Welcome to the Twilight Zone

Spit#80 · Rusland

Welcome to the Twilight Zone

L

ieve Volgelingen!

Het is pikkedonker en ondanks dat we alle kleren die we bij ons hebben dragen, rillen we van de kou. Ik sta op de ladder te wachten totdat Mirte me een kopje kokend warm water aangeeft waarmee ik het slotje van de kist met extra onderdelen, die boven op het dak van Olly staat, kan ontdooien zodat de Russische grenswachter een kijkje kan nemen tussen alle reserveonderdelen die we godzijdank nog niet nodig hebben gehad.

Ja mensen, we zijn weer bezig met een grensovergang. Normaliter gaat dat gepaard met een hoop stress maar deze keer voel ik me verbazingwekkend rustig, misschien omdat we de grens met Rusland al een keer zijn overgestoken, misschien vanwege het vroege tijdstip of misschien wel vanwege de zinderende kou. Ik voel mijn baardharen bevriezen en moet we bedwingen om het warme water niet over mezelf heen te kieperen. Maar dan word ik ruw verstoord uit mijn dagdroom, de Russische bontmuts bromt iets naar ons en gooit zijn arm in een hoek van 45 graden: doorrijden, en snel een beetje.

We ontspannen, zakken rustig weg in de stoelen die na anderhalf jaar al helemaal naar ons lichaam zijn gevormd, genieten van ons thermosflesje warme koffie en geven gas. Er liggen 2000km voor de boeg die we in 10 dagen moeten zien te trotseren en onderweg willen we nog even stoppen in Kazan en Moskou. Niet de snelste weg maar voor het Rode Plein willen we best een stukje omrijden. Let’s go!

Maar al snel wordt onze rust verstoord. Langs de kant van de weg staat een man in militair uniform die ons gebaard te stoppen en de auto langs de kant van de weg te parkeren. Oh shit. ‘ PAPIEREN!’ Maar dan in het Russisch, denk ik tenminste. Ik geef mijn rijbewijs, de autopapieren en, heel trots, de groene kaart. Geen gele, geen rode, ik ben toch geen scheidsrechter, nee een groene kaart. De verzekeringspapieren van de auto, erg belangrijk, vooral in Rusland! Daarom hebben we bij Centraal Beheer driedubbel gecheckt of Rusland ook gedekt wordt en dat wordt het! Maar het vriendelijke gezicht van de jonge Rus valt opeens een in een diepe plooi.

“No insurrance!” blaft hij. “Ho-ho, wel insurance, priyatel'” (vriend) en ik wijs de naam Rusland aan op de groene kaart waar een asterix boven staat, in paniek glijden mijn ogen naar de onderste linker hoek van de groene kaart: niet geldig. Wat?! Paniek! Onze grote ogen staren naar elkaar, dan weer naar de groene kaart en dan weer naar de militaire agent. We krijgen flashbacks naar het goelagmuseum, strand hier dan ons avontuur? Maar de agent/militair lijkt te schrikken van onze schrikreactie en weet niet wat hij met ons aan moet en roept: get new insurance! En hij geeft ons het bevrijdende gebaar van de 45 graden arm: oprotten.

Argh, ok, op zoek naar een insurance kantoortje. Google Maps is je grootste vriend, waar gaan heen? Terug? Ok prima, even keren, let op het slootje, welk slootje? Dat slootje! En ja hoor we zitten vast! De bandjes glijden lekker weg door de Russische toendra modder. Gelukkig hebben we oprijplaten! Die zitten al sinds India aan de zijkant van de bus geplakt, tot nu toe dienden ze vooral een image-matige rol maar nu komen ze daadwerkelijk van pas! Plaatje eronder, gas geven, russsstig, heel goed, er op ennnn…. KRAK. Welcome to India my friend, very good price for you! Goedkoop is… juist: Nondeju! Maar we zijn eruit! Snel door.

