
erhaba Volgelingen!
We laten Lesbos achter ons, tijd om dit alles te laten bezinken, om even bij te komen. Oftewel: vakantie! Maar dan moeten we eerst uit de oprit van Sanne en Riannne hun huisje zien te komen. Makkelijker gezegd dan gedaan want Olly past er net in, aan weerszijden hebben we zo’n vijf centimeter speling… Dit betekent dat de bus helemaal uit de oprit moet rijden, voordat we een bocht kunnen maken. Probleem is alleen dat er een auto voor Olly staat geparkeerd waardoor we niet ver genoeg door kunnen rijden… Waardoor we de bocht niet kunnen maken om er uit kunnen!!! Ons geluk kennende, overheerst er één emotie: PANIEEEEEEK!!!
e bellen aan bij de buren, een oud mannetje wijst ons naar een appartementencomplex, daar zou de eigenaar van de auto moeten wonen. Mirte gaat op avontuur, na een paar keer goed aankloppen besluiten we het morgen nog eens te proberen. Weer geen gehoor… shit. Op dag drie beginnen we echt te zweten want over twee dagen varen we uit! Dan nog maar eens vragen. Een paar oude dametjes wijzen ons naar een ander appartement maar ook hier geen gehoor…. Na lang aandringen, lees rammen op de deur, doet een nors gezicht de deur open. Your car Ford Focus?? Neh, zegt ze slaperig (wat ja betekent, weet je nog). YES!! Een half uur later rijdt ze de auto eindelijk weg en rijden we onze vrijheid tegemoet. De laatste twee dagen brengen we door op onze oude vertrouwde berg, die uitkijkt over Mytilini.
an is het zo ver, na bijna vier weken verlaten we Lesbos met de ferry. De Griekse grenspost is een eitje. De Turkse grenspost leek een eitje… Het bekende scenario lijkt zich wederom te voltrekken, een oud grenspostmannetje schuifelt naar de bus, klimt de bus in, tilt een kussen op, trekt de koelkast open waardoor een blikje cola naar buiten dondert en houdt het daarna hoofdschuddend voor gezien. Prima! Maar dan spot zijn wat jongere collega de DAX… Een waterval aan Turkse woorden. ‘Eh… No speak Turkish’ ‘You go inside, passport control…’ ok…
e staan in de rij te wachten… fuck heb ik Olly wel op slot heb gedaan? Ik ren terug naar de bus en doe de deur op slot. Intussen is het Golden Hour en schijnt de zon prachtig over het water en op de Turkse vlaggen van de douane. Mijn hart gaat sneller kloppen: MUST. TAKE. PICTURE. Ik pak m’n telefoon en KLIK. Gevolgd door: NO PICTURES!!!! Een hele boze Turkse douane-meneer beveelt me naar binnen te gaan. Binnen word ik opgewacht door een nog bozere Nederlandse vriendin. “Je gaat toch geen foto’s maken op een grensovergang, pannenkoek!!” Oeps…
an de groene kaart. Oja kut de groene kaart – die hebben we nog niet eerder nodig gehad. Máár goed voorbereid als we zijn hebben we alles digitaal op de telefoon. De douane-ambtenaar is niet niet onder de indruk. ‘No. Paper’, krijgen we te horen. Ah kut – weer terug naar Olly, door de metaaldetector, langs alle mensen. Joe, Hollanders coming through!
Maar dan: groene kaart DAX? Eeeuuhmmmmmm… Mirte zegt heel kordaat dat het een scooter is en dat daar geen groene kaart voor nodig is. Twintig minuten later blijkt dat keiharde bluf te zijn want op hema.nl/verzekeringen vinden we zowaar een groene kaart in ons account. De strenge douane mevrouw kijkt ons minachtend aan. Maar dan is er NOG een probleem! NONDEJU! Je mag niet met twee voertuigen die allebei op naam staan van dezelfde persoon de grens over… oh mijn Allah… wat?! Dus we moeten weer wachten… en wachten… ondertussen gaan de rolluiken van de Duty Free shop al weer dicht. Maar uiteindelijk komt daar de strenge mevrouw aan met een papiertje waar onze namen op staan. Hier allebei tekenen, en dat doen we braaf. Grote kans dat we nu Turks orgaandonor zijn maar volgens mij heb ik net de DAX aan Mirte cadeau gedaan… nondeju…
aar we zijn er! We besluiten de komende week lekker te relaxen op een camping. Er hangt een gemoedelijke sfeer op de camping en de volgende ochtend blijken we de enige niet-Turken te zijn. Alhoewel, niet-Turks.. De mensen denken stuk voor stuk dat ik ook Turks ben, ze beginnen allemaal super enthousiast tegen me aan te lullen en denken dat ik ze in de zeik neem wanneer ik zeg dat ik geen Turks praat. Ze denken dat ik een Turk ben die een Westerse schone aan de haak heb geslagen en met wie ik nu door Turkije aan het paraderen ben. Wat deels klopt.
