Heerlijk! Er is zelfs live muziek en de zelfgestookte alcohol vloeit weer rijkelijk, waardoor we die avond heerlijk slapen op de parkeerplaats naast het oorlogsmuseum. De volgende ochtend is er witte deken uit de hemel gestort, we zakken tot onze knieën weg in de sneeuw en de ijspegels hangen gevaarlijk aan de luifelcassette. Tijd om ons terug te trekken en heerlijk te vegeteren, oftewel: Netflix, pizza’s uit eigen oven, chips en een horizontale lichaamsstand. In de middag slenteren we wat rond door de stad, we bezoeken het heroïsche oorlogsmuseum en gaan langs het paleis van Nurrie Sultan.
n dan is het moment daar! Het ophalen van het visum. Tromgeroffel… we krijgen een 10 daags transit visum – hiep hiep hoera! Het visum gaat over drie dagen in dus we mogen weer gaan planken. We lunchen nog een keer met Hester en Laurens en spreken af elkaar weer in Moskou te ontmoeten. Dus we bestijgen het witte monster en zetten koers richting Troitsk, waar we Kazachstan zullen verlaten om hopelijk via Yekaterinburg, Kazan en Moscow, zo Oekraïne in te duiken.
Op de weg naar Troitsk schijnt nog een goelagmuseum te zijn waar we graag heen willen. Maar de wegen zijn zo slecht, we rijden letterlijk over spekgladde ijswegen. Dat weerhoud de Kazachse truckers er niet van om thuis te blijven, met hun gigantische vrachtwagens schieten ze met veel te hoge snelheden rakelings langs ons heen. De bilspieren zijn tot aan de max samengetrokken, met af een toe een stoot aan adrenaline in de onderbuik wanneer ik voel dat Olly zijn grip verliest en we voor een paar seconden compleet stuurloos zijn. “Niet aan je stuur trekken – niet aan je stuur trekken – niet aan je stuur trekken” is het mantra in mijn hoofd terwijl ik Mirte haar paniek probeer weg te lachen. Alles onder controlle! Nee echt! Terwijl het doemscenario ons telkens bij de strot pakt, de greppel is namelijk bezaait met geschaarde vrachtwagens. Voor je kijken, doorrijden!
Alles is bevroren. Er komt geen water meer uit de kraan. Er gaat geen water meer door het afvoerputje. Een klomp ijs heeft zich gevormd in de afvoerbuis die toch zeker een doorsneden van 5cm heeft. Telkens wanneer we de deuren moeten openen hebben we warm water nodig om de sloten te ontdooien, ook als we moeten tanken of iets uit de kist op het dak moeten halen. Gelukkig rijden we nu wel met winterdiesel zodat we Olly ‘s ochtends in elk geval nog kunnen starten, maar dat gaat ook niet van harte kan ik u vertellen. De Siberische hel zit ons op de hielen, want dit is nog niks, over een paar weken is het hier -40 graden, we boffen met onze -15/-20. En tegelijkertijd worden de dagen korter en korter, we hebben geen tijd te verliezen!
Het Gulag museum blijkt gesloten wanneer we na een glibberende uitputtingsslag aankomen op de plaats van bestemming. Dan maar even het naastgelegen dorpje in. Het blijft een winterwondersovjetparadijs te zijn. Vrouwen achter kinderwagens op skilatten, bovengrondse stomende verwarmingsbuizen die de genummerde en afgebladderde woonblokken proberen te verwarmen, een besneeuwde moskee en ook hier weer volop Sovjet monumenten, alsof de tijd heeft stil gestaan. Het complete tegenovergestelde van de kitscherige grandeur die Nur Sultan probeert te fabriceren. En wat opvalt is de bedrijvigheid, het wemelt er van de mensen ondanks de vrieskou. Deze mensen zijn wel wat gewend, deze mensen weten wel wat het woord ontbering betekent – of misschien weten ze niet beter. Ik kan het ze helaas niet vragen.
e volgende ochtend is het goelagmuseum gelukkig wel open. Het is niet zomaar een goelagmuseum het is een vrouwengoelagmuseum! Je kan zeggen wat je wilt maar de Sovjet Unie was in ieder geval wel lekker inclusief. Sommige vrouwen die hier zaten, hadden zelf niks misdaan maar zaten hier enkel omdat hun man een dissident bleek te zijn. Hoppa, daar ga je! Enkele wagons waarmee de dames werden binnengereden staan er nog, net als de barakken, wat wachttorens incluis prikkeldraad en een bunker waar het personeel zat. Daar binnenin is het museum gevestigd, ook hier weer een hoop afgekeurde H&M mannequins die met een veel te blije glimlach de hoofdrol in een horrorverhaal vervullen.