O

ndertussen zijn we ook nog eens een nieuwe tijdzone binnen gereden. De klok moet niet een maar twee uur naar voren. Dat houdt in dat het nu al om half 4 pikkedonker is. Minder uurtjes om te rijden en toch voelen de dagen lang. Het is de nietsontziende onmeetbare uitgestrektheid waar niet alleen grootheden als Napoleon zich in verslikte maar simpele stervelingen ook. Wij dus. Maar we willen en moeten naar Moskou!

Dus slingeren we over de eenbaanssnelwegen met voorbijrazende tegenliggers die eveneens aan het slingeren zijn. Soms iets teveel aan het slingeren zijn, zowel de Lada ’s als de dure Porsche ’s als de gigantische vrachtwagens. Maar dan zijn er ook nog mensen die zoveel haast hebben dat ze hun leven ervoor op het spel zetten. Zonder blikken of blozen gooien ze, vol zelfvertrouwen, terwijl we in een dode bocht rijden, hun auto langszij om op centimeters van nietsontziende tegemoetkomende koplampen hun auto net voor Olly zijn bumper te werpen. Tieren. Niet vloeken. Tieren, is wat ik doe.

De adrenaline en vermoeidheid spuiten uit mijn oren, telkens wanneer zo’n kamikazemalloot zijn, en wat dat betreft ook ons, leven in de waagschaal van de heilige Maria (Orthodox als ze zijn) legt, maakt je hart een sprongetje en dank je telkens diezelfde hogere onbekende entiteit om vervolgens de dankbede af te sluiten met een kanonnade van verwensingen die eerdergenoemde entiteit vervolgens doet blozen.

En dat is nog niet alles, de wegen lijken een gekke geul te hebben waar het linker voorwiel, als een magneet, wordt ingetrokken. Ik moet fysiek, continue, lichtjes aan het stuur trekken om te voorkomen dat we in dat spoor terecht komen en zo van de weg af schieten omdat Olly toch al de neiging heeft om links af te slaan. En ja hoor na een paar dagen begint mijn pink weer te tintelen, en een scherpe pijn nestelt zich in mijn schouderblad. Genieten!

Maar uiteindelijk komen we aan in Kazan! De hoofdstad van de rijkste provincie van Rusland, Tartarije en gelegen aan de imposante en wereldberoemde Wolga. Eveneens, en de naam zegt het al, de geboortestreek van de befaamde Tartaren, die, hoe kan het ook anders, afstammen van de Mongolen die hier eeuwen geleden al plunderend en verkrachtend doorheen trokken. Het schijnt een prachtige stad te zijn, alleen hult zij zich vandaag, net als onze koppies, in mistbanken.

D

ie grijze mistbanken klonteren samen met de kou, mengen zich met onze vermoeidheid en vormen tezamen en hunkering naar huis. We zijn er bijna, maar ook weer niet, gevangen in de twilightzone tussen Oost en West, zitten we opgesloten in onze bus. Ik weet niet eens meer wat de aanleiding was, die was er waarschijnlijk ook niet maar opeens vind ik mezelf terug op een plein in Kazan met tegenover me een huilende Mirte en al onze bankpasjes op de grond. De vermoeidheid is tot ontploffing gekomen en ongegronde verwijten vliegen over en weer. Boos stormen we uit elkaar, om onszelf vervolgens, minuten later, weer bij de bus tegen te komen. Ons enige veilige plekje. Ons huisje op wielen. Onze grote vriend Olly.

We blijven niet lang boos op elkaar. We weten dat dit niet aan de ander ligt maar aan onze eigen gemoedstoestand. Het is klaar, nou ja, het is nog lang niet klaar maar we zijn er wel klaar mee. De kou, het zoeken naar een veilige slaapplek, het geluid van een beukende dieselmotor, het eindeloze asfalt, koken op een benzinebrander, een pisstraaltje als douche, weken in dezelfde kleding, en de garages… we zijn er klaar mee. En toch is dat nou net waar onze reis naar toe gaat: een garage.