De bediening van het campingrestaurant doet erg zijn best om ons te negeren. De taalbarrière is hier de oorzaak van. Wij spreken geen woord Turks en zij geen woord Engels. Dat leidt tot ongemakkelijke situaties die fysiek pijn doen. Wijzen, wijzen en blijven lachen, vooral als je chocolademelk krijgt in plaats van ice-coffee.
e week begint lekker relaxed, maar echt top voelen we ons niet. Mirte verkeert in een soort van comateuze toestand; ze gaat van dutje tot dutje en wanneer ze haar ogen wel open heeft, is haar mond dat eveneens, de patat is niet aan te slepen. Ik heb last van m’n oor en m’n pink en ringvinger voelen verdoofd aan, alsof ze slapen maar dan de hele dag door. Ik trek het niet meer dus we besluiten naar de dokter te gaan.
We zitten te wachten op de dokter wanneer er na ons nog eens zes mensen naar binnen lopen. Ze beginnen gelijk in het Turks tegen me te tetteren. No speak Turkish!!! Ze trekken geen nummertje zoals wij hebben gedaan, maar trekken alle deuren open, zoekend naar de dokter. Dan gaat er een deur open en twee van het groepje van zes schieten naar binnen. Ja nondeju. Wanneer de deur weer open gaat schieten wij snel naar binnen - HA SUKKELS!
De dokter spreekt geen woord Engels maar wanneer hij in mijn oor kijkt zegt hij ‘problem, infection’. Kut. Das niet goed. De dokter begint vrolijk in het Turks uit te leggen wat te doen, NO SPEAK TURKISH!!! We vragen een van de zes mensen op de gang om te vertalen. Binnen no time staat de hele club in het kleine spreekkamertje. De dokter lijkt het niks te interesseren en met behulp van onze vertaler komen we tot een slotconclusie: no swim. Ah oke! De dokter geeft ons een recept mee en wijst ons met zijn armen waar de apotheek zou moeten zijn. En dat alles onder toeziend oog van de andere, zeer nieuwsgierige Turken.
k no swim… Saai! Maar wat dan? Website bouwen! Mijn hyperfocus draait op volle toeren, ik maak ouderwetse dagen van 14 uur, ik vloek, ik tier, mijn god wat heb ik dit gehaat en mijn god wat mis ik het stiekem.
We zijn niet de enigen op het terras van de camping die constant achter hun laptop zit. Op dag zes raken we aan de praat met een zakenman die druk aan het werk is. Het gaat al snel over politiek. Hij begint zachter te praten als het over de Turkse president gaat. Wij kijken hem vragend aan, waarom? Hij zegt: ‘jullie hoeven nergens bang voor te zijn, als je kritiek uit of praat over de president, maar ik wel. Je weet nooit wie je hoort of afluistert.’ Zachtjes praten we verder en vertellen we dat we niet op Wikipedia kunnen in Turkije. ’Weet je hoe dat komt?’ en terwijl hij dat zegt, legt hij zijn telefoon onder het kussen van zijn stoel. Hij legt uit dat Wikipedia een pagina heeft met een lijst van ‘fake coups’ die in de geschiedenis hebben plaatsgevonden. Op een dag heeft Wikipedia de coup van 2014 in Turkije aan de lijst toegevoegd. De volgende dag was Wikipedia in heel Turkije geblockt… Hij legt uit dat zo’n beetje heel Instaboel, een stad met 16 miljoen mensen, tegen de beste man is maar dat het platteland gelooft dat de president een oprechte, sterke leider is. Pure propaganda, volgens hem gaat Turkije een zwarte periode tegemoet.
n dat zien we aan de Turkse Lira, die keldert gedurende ons gesprek van 5.5 naar 5.7! Goed nieuws voor ons, iets minder voor hem en al onze mede-campinggasten. Maar ja, profiteurs als we zijn besluiten we gelijk uit eten te gaan bij het restaurant naast de camping. Het restaurant blijkt een resort te zijn en de zij-ingang blijkt geen officiële ingang te zijn waardoor we gelijk security op ons dak hebben. Maar na heel wat hand- en voetwerk lopen we met onze scooterhelmen het poep-chique resort op. Fuck… dit wordt een dure, denken we terwijl we onze plaats helemaal aan de rand van het terras toegewezen krijgen… maar we kunnen niet meer terug. Daar zitten we dan, bibberend en zwetend wachtend op de menukaart. Ik klap hem open en val bijna van mijn stoel. 50 TL voor een hoofdgerecht?!?! Dat is… dat is… ho eens… dat is nog geen 10 euro! HEEEEEUJ kom maar door met die kaviaar. We eten als goden, het ziet er fantastisch uit, het smaakt nog beter en rekenen uiteindelijk geen drol af.