De verhalen zijn werkelijk afschuwelijk, dat is het enige wat ik nog weet. Verder heb ik daar geen aantekeningen over opgeschreven en ik ga het ook niet ergens online oplepelen. Het enige feitje dat ik nog weet is dat deze vrouwen compleet werden overgelaten aan de grillen van moedernatuur. Bloedhete, kurkdroge zomers en bitterkoude winters, met niks anders dan een lapje stof en een vilten muts om de seizoenen te trotseren. Ze verbouwden hun eigen eten, haalden het water uit de rivier maar kregen ook vaak te eten van omwonenden, die soms wat brood over de hekken gooiden. Kippenvel. Onvoorstelbaar barbaars. Dat zou nu nooit meer kunnen gebeuren, toch? Misschien kunnen we het Navalny over een paar decennia nog even vragen, of de Oeigoeren die op kamp mogen van ome Xi.
Maar de tijd tikt door! De horrorverhalen kunnen rustig bezinken terwijl we op volle snelheid door het uitgestrekte Kazachse landschap scheuren. Zowel de lucht als de aarde is kraakhelder wit, soms lijkt het alsof we door de wolken rijden. Geen idee waar de horizon begint en de hemel eindigt. Enkel een zwarte streep die zich kaasrecht door deze witte massa beweegt totdat deze in zichzelf lijkt op te lossen maar telkens weer lijkt terug te komen. We zijn lekker kilometers aan het vreten totdat…
ode en blauwe lichtstralen kaatsen door de cabine, ik kijk in de zijspiegels en jawel hoor de befaamde en beruchte oom agent, Kazachstan style, komen op ons afgestoven, halen ons in en rijden ons klem. Kut. Dit wordt ongezellig, en ik kan u verklappen, het werd zeker ongezellig. Ok, act normal, alle papieren kloppen, niks aan de hand, je mag hier 80 rijden we kunnen niet harder dan dat dus rustig ademhalen en smile and wave!
Dan verschijnt er een ontzettende frons in mijn passagiersraampje. Een rimpelige opeenstapeling van wenkbrauw, oogspleet en wangpartij, samengeperst onder een hele grote pet. “BLARGHURRRBURRFGH” is wat ik versta. English? De frons schud van nee, dus toch een beetje? Ik overhandig mijn papieren, alles wordt minutieus bekeken. Dan word ik gesommeerd om mee te komen. Eh… waar gaan we heen? Meekomen! En voor ik het weet zit ik op de achterbank van een Kazachse politieauto terwijl Mirte alleen achterblijft in Olly. Kut.
In de auto is een tv-scherm ingebouwd. Hierop moet te zien zijn dat we 20 kilometer te hard hebben gereden, aldus Google translate. Eh… we kunnen maar 80. Tegenspraak wordt niet op prijs gesteld. Ik krijg de keus, of 100 euro aftikken of terug mee naar Nur Sultan om alles op het politiebureau eens goed uit te zoeken. Zucht. Godver. En ik kan niet afdingen, dat is Mirte d’r skill. Dus ik besluit mezelf heel verontwaardigd op te stellen en een beetje te bluffen, dan maar terug naar Nur Sultan, fuck it! Dit is geen 100 euro waard. Dan wordt de boete bijgesteld naar 50 euro. Prima. Whatever, we overhandigen het geld, we krijgen nog iets van een bonnetje mee en we kunnen weer gaan.
Iedereen in Nederland loopt altijd lekker te klagen op de politie, dat ze geen reet doen of altijd te laat zijn of geen tijd voor je hebben en dat mag allemaal waar zijn maar we hoeven in Nederland in ieder geval niet bang te zijn voor de politie. De politie kan je geen poot uitdraaien en als ze dat proberen kun je ter verantwoording roepen. In deze contreien van de wereld is dat wel even anders. De politie is de baas, jij moet je bek houden en hun wil is wet. Als dat je niet bevalt dan kan je een mep voor je harses krijgen. Maar vaker moet je gewoon lappen.
e appen ff met Hester en Laurens om stoom af te blazen, wat blijkt ook zij zijn een paar dagen eerder gestopt door oom agent. Ook zij moesten lappen, alleen kwamen zij met 15 euro weg… godnondeju! Het blijkt dat ze niet ver achter ons rijden dus we besluiten op ze te wachten. We lunchen ergens bij een tankstation en kletsen gezellig bij. We gebruiken het laatste beetje warm water om de tankdop te ontdooien zodat we Olly vol kunnen gooien om het laatste stuk naar Trotski te klaren.
Die avond slapen we op 20 kilometer van de grens op een parkeerplaats van een hotel. De volgende ochtend worden we al vroeg wakker, het is nog pikkedonker als we besluiten dat het tijd is voor de winterbanden. Eigenlijk was het daar een paar weken geleden al de hoogste tijd voor maar het kwam er steeds maar niet van. Met een klein potkrikje, wat snijplanken om de sneeuw af te houden en een moersleutel gaan we onze bandjes te lijf. Binnen 2 uur zijn allebei de achterbanden vervangen, het meeste werk was nog het weghakken van al het ijs uit de reserveband op het dak. Maar we zijn er klaar voor. Russia here we come, again!
HOTO
ALBUM
GOELAG