Ja lieve mensen, de volgende garage maakt zijn opwachting want Olly neigt steeds meer naar links en we zijn bang dat er iets niet goed zit. En dat blijkt te kloppen, aldus de man in de zwarte Mercedes stofjas die angstvallig veel gelijkenissen vertoont met Dr. Evil. We zijn neergestreken in een Mercedes truckgarage net buiten Kazan, waar we als helden worden onthaald. We mogen zoveel koekjes en koffie pakken als we willen, en die zullen we nodig hebben want we gaan er twee hele dagen verblijven.

D

e garage is super strak georganiseerd, alles ziet er tiptop verzorgd uit, elke monteur loopt in een zwarte stofjas met daarop het iconische Mercedes logo geborduurd. We lijken in goede handen te zijn, en dat zijn we ook, alleen net iets te goede handen. Ja mensen, het is niet snel goed voor deze twee garage-snobjes. Want na een lange dag wachten en scrollen op te telefoon, komt de monteur met een omvangrijk rapport ten tonele. Wat blijkt? Zo’n beetje alles aan de ophanging en vooras is aan vervanging toe. Ja he-he, het is een bus van bijna 40 jaar oud, wat dacht je zelf? Maar goed, ze denken te weten wat het probleem is, en gaan er morgen mee aan de slag.

De volgende dag nestelen we ons in de onberispelijke wachtruimte en slingeren de laptop aan voor een filmpje. Maar rond drie uur begin ik een beetje te ijsberen, hoe staat het er voor? Ik besluit een kijkje te gaan nemen, en vind Olly onaangeroerd in een hoekje van de garage terug. Er is nog niks gedaan, het is al 15.00 uur, hallo! We hebben haast, we moeten nog naar Moskou! Joe-hoe! Wakker worden. De helden blijken diva’s.

De monteur verontschuldigt zich, gaat aan de slag en een paar uur later komt hij terug met goed en, uiteraard, slecht nieuws. Het oorspronkelijke probleem is niet gefixt, maar een ander probleem is aan het licht gekomen en dat is wel gefixt. De rekening liegt er in ieder geval niet om maar Olly trekt nog steeds naar links. Ugh… Moskou kunnen we nu wel vergeten, de tijd is er niet voor en de inspanning die het kost om Olly in een rechte lijn te laten rijden is dermate uitputtend dat we al onze energie nodig hebben om de grens te bereiken.

D

us we slikken even, wisselen een blik van verstandshouding: fijne wedstrijd, see you on the other side. We meten onszelf een strak, maar bekend, regime aan dat er als volgt uitziet: opstaan bij zonsopkomst, ontbijt, koffie, kakken, 2.5 uur rijden, lunchen op de parkeerplaats van een shabby wegrestaurant of tankstation, rijden totdat het donker wordt, met af en toe een plaspauze, die nooit langer dan een kwartier duurt. Tel daar de dagelijkse beslommeringen die het leven van een Overlander omvatten, bij op: tanken, veilige slaapplek zoeken, eten halen, schoon drinkwater zoeken, portapotti legen (de pisbak), de benzinebrander bijvullen en de busdiscipline.

We spraken niet veel. Luisterden veel podcasts, op vol volume om de motor te overstemmen, maar verder was het een monotone grijze brei van asfalt, mist, kou en kamikazebestuurders. Ik herinner me nog de momenten van bezinning, vaak bij een tankstation, wanneer je even stil kon staan om te reflecteren, en onze ogen elkaar kruisten voor een blik van verstandshouding, herkenning en vermoeidheid maar altijd met een zweem van opwinding, een kleine twinkeling, dit is stiekem wat we willen, voelen dat we leven. Geen avontuur zonder ontbering, een knipoog is genoeg, we snappen elkaar, we vullen elkaar aan en we kunnen er weer tegenaan! LET’S GOOOOO!

P

HOTO

ALBUM

GOELAG

Genoten van dit verhaal?

Wij brengen ze nu naar buiten.

Maak kennis met Time Travel Tours →