Maar we worden snel uit onze jet-set droom getrapt. We vragen de ober hoe we dankjewel zeggen in het Turks. Teshekur ederim is het voor het plebs maar de high society gebruikt graag het Franse ‘Merci’, waarop Mirte ‘Merci’ antwoordt. De ober schiet in de lach en laat ons vertwijfeld achter. ‘Ik kan toch wel door als High Class?’ ‘Zeker babe!’ We pakken onze scooterhelmen en begeven ons naar de zij-ingang waar onze made-in-China-replica-Honda aka The DAX, staat te wachten.
e website is af! En ik ben kapot! Helemaal gesloopt. Ik heb de afgelopen vijf dagen enkel naar een computerscherm gekeken. Mirte is daarentegen zo fris als een hoentje en wijst me op ieder klein detail dat niet klopt aan de website. Langzaam word ik gek maar we besluiten toch een dag langer te blijven omdat mijn perfectionisme dat van me verlangt.
Uiteindelijk gaan we live! De website is een feit. We zijn er blij mee, al onze herinneringen krijgen nu een eigen stukje server, een plekje op het wereld wijde web. Hiephoi! En dan gaat het hoofdstuk Turkije dan eindelijk toch ECHT beginnen! Maar nondeju, m’n oor voelt nog steeds niet goed, en mijn vingers voel ik al helemaal niet meer. Fak… ok toch maar even langs een ziekenhuis in Izmir.
e vertrekken vol goede moed! Maar dan, zo’n half uur voor Izmir komt er auto al toeterend en wijzend naast ons rijden… oh god.. WAT NU WEER?!?! We stoppen, stappen uit, kijken rond de bus maar zien niks vreemds. Dan zien we dat de toeterende auto ook gestopt is en er een klein, druk mannetje op ons afkomt. Hij heeft ook twee verschillende kleuren ogen dus dat moet wel goed volk zijn! En dat het is het ook. De vriendschap is snel gesloten met onze unieke overeenkomst al is zijn blauwe oog ‘a problem’. Maar, hij heeft wel een scherp oog want hij ziet dat er olie uit de velg lekt… HUH?! Zijn vrouw had al rijdend op de snelweg opgemerkt dat ons achterwiel, het achterwiel dat al twee keer lek is gereden, wat wiebelde. Hij gebaart ons hem te volgen en dat doen we dan ook braaf.
e man trekt een krik en een hele modieuze tas vol gereedschap uit zijn achterbak. Hij gaat gelijk aan de slag. Binnen no-time is Olly een band armer. Maar daar blijft het niet bij, de trommelremmen worden gedemonteerd, de schroeven en springveren vliegen ons om de oren en dan trekt hij de zo de rechter achterasaandrijving eruit. Monsieur, this problem. Hij legt zijn hand om zijn pols en laat draait die er los omheen en zegt: no good. TSSSK roept hij terwijl hij zijn hand strak om z’n pols trekt; this good! Need fix!
En inderdaad, de lager is naar de klote. Als de beste man dit niet had gespot en zo vriendelijk was ons te helpen, hadden we een veel groter probleem gehad. Tering… Maar wat nu? Gaat hij nu alles weer in elkaar zetten, naar welke garage moeten we dan, we hebben geen ANWB meer die ons kan redden, oh fuck! Maar nee, de man gooit de aandrijfas in zijn achterbak en laat ons samen met zijn vrouw en kleinkinderen achter. Hij is zo terug, zegt hij.
En daar staan we dan… zijn vrouw is heel aardig, we krijgen gelijk Turkse les van haar. Ze valt bijna van haar stoel als we toegeven dat we niet getrouwd zijn en nog geen kinderen hebben. Helemaal gestoord! De kinderen kopen we om met cola en Kit Kat, vriendschap voor het leven! Ik krijg nog even een opmerking dat ik naar de kapper moet en dat ik t niet door een man moet laten knippen maar door een vrouw… ja het is een scherp vrouwtje.
Uiteindelijk komt onze grote vriend terug met een gloednieuwe aandrijfas! Binnen 10 minuten zit alles weer in elkaar. We kijken elkaar aan… hoe kunnen we deze mensen ooit bedanken? Nou… 250 euro voor de achteras… Turkse Lira? Nee, nee Euro. Oh. Oh en nog 50 euro voor het werk zelf? Oh ok… fuck… klopt dat? Is dat veel te veel? Nou ja fuck it, het zal wel. In de auto praten we nog na. Tsja, zonder hen hadden we een super groot probleem gekregen, dus we besluiten dat het zuur is van het geld maar het had veel erger gekund.
n dat vertrouwen van mensen is, als toerist zijnde lastig. Wanneer we bij het ziekenhuis aankomen besluiten we eerst even een Hollands bammetje te eten in de bus. Binnen drie minuten staat er een jongen voor onze deur met twee kopjes Turkse thee. Eehh, dankjewel? Waar komt hij opeens vandaan? Moeten we hier ook achteraf voor betalen? Maar ja wat zeg je dan, nee bedankt? Dat is ook zo bot. We wagen het erop. De thee is heerlijk en wanneer we de kopjes terug brengen aan waarschijnlijk de vader van de jongen die ons de thee moest brengen, vragen we voorzichtig wat ze van ons krijgen. NIKS! Zegt hij resoluut. Hier heb je ook nog twee flesjes ijskoud water. Verward lopen we naar het ziekenhuis. Is dit nou… is dit nou… gast-vrij-heid? Dat kennen wij niet!!!
e oorarts bleek die dag net met vakantie te zijn (joe!). Maar een andere arts wil wel even naar m’n vingers kijken. Hij tikt een paar keer op m’n rug, kijkt in m’n mond, voelt aan m’n hand en besluit dat het vanzelf wel weer overgaat. Oke… Bij de balie krijgen we korting, geen 140 maar 100 TL. De man achter de balie is supervriendelijk. Hij vertelt ons dat hij maar zeven vakantiedagen per jaar heeft, dat het slechte onderwijs ervoor zorgt dat Turkije zich niet kan meten aan de EU en dat hij zijn president een boef vindt. Hoe heeft deze vent ooit de verkiezingen kunnen winnen? Anyway, hij drukt ons op het hart dat we moeten oppassen als toeristen en overal moeten afdingen, ook in het volgende ziekenhuis dat hij voor m’n oor heeft uitgezocht. Huh? Oke, zal wel..
Daar aangekomen zien we een briefje op de voorruit van Olly. Shit, een boete? Nee het was een briefje van de thee-meneer. Hij legt uit dat de Turken overal erg gastvrij zijn en wenst ons een goede reis. We slaan gelijk aan het Googlen en komen overal deze quote tegen: “The mentality of Turkish hospitality is, whatever religion you are from, whichever country you come from, whatever language you speak, you are God’s guest.” En zo voelt het inderdaad!
ke maar eerst nog even langs het tweede ziekenhuis. We worden vriendelijk onthaald en gelijk meegenomen naar een balie waar we worden ingeschreven. Ohjah… afdingen!! Dus ik vraag voorzichtig wat het ongeveer gaat kosten: 200TL, nog geen 40 euro. Oke. Ik kijk Mirte aan, die zegt, ‘ja als we afdingen dan gaat die dokter niet z’n best doen’. Goed punt. Ik ben blij dat we een reden hebben om niet af te dingen, want ik ben daar totaal geen held in. Dat wordt nog een hoop ellende. Maar de dokter is wel super profi, hij steekt een camera in m’n oor en op het grote scherm verschijnt de binnenkant van m’n oor. GADVERDAMME. Daarvoor hoef je niet gestudeerd te hebben, ik krijg een antibiotica kuur en wat oordruppels mee, doei!
We rijden door naar Ephese, waar ons Turkse avontuur dan eindelijk echt, maar dan ook ECHT kan beginnen, maar niet voordat we wederom twee flessen ijswater hebben gekregen van een Turkse man die naast ons geparkeerd stond op een berg, Facebook vrienden zijn geworden met een andere man die geinteresseerd was in onze zonnepanelen en zelf een foodtruck blijkt te hebben, ook hij vertelt ons de Turkse baas niks is vergeleken met Attaturk. De volgende dag krijgen we nog een Facebookberichtje van hem: My friend, when you are done with travelling, come visit us I make you kofte, we are satisfied. Nou wij ook! Turkije, we love you!